De snelle opkomst van Artificiële Intelligentie (AI) vraagt om een stevig kompas. Humanists International nam daarom een verklaring aan die benadrukt dat AI alleen duurzaam en rechtvaardig kan zijn wanneer zij verankerd is in redelijkheid, menselijkheid en universele mensenrechten.
De verklaring van Luxemburg over kunstmatige intelligentie en menselijke waarden. Aangenomen op de Algemene Vergadering van Humanisten Internationaal 2025 in Luxemburg.
In het licht van de snelle opkomst van artificiële intelligentie bevinden we ons op een uniek moment in de geschiedenis van de mensheid. Nieuwe technologieën bieden ongekende mogelijkheden voor vergroting van het menselijk geluk, maar vormen bij onzorgvuldig gebruik ook een groot risico voor onze vrijheid, veiligheid en collectieve toekomst.
Op tal van vlakken in ons leven spelen AI-systemen al een grote rol, en hun ontwikkeling voltrekt zich veel sneller dan onze huidige ethische en bestuurlijke kaders kunnen bijbenen. Het feit dat deze krachtige technologische instrumenten in rap tempo geconcentreerd raakten in de handen van een kleine groep, dreigt bovendien nieuwe problemen op te werpen voor de burgerrechten, de democratie en ons streven naar een wereld met meer gelijkheid en rechtvaardigheid.
Gezien deze historische uitdagingen onderschrijft de internationale humanistische gemeenschap hierbij de volgende principes met betrekking tot de noodzaak om kunstmatige intelligentie in te bedden in menselijke waarden gestoeld op redelijkheid, empirie en onze gemeenschappelijke menselijkheid:
1. Menselijk oordeelsvermogen: AI-systemen kunnen mens en maatschappij helpen om op alle vlakken van het leven meer te bereiken. Maar AI-systemen mogen nooit de plaats innemen van het oordeel, de rede en de ethische inschatting van de mens zelf, en van onze verantwoordelijkheid voor onze eigen daden. Besluiten die diep in de levens van mensen ingrijpen, moeten altijd door mensen worden genomen.
2. Algemeen belang: staten moeten principieel erkennen dat AI de hele mensheid ten dienste hoort te staan en niet alleen een middel mag zijn tot verrijking van een kleine bevoorrechte groep. De technologische vooruitgang dient de hele maatschappij ten goede te komen, en niet te leiden tot een concentratie van macht en rijkdom in een steeds kleiner aantal handen.
3. Democratisch bestuur: nieuwe technologieën moeten op elk niveau democratisch verantwoording kunnen afleggen, van het niveau van lokaal bestuur en kleine ondernemingen tot dat van landsregeringