Direct naar de inhoud
Humanistisch Verbond , go to home

Vrede is nooit af

Vredesweek 2025

Tachtig jaar lang leefden we zonder dat een vreemde mogendheid met tanks aan onze grenzen stond. Dat leek vanzelfsprekend, bijna achteloos aanwezig. In deze vredesweek staan we stil bij dat voorrecht – en bij het besef dat die vanzelfsprekendheid voorbij is. Door Robbert Bodegraven, directeur van het Humanistisch Verbond.

Want terwijl wij herdenken, laait het geweld elders op. Van Oekraïne tot Gaza, van Soedan tot Myanmar. En waar grensoverschrijdende solidariteit ooit gold als een menselijke plicht, wint de nauwe blik terrein. Het gevoel van machteloosheid verleidt ons tot afsluiten, onzekerheid leidt tot onverschilligheid. Dáár ligt de dreiging die ons allen raakt.

Wat kan het humanisme betekenen in zulke tijden?

Natuurlijk is het verleidelijk om weg te kijken. De problemen zijn groot, complex en gelaagd. Makkelijke oplossingen liggen niet voor het oprapen. Maar juist in die omstandigheden roept humanisme op tot weerbaarheid: de moed om ons niet te verstoppen, maar om met een open blik bij te dragen aan menselijkheid, en aan het voorkomen van oorlog. Die weerbaarheid hebben we nodig – in het groot én in het klein.

Op wereldwijde schaal betekent dat: het verdedigen van de instituties die de mensenrechten universeel vastlegden. Mensenrechten die op humanistische waarden zijn gebouwd. Nu we zien dat ze niet alleen ver van ons bed worden ondermijnd, kunnen we niet langer wegkijken. We mogen niet zwijgen bij de doorlopende schendingen die we zien in Gaza of Soedan, we mogen evenmin stil blijven bij de weifelachtige terughoudendheid van de Nederlandse regering om zich uit te spreken tegen de schendingen van het internationale recht. De afspraken en regels die we na de Tweede Wereldoorlog vaststelden, in een sfeer van ‘dit nooit meer’, hebben gezorgd voor langdurige vrede in een groot deel van de wereld. Ze verdienen het verdedigd te worden.

Die instituties en hun verdragen – de VN, het internationaal recht, de mensenrechtenverdragen, het oorlogsrecht – zijn geen elitaire luchtkastelen. Ze zijn gebouwd op gelijkwaardigheid, samenwerking in plaats van op tribaal denken. En hoewel er ruimschoots kritiek mogelijk is op hun effectiviteit, een beter alternatief is eenvoudigweg niet voorhanden.

Die instituties en verdragen staan onder druk. Niet alleen ver weg, ook dichtbij. Ook in Nederland. In de meest recente verkiezingsprogramma’s van politieke partijen zien we voorstellen die botsen met het gelijkheidsbeginsel. We zien dat discriminatie van minderheden wordt afgedaan als overgevoeligheid. We laten toe dat kinderrechten selectief worden genegeerd in de uitvoering van beleid. Basisprincipes van onze democratie en rechtsstaat worden als hinderlijk gezien. Het inzicht dat de internationale afspraken – die oproepen tot gelijkwaardige samenwerkingen en tot democratie en rechtsstatelijkheid – ons vrede brengen, wordt kennelijk door steeds meer mensen genegeerd. Zo brokkelt ons eigen rechtstatelijke huis van binnenuit af.

Bij deze ontwikkelingen kunnen we niet zwijgen.

Humanisten geloven niet in sterke leiders die beloven onze problemen wel even op te lossen. We geloven in samenwerking. In een luisterende houding, naar stemmen die in alle diversiteit mogen klinken. Wij geloven in mensen die samen zoeken. In vertrouwen als fundament, niet uitsluiting. Dáár ligt de politieke en morele weerbaarheid die nu nodig is.

Maar humanisme is niet alleen politiek. Het is boven alles een levensbeschouwing. Een zoektocht naar zin en betekenis, juist in tijden van crisis. Een van de oprichters van het Humanistisch Verbond, Jaap van Praag, noemde dat vlak na de oorlog geestelijke weerbaarheid: de kracht om je te blijven verhouden tot de wereld, zonder je af te sluiten. Vandaag betekent dat: je niet laten gijzelen door algoritmes die je voeden met angst en woede. Het betekent oefenen in twijfel, nuance, luisteren. Het betekent ook: waar nodig je uitspreken en een grens trekken. Door het woord ‘geestelijk’ aan weerbaarheid te koppelen maakte Van Praag duidelijk dat die weerbaarheid geworteld is in een lange levensbeschouwelijke traditie van denken en handelen. Zoals het humanisme.

Geestelijke weerbaarheid ontwikkel je niet alleen. Ze ontstaat in gemeenschap, in gesprek, in het samen zoeken naar betekenis. Juist nu, in een tijd van gepolariseerde waarheden biedt humanisme ruimte voor het meerstemmige gesprek. Geen luxe, maar noodzaak. Waar botsing van ideeën ons scherpt, waar verschil geen bedreiging is maar een oefening in menselijkheid.

Want we zijn gelijkwaardig én verschillend. Die erkenning maakt ons weerbaar. Ze helpt ons onderzoeken welke waarden leidend zijn in ons handelen: vrijheid, gelijkwaardigheid, verantwoordelijkheid en medemenselijkheid. Ze zijn niet vanzelfsprekend. Ze vragen onderhoud. Bescherming. En ja, soms strijd.

Vanuit een zelfbewuste, weerbare houding moeten we ons uitspreken. Voor mensenrechten. Voor internationale afspraken. Voor een samenleving waarin iedereen telt. Tegen polarisatie, ontmenselijking en geweld. En tegelijk moeten we werken aan ons eigen vermogen om mens te blijven in een wereld vol meningen. Niet uit luxe, maar uit noodzaak.

Vrede is nooit af. Ze vraagt om ons. Juist nu. Juist samen.

Robbert Bodegraven
directeur Humanistisch Verbond

Vrede is een opdracht

Lees hier meer over de urgentie van Vredesweek.

Deel deze pagina

A list of posts

  • Vrij denken als democratische graadmeter

  • Jouw vrijheid is de vrijheid van de ander

  • Symposium: voor wie is de uitvaart?