Optimisme, hoop en vertrouwen. Dat is de kop van de eerste paragraaf over ‘Centraal Europa’ in de Humanistische Canon. We schrijven rond 1900. In 2012 zijn we pessimistisch, angstig en vol wantrouwen. Europa zwenkt in haar historie van ‘himmelhoch jauchzend’ naar ‘zum Tode betrübt’. Hoe nu verder?

“Europa moet weer humanistisch worden”, dat is de oplossing die Sophie in ‘t Veld tijdens tijdens haar lezing op de EHF-conferentie in Utrecht opperde. Ze hield een vurig pleidooi voor de Europese humanisten. Het idee ‘Europa’ ligt weliswaar vast in documenten en verklaringen, maar wordt nauwelijks gedragen door burgers, aldus In ‘t Veld. En we zien een ferm democratisch tekort.

Bovendien wordt de mooie humanistische waarden het ook niet altijd even nauw genomen. Zelfs basiswaarden als vrijheid van pers, gelijkheid voor de wet en onafhankelijke rechtsspraak worden geschonden zonder al te veel sancties. De Europese Commissie beperkt veel van haar werkzaamheden tot economische regels, en op cultureel gebied horen we conservatieve waarden veel vaker dan humanistische.

Volgens In ‘t Veld wordt het tijd Europa echt democratisch en humanistisch te maken, op alle gebieden. Dat zal niet eenvoudig zijn en de nodige confrontaties opleveren, maar onze stem wordt nu nauwelijks gehoord.

Europees Humanisme rond 1900; het hoogtepunt van de geschiedenis

Dat is niet altijd zo geweest. In de Canon vindt u het venster Centraal Europa. Het gaat over het Europees Humanisme in de Oosterijks-Hongaarse Dubbelmonarchie tussen 1870 en 1914. Europa floreerde. Het Centraal Europees humanisme werd in hoge mate gekleurd door de seculiere joodse cultuur. Men streefde humanistische waarden na, had een kosmopolitische oriëntatie en een vertrouwen in een verlichte internationale gemeenschap. Er heerste een optimisme en vooruitgangsgeloof: men dacht het hoogtepunt van de geschiedenis te beleven.

Stefan Zweig blikt terug op deze periode in zijn autobiografie met de veelzeggende titel: De wereld van gisteren.

Koffiehuizen waren paradijzen voor polemiek, waar men ‘urenlang zat te discussiëren, te schrijven of te kaarten, waar men zijn post ontving en vooral een onbegrensd aantal kranten en tijdschriften van over te de hele wereld tot zich kon nemen.’

De wetenschap, ‘deze aartsengel van vooruitgang’, verrichtte wonderen. ‘Men leefde in de overtuiging dat de ongekende technische vooruitgang van de mensheid beslist een even snelle morele ontwikkelingen tot gevolg moest hebben. Aan barbaarse vormen van regressie, zoals oorlogen tussen Europese volkeren, geloofde men even weinig als aan heksen en spoken.’

Tot het mis ging

Tot het mis ging.  WO I  brak uit en de mooie Europese idealen bleken bloederig te eindigen. De westerse beschaving was een ‘old bitch, gone in the teeth’ (uit gedicht van Ezra Pound). Na WO I verloor men alle hoop op een mooi, democratisch Europa. De humanistische idealen stonden niet langer trots en sterk maar werden omringt door twijfel. Waren we niet naïef geweest? Kennis, cultuur en moraliteit, waren dat geen argeloos optimistische doelen?

De oplossing

Toen de Tweede Wereldoorlog volgde, de Europese idealen opnieuw onhaalbaar leken en het humanisme opnieuw in crisis geraakte, zette men koers op de ultieme oplossing: Europese integratie. Zoals u weet verloopt die ook niet helemaal crisisvrij. Een blik in de geschiedenis leert ons dat Europa en crises bij elkaar horen. Europa zwengt tussen optimistische idealen en oorlogen, hoopvolle vooruitgang en economisch instortingsgevaar. Misschien kunnen we inspiratie putten uit de idealen van weleer.

Nog nooit was Europa sterker, rijker en mooier geweest, en nog nooit had het vaster geloofd in een toekomst die nog beter zou zijn .’ (Stefan Zweig, 1940)

Esther Wit, Hoofredacteur van de Humanstische Canon

 

Lees meer over Europees Humanisme en over Stefan Zweig