Twee generaties uitvaartsprekers
Martinus van Hoorn is bijna tachtig en laat voor ons een enorme erfenis na. Sinds 1992 is hij uitvaartspreker bij het Humanistisch Verbond. Nu stopt hij, na 34 jaar en circa vierhonderdvijftig uitvaarten. Anja Berens is anderhalf jaar geleden begonnen. Waarom zijn ze eigenlijk spreker geworden en hoe kijken ze naar een goed afscheid? Terwijl Marinus in zijn zonovergoten serre in het hoge Groningen de thee inschenkt, komen de verhalen vanzelf.
Zijn eerste ervaringen met het spreken bij uitvaarten waren meteen intens en vormend. Vanuit zijn werk in het onderwijs werd Martinus gevraagd te spreken toen een leerling vlak voor de examens plotseling overleed. Zonder ervaring, maar met een sterk verantwoordelijkheidsgevoel, nam hij die taak op zich. Hij herinnert zich hoe ingrijpend die situatie was. Het overlijden kwam onverwacht en raakte niet alleen de familie, maar ook klasgenoten en collega’s diep. Juist omdat het zo kort voor de examens gebeurde, voelde hij dat er ruimte moest komen voor verdriet, maar ook voor een manier om samen verder te kunnen. Bij het bezoek aan de ouders stond hij midden in hun rauwe verdriet. Daar merkte hij hoe moeilijk het is om over een uitvaart te praten, en tegelijk hoe belangrijk het is dat iemand woorden vindt. In dat kwetsbare contact ontstond vertrouwen. Wat hem vooral bijbleef, is dat een uitvaart meer is dan een formeel moment. Het is een gelegenheid waarin emoties een plek krijgen en mensen iets meekrijgen om verder te kunnen. Voor hem werd toen duidelijk dat dit werk draait om luisteren, proberen vertrouwen te krijgen, en recht doen aan een leven.
‘En toen zag ik die oproep in de krant’, zegt Martinus. ‘Dat was het begin.’
‘Ik had al een paar keer gesproken bij uitvaarten’ reageert Anja. ‘Bij mijn zusje, mijn ouders, en telkens dacht ik: dit is belangrijk werk. Niet alleen wat je zegt, maar dát er iemand is die woorden geeft aan een leven. En eerlijk gezegd ook omdat ik het tegenovergestelde had meegemaakt: een uitvaart waar de overledene slechts één keer bij naam werd genoemd en over wie niets persoonlijks werd verteld. Dat voelde bijna onmenselijk. Alsof iemand niet bestaan heeft.’
Sprekers bij uitvaarten
Als verdriet het moeilijk maakt om iets te zeggen, helpen wij je de woorden te vinden voor bij het afscheid. In jouw toon, met jouw herinneringen.
Het onderwerp gaat over in het familiegesprek, misschien wel het belangrijkste onderdeel van je werk als spreker, vinden beiden. ‘Je komt binnen bij een familie en je luistert. Dat is het begin.’
Anja: ‘Ja, daar gebeurt het. Daar voel je of je het vertrouwen krijgt. Mensen vertellen dingen die ze misschien nog nooit hardop hebben gezegd. Over verdriet, maar ook over ingewikkelde relaties, over dingen die niet mooi zijn.’
‘Die zijn er altijd,’ zegt Martinus. ‘En daar moet je iets mee.’
‘Dat is het spanningsveld’, zegt Anja. ‘Wat benoem je? Wat laat je weg? Ik probeer altijd een eerlijk beeld te schetsen, maar wel met respect. Je staat daar niet om iemand te veroordelen.’
Martinus knikt. ‘Je bent geen rechter. Je bent iemand die een moment creëert waarin mensen afscheid kunnen nemen.’
Anja denkt even na. ‘En dat moment moet kloppen. Niet alleen inhoudelijk, maar ook qua gevoel. Soms zit dat in woorden, soms in een stilte, soms in een klein ritueel.’
‘Rituelen,’ herhaalt Martinus. ‘Daar deden we vroeger minder mee. Of beter gezegd: we zagen niet dat we ze al deden. Een toespraak ís ook een ritueel.’
‘Dat is nu anders,’ zegt Anja. ‘In de opleiding besteden we er meer aandacht aan. Maar ik zie het breder. Een lied, een kaars, een gedicht – het zijn allemaal manieren om betekenis te geven.’
‘Zolang het maar geen lege vorm wordt,’ zegt Martinus. ‘Ik heb uitvaarten meegemaakt waar de vorm belangrijker leek dan de inhoud. Dat vind ik lastig.’
‘Ja,’ zegt Anja. ‘Het moet passen bij de persoon. Anders voelt het gemaakt. Wat mij raakt, is dat je een inkijkje krijgt in levens. Soms heel gewone levens, zonder grote gebeurtenissen. Maar juist daarin zit vaak iets moois. Liefde, zorg, kleine gebaren.’
‘Gewone levens bestaan niet,’ zegt Martinus. ‘Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Alleen wordt dat niet altijd gezien.’
‘En dat is precies wat wij doen,’ zegt Anja. ‘Zichtbaar maken.’
Martinus: ‘Ik vraag altijd wat de nabestaanden zelf gaan doen. Dit kan enorm waardevol zijn, juist voor henzelf. Ik kan uitkijken naar een kleindochter die een zelfgemaakt gedicht gaat voorlezen. Ook jonge kinderen horen erbij en kunnen fantastisch goeie dingen doen.’
' Ik vind het een eer dat mensen je het vertrouwen geven. '
‘Hoe kijk jij eigenlijk naar de dood?’ vraagt Anja na een tijdje.
Martinus: ‘Ik geloof niet in iets hierna. Ik heb dat eigenlijk al jong losgelaten. Ik weet nog dat ik een jaar of dertien, veertien was en na anderhalf jaar catechisatie een briefje schreef aan de dominee dat ik niet meer terugkwam, omdat ik het er gewoon niet mee eens was. Er werden dingen verteld, zoals dat Jezus over water liep, en ik dacht: dat kan toch niet. Toen heb ik gezegd: dan stop ik ermee. Mijn moeder vond dat niet zo’n goed idee, die zat nog wel in de kerk. Maar uiteindelijk hebben ze het wel geaccepteerd. Voor mij was het belangrijk om zelf na te denken en mijn eigen weg te kiezen. En dat geldt eigenlijk nog steeds, ook in hoe ik naar de dood kijk. Wat er is, is wat er is geweest. En wat blijft, zijn de herinneringen.’
‘Zo voel ik het ook’, zegt Anja. ‘Het gaat om wat je achterlaat in anderen. Niet iets tastbaars, maar hoe je iemand hebt geraakt.’
‘En daarom is dat afscheid zo belangrijk,’ zegt Martinus. ‘Omdat het helpt om dat te markeren. Om te zeggen: dit was iemand, en dit betekende hij of zij.’
Martinus
Spreker sinds 1992 – Martinus van Hoorn, Appingedam heeft zijn hele loopbaan in het onderwijs gewerkt, onder andere in de schoolleiding en als docent wiskunde. Het spreken bij uitvaarten was voor hem een betekenisvolle tijdsbesteding.
Anja
Spreker sinds 2024 – Anja Berens (1961) Meerstad werkte onder andere als loopbaanadviseur en doet dat nog deels, maar combineert dat met vrijwilligerswerk, onder andere in het informatiecentrum oncologie in het UMCG. Voor haar is het spreken bij uitvaarten bewust gekozen als vrijwilligerswerk, niet als commerciële activiteit. Ze wilde het kunnen doen vanuit betrokkenheid en zingeving, niet als ‘baan’.