Willem-Alexander is vandaag koning geworden van een land met 16 miljoen minikoningen. We willen hem best als koning dulden, zolang hij onze soevereiniteit maar erkent. Het gekrakeel over het Koningslied illustreert dat, schrijft Boris van der Ham vandaag in de Volkskrant.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte antropologe Ruth Benedict in opdracht van het Amerikaanse leger een schets van ‘de Nederlanders’. Wat konden de geallieerde troepen verwachten als ze hen zouden bevrijden? Benedict waarschuwde dat ‘de typische Nederlander zo zeker van zichzelf is, dat hij zich niet aan dictaten onderwerpt.’ En zij voegde daaraan toe: “Hij haat elke zin die begint met: ‘U moét!'”

De schets van Ruth Benedict is nog steeds actueel. Dat werd in ieder geval de afgelopen weken weer duidelijk in de aanloop naar de troonswisseling. Het begon met een discussie of leden van de volksvertegenwoordiging wel of niet trouw moesten zweren aan de nieuwe Koning. “Hoezo, moét dat?!” En de afgelopen week dook een deel van Nederland als piranha’s op het goed bedoelde
Koningslied. “Hoezo, moét ik dát lied meezingen?!” De stelligheid van de tegenstanders leidde overigens weer tot een tegenreactie: “Uit protest tegen het protest ben ik juist vóór het lied!”. Enzovoort,

Nederlandse identiteit

Als er al zoiets bestaat als een ‘Nederlandse identiteit’ is het wel dat een Nederlander zijn plek onder de zon opeist. Grote Duitse schrijvers stelden al ruim tweehonderd jaar geleden dat Nederlanders een soort minikoningen zijn. Goethe schreef  een toneelstuk waarin hij de vrijheidsstrijd schetste van Willem van Oranje en zijn makkers tegen de Spaanse koning Phillips II.

Graaf van Egmond zegt daarin over Nederlanders: “Ieder van hen is een koning in het klein. Men kan hen onder druk zetten, onderdrukken kan men ze niet!” Ook Goethes tijdgenoot Friedrich Schiller maakte de vergelijking met het koningschap. In het toneelstuk ‘Don Carlos’ wordt  geroepen richting Philips II: “Geef ons terug wat u van ons afnam en word de Koning van miljoenen koningen. Geef ons vrijheid van denken!”

Nederland is één van de vrijste landen ter wereld geworden. We willen zelf bepalen waar we wel of niet in geloven, wat we denken en zeggen, we willen zelf beslissen met wie we trouwen, hoe we leven en hoe we sterven. Al die eigenzinnige koningen botsen met elkaar, en soms willen tirannieke koningen de anderen hun wil opleggen. Tegelijk is er vrijwel geen land ter wereld waar mensen zo welvarend en veilig leven, waar zo ruimhartig aan maatschappelijke doelen wordt gegeven en waar zo veel mensen ergens lid van een vereniging zijn.

Soevereiniteit

Willem-Alexander zal moeten opereren in een land waar mensen hem best als koning willen dulden, zolang hij maar de soevereiniteit van al die andere zestien miljoen koningen erkent. Zo beschouwd valt de inhoud van het geplaagde Koningslied opeens op z’n plaats. In het lied vragen de zangers niet aan Willem-Alexander om hen te beschermen ‘tegen de regen en de wind’ – wat in de klassieke visie op het koningschap logisch was geweest – maar zingen ze juist dat zij dat wel voor hem zullen doen. 
Typisch Nederlands zouden Schiller en Goethe zeggen. Het intrigerende aan de reacties op het lied is dat naast de kritiek er ook ontelbare alternatieve koningsliederen opduiken.

Eigenlijk bezingen we daarmee niet zozeer de nieuwe koning, maar zijn het lofzangen op ons eigen uniekheid. Dat is misschien wel de gezonde ironie van deze dagen: Willem-Alexander wordt staatshoofd van de Republiek van 16 miljoen verenigde Koninkrijken.

Door Boris van der Ham

Een iets langere versie vind je op de site van De Volkskrant