Direct naar de inhoud
Humanistisch Verbond , go to home

‘In deze groep voel ik mij mens’

Voor veel gevluchte vrijdenkers betekent aankomen in Nederland niet automatisch vrijheid. Binnen de steungroep van het Humanistisch Verbond mogen ze vrijuit spreken en vinden ze steun bij elkaar. Het verhaal van Shaikh Mohammed Mominul Islam (39) laat zien hoe belangrijk die ruimte is.

Toen Moon, zoals hij zichzelf noemt – in de zomer van 2024 in Nederland aankwam, dacht hij dat hij eindelijk veilig zou zijn. Na een leven vol religieuze dwang, geweld en uitsluiting klonk Nederland als een belofte: vrijheid, gelijkheid, menselijkheid. Die belofte blijkt ingewikkelder dan gedacht. “Bij Nederlandse mensen voel ik me veilig”, zegt hij. “Maar in het AZC niet. Dat is ironisch, want dat zou juist een veilige plek moeten zijn.”

Moon is nog maar enkele maanden betrokken bij de steungroep, maar voelt zich er meteen thuis. Hij komt uit Bangladesh en arriveerde op 28 juli 2024 in Nederland. Sindsdien woont hij in een asielzoekerscentrum in Wageningen. Veilig voelt hij zich daar niet. In het AZC heeft hij te maken gehad met bedreigingen, intimidatie en fysiek geweld, onder meer vanwege zijn seksuele geaardheid. Binnen de Nieuwe Vrijdenkers, een steungroep voor gevluchte vrijdenkers van het Humanistisch Verbond, vond hij iets wat hij lang had gemist: herkenning. “Het voelt als een familie. Mensen begrijpen elkaar hier, zonder dat je alles hoeft uit te leggen. Iedereen heeft een vluchtverleden.”

' Bij Nederlandse mensen voel ik me veilig, maar in het AZC niet. '

Moon groeide op in een zeer conservatief soennitisch gezin. Toen zijn vader zich aansloot bij het salafisme werd het leven nog beperkter. Vanaf dat moment veranderde alles. “Ik was zeven. We mochten geen muziek luisteren, geen televisie kijken, niet zingen. Zelfs buiten spelen was verboden.” Zijn jeugd werd klein en gesloten. “School, thuis, moskee. Dat was het leven.”

In de moskee hoorde Moon elke vrijdag dezelfde boodschap. “Ze baden dat God Amerika zou vernietigen, Israël zou vernietigen, alle niet-moslims zou vernietigen. En tegelijk zeiden ze: Allah is barmhartig en liefdevol. Dat snapte ik niet.” Hij begon zijn vader vragen te stellen. Waarom zou een liefdevolle God mensen haten die hij zelf heeft geschapen? “Mijn vader zei: moslims zijn de uitverkorenen. De rest moet naar de hel. Maar zelfs als kind voelde ik: dit klopt niet.”

Toen Moon ontdekte dat hij homoseksueel is, werd die innerlijke strijd nog heviger. “Iedereen zei: je bent een zondaar, je gaat naar de hel. Maar mijn vraag was: als ik zo slecht ben, waarom heeft God mij dan zo gemaakt?” Op zoek naar antwoorden bekeerde hij zich meerdere keren. Van soennitisch naar sjiitisch, van het bahá’í-geloof naar het pinksterchristendom. Hij bestudeerde ook het boeddhisme, hindoeïsme en jodendom. “Ik zocht niet naar een nieuwe waarheid”, zegt hij. “Ik zocht naar rust.”

