‘We herkennen elkaars problemen’
Voor veel gevluchte vrijdenkers betekent aankomen in Nederland niet automatisch vrijheid. Binnen de steungroep van het Humanistisch Verbond mogen ze vrijuit spreken en vinden ze steun bij elkaar. Leila (33) schuift sinds drie jaar aan.
Wat als eerste opvalt zijn Leila’s tatoeages met een prominente plek voor een regenboog. Geen hijab voor Leila maar een sleeve vol tatoeages die ze als een statement draagt.
Leila komt uit Iran en woont inmiddels bijna vier jaar in Nederland. Drie jaar geleden sloot ze zich aan bij de Nieuwe Vrijdenkers, een steungroep voor gevluchte vrijdenkers van het Humanistisch Verbond. Net als de andere deelnemers is zij geloofsverlater, en dat gedeelde vertrekpunt schept een band die verder gaat dan woorden. “Wat ik er zo fijn aan vind,” vertelt ze, “is dat veel mensen ook uit Iran komen. We herkennen elkaars problemen. We hebben vergelijkbare ervaringen.” Volgens Leila zit de kracht van de groep in die herkenning: “We hebben allemaal geleefd in een land met hetzelfde gebrek aan vrijheid.”
' Vanaf dat moment wist ik: dit land is niet gemaakt voor het stellen van vragen. '
Die vrijheid – of beter gezegd het ontbreken ervan – loopt als een rode draad door haar leven. In Iran studeerde Leila aan de universiteit in Teheran. Ze werkte aan een masteronderzoek over samenwonen in plaats van trouwen. Dat vond de universiteit geen goed idee. Het onderwerp raakte aan normen en regels die niet ter discussie mochten staan. Leila: “Vanaf dat moment wist ik: dit land is niet gemaakt voor het stellen van vragen.”
Als vrouw merkte ze dagelijks hoe ongelijk de verhoudingen waren. “Vrouwen hebben veel minder vrijheid dan mannen,” zegt Leila. “De hijab is verplicht. Je lichaam is niet van jezelf.”
' In Nederland hoef je niet te zeggen wat je gelooft, dat is jouw zaak. '
Rond haar twintigste begon ze te twijfelen aan de islam. Ze las boeken, zocht informatie online en vond gelijkgestemden via sociale media. “Ik las veel, ook op Facebook,” vertelt ze. “Daar kon ik vragen stellen die ik in het echte leven niet durfde te stellen.” Het leidde ertoe dat ze haar geloof losliet.
In Nederland ervaart Leila voor het eerst wat privacy betekent. “Hier hoef je niet te zeggen wat je gelooft,” zegt ze. “Dat is jouw zaak.” In Iran was dat ondenkbaar. “Als je daar niet openlijk zegt dat je moslim bent, ben je meteen verdacht. Zelfs zwijgen is gevaarlijk.” Die vrijheid voelt voor haar nog steeds bijzonder, bijna onwerkelijk. “Het geeft rust.”
' Dat vind ik het mooie van humanisme: ieder mens is gelijk. '
Toch is Nederland niet automatisch een veilige haven voor iedereen. Leila werkt als chef-kok in een AZC, waar mensen met uiteenlopende achtergronden samenleven. “Dat gaat meestal goed,” vertelt ze, “totdat het geloof ter sprake komt.” Ze ziet dagelijks hoe religie spanningen kan veroorzaken. Vooral tijdens de ramadan voelt ze dat aan den lijve. “Als ik koffie drink of iets eet, kijken sommige mensen me boos aan.” Ze lost het pragmatisch op door in de pauze bij haar Nederlandse collega’s te gaan zitten. “Die zeggen er tenminste niets van.”
Uitgescholden wordt ze niet, benadrukt Leila, maar de blikken spreken boekdelen. Dat maakt het soms zwaar. “Het zijn kleine momenten, maar ze stapelen zich op. Juist daarom is de steungroep zo belangrijk voor haar. “Daar hoef ik niet op mijn hoede te zijn.” Binnen de steungroep draait het juist níet om dogma’s. Dat vind ik het mooie van humanisme: ieder mens is gelijk. Hier mag ik twijfelen. Hier mag ik kiezen. Precies dát, is voor mij de kern van vrijheid.”
Steungroep voor gevluchte vrijdenkers
Veel gevluchte vrijdenkers hebben hun overtuiging jarenlang moeten verbergen, ook in Nederland. Daarom hebben we voor hen steungroepen opgericht. In een steungroep vinden zij herkenning, steun en vrijheid om open te praten over levensbeschouwing, identiteit en een nieuw bestaan.
Freedom of Thought
Vermoord omdat je niet in een god gelooft. Of hiervoor in de gevangenis belanden. Wereldwijd krijgen humanisten en vrijdenkers te maken discriminatie.
Het Freedom of Thought-rapport brengt jaarlijks in kaart hoe het zit met de vrijheid om (niet) te geloven. Van juridische straffen tot sociale isolatie: in bijna alle onderzochte landen worden non-religieuzen beperkt in hun vrijheid.