Toepassing van euthanasie bij dementie blijft een heikel punt. Een schriftelijke wilsverklaring vervangt voor de wet een mondeling euthanasieverzoek. Artsenfederatie KNMG staat dat echter niet toe. Minister Schippers moet zelfbeschikking als uitgangspunt nemen, schrijft het Humanistisch Verbond haar in een brief.

De artsenfederatie KNMG interpreteert de wet strenger dan de wetgever bedoeld heeft. Omdat er een verschil van mening bestaat tussen de KNMG en de toetsingscommissies over de status van de wilsverklaring, heeft de KNMG aan minister Schippers van VWS vorige week om opheldering gevraagd. Het resultaat is dat er een werkgroep komt met onder meer VWS en de KNMG over euthanasie en dementie. Toetsingscommissies beoordelen of de arts wel of niet conform de wettelijke zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld. 

Beroepscode

In de beroepscode schrijft de KNMG voor dat bij iemand die niet meer kan communiceren – zoals bij verregaande dementie – geen euthanasie mag worden toegepast. Zo treedt een bijzonder fenomeen op: Je moet ‘te vroeg’ euthanasie vragen –   als je nog wilsbekwaam en tot communiceren in staat bent-  omdat je anders wilsonbekwaam en dus ‘te laat’ bent. In de Zembla-uitzending  werd deze complexe en soms schrijnende situatie scherp onder de aandacht gebracht.

Ethische vrijheid van burgers

In een brief aan minister Schippers vraagt het Humanistisch Verbond de minister ervoor te zorgen dat niet alleen de normen van de beroepsgroep leidend worden. Het gaat immers niet alleen om een juridisch en medische discussie. Ook de ethische vrijheid van burgers is in het geding.

Het Humanistisch Verbond gaat ervan uit dat alleen mensen zelf zich kunnen uitspreken over hun eigen toekomst. Het is mogelijk dat hier ethische en levensbeschouwelijke verschillen van inzicht een rol spelen. Daarom is het – in lijn met de vrijheid van levensbeschouwing – uiteindelijk aan ieder individu om zelf een afweging te maken: ‘Beslis ik nu over mijn toekomst in geval ik niet meer wilsbekwaam ben, of laat ik die beslissing over aan een ander?’

De vraag is dan ook niet of, maar hoe mensen- binnen de zorgvuldigheidseisen die de wet stelt – zelf hun keuze kunnen maken. En hoe deze keuze gerespecteerd kan worden, zonder dat artsen in rechtsonzekerheid of morele nood komen.

Ruimte voor de patiënt

Het is invoelbaar dat een individuele arts geen levensbeëindigende handeling wil uitvoeren als communicatie met de patient niet meer mogelijk is. Dat de KNMG communicatie met de patiënt als dwingende voorwaarde voor alle aangesloten artsen stelt, betekent echter dat de wettelijke ruimte voor de patiënt betekenisloos is geworden.  Het betekent bovendien dat individuele artsen zich door hun eigen beroepsgroep gedwongen kunnen voelen een schriftelijke wilsverklaring niet serieus te nemen, zelfs als zij dat zouden willen.

Zelfbeschikkingsrecht

Het Humanistisch Verbond hecht grote waarde aan handhaving van het bestaande en zorgvuldig wettelijk vastgelegde zelfbeschikkingsrecht van burgers rondom hun eigen levenseinde. De omgang met het eigen sterven is uiteindelijk aan de persoon zelf op het moment dat deze nog wilsbekwaam is. Het lijkt er op dat de minster de wet gewoon wil handhaven zoals hij bedoeld is.

Terecht, wat ons betreft. Want morele overwegingen over het levenseinde kunnen niet voorbehouden zijn aan de KNMG, maar vragen een geïnformeerd en breed perspectief. Volgens het Humanistisch Verbond is dit brede perspectief mogelijk, zonder dat artsen zich gedwongen voelen tot onzorgvuldig handelen. Het is niet alleen voor de KNMG maar juist ook voor patiënten belangrijk dat aan de onzekere status van de wilsverklaring een einde komt en deze verklaring serieus wordt genomen.

Het Humanistisch Verbond gaat later dit jaar met haar leden in gesprek over de thematiek ‘dementie en euthanasie’. Wij houden onze leden op de hoogte via de HV-nieuwsbrief en diverse afdelingen.