' Als ik zo slecht ben, waarom heeft God mij dan zo gemaakt? '

Al vroeg voelde Moon dat hij ‘anders’ was. “Ik was een beetje vrouwelijk. Andere jongens sloegen me, noemden me ‘half vrouw’. Mijn moeder zei uiteindelijk: blijf maar binnen. Dat is veiliger.” Boeken werden zijn toevlucht. “We hadden alleen religieuze boeken, maar ik las ook kranten, alles wat ik kon vinden. Dat was mijn stille verzet.” De Grondwet las hij ook. En daarin werd voor hem duidelijk dat zijn ‘anders’ zijn zelfs gevaarlijk is. “De Bangladeshi wetten zijn tegen atheïsten en lhbti-personen. Volgens sectie 377 van het Bangladeshi Wetboek van Strafrecht is homoseksualiteit strafbaar met een gevangenisstraf tot tien jaar, en volgens sectie 295/A is atheïsme en het bekritiseren van religies strafbaar met gevangenisstraf. Er bestaan ook andere wetten die gericht zijn tegen atheïsten.”

Des te dapper dat Moon LHBTI-rechtenactivist werd. “Het is mijn persoonlijke politieke overtuiging om te strijden tegen fanatisme, blind geloof en religieus terrorisme.” Maar toch, zelfs binnen de LHBTI-gemeenschap kreeg hij te maken met uitsluiting, vertelt hij. “Ze noemden me ‘ongelovige’. Ze zeiden: eet niet bij Moon, want hij gaat naar de hel.”.

' Bij de steungroep snappen ze de schaamte, de angst, het verlies. '

Via een uitwisselingsprogramma van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland, kwam Moon in 2024 naar Nederland. Terugkeren naar Bangladesh werd onmogelijk toen de politieke situatie in het land escaleerde. “Ik had nooit gepland om asiel aan te vragen”, zegt hij. “Ik had een goede baan, een huis. Maar ik wist: als ik terugga, kan ik worden vermoord.”

De realiteit in het AZC bleek hard. Moon kreeg te maken met homofobie, racisme en geweld. “Een Afghaanse kamergenoot sloeg me omdat ik gay ben.” Zelfs in een zogenoemde LHBTI-afdeling voelde hij zich niet veilig. “Vrijheid stopt blijkbaar bij de voordeur van het AZC. Maar ik ben net zo bang voor de zogenoemde Biblebelt en voor gemeentes met een moslimmeerderheid, omdat deze plaatsen niet veilig zijn voor mensen zoals ik.”

Als hij een verblijfsstatus krijgt, wil hij promoveren en onderzoek doen naar de impact van religie op de levens van LHBTI-personen. De kernwaarden van humanisme – menselijke waardigheid, vrijheid van denken en empathie – zijn voor hem leidend. “Dat zijn geen abstracte ideeën,” zegt hij, “maar voorwaarden om te kunnen leven.” Juist daarom is de steungroep zo belangrijk voor hem. “Hier kan ik zeggen wie ik ben. Veel mensen hier komen ook uit islamitische landen. Ze snappen de schaamte, de angst, het verlies.” Voor het eerst hoeft hij zijn verhaal niet te verdedigen. “Dat is echte vrijheid.” Hij glimlacht even. “Ik ben nog niet veilig,” zegt hij eerlijk. “Maar hier, in deze groep, voel ik mij mens.”

Nicolline van der Spek
Nicolline van der Spek
Tekst en fotografie

Steungroep voor gevluchte vrijdenkers

Veel gevluchte vrijdenkers hebben hun overtuiging jarenlang moeten verbergen, ook in Nederland. Daarom hebben we voor hen steungroepen opgericht. In een steungroep vinden zij herkenning, steun en vrijheid om open te praten over levensbeschouwing, identiteit en een nieuw bestaan.

Freedom of Thought

Vermoord omdat je niet in een god gelooft. Of hiervoor in de gevangenis belanden. Wereldwijd krijgen humanisten en vrijdenkers te maken discriminatie.

Het Freedom of Thought-rapport brengt jaarlijks in kaart hoe het zit met de vrijheid om (niet) te geloven. Van juridische straffen tot sociale isolatie: in bijna alle onderzochte landen worden non-religieuzen beperkt in hun vrijheid.

Deel deze pagina

A list of posts

  • Vrij denken als democratische graadmeter

  • ‘Wind door je haar is vrijheid’

  • ‘Raha betekent vrijheid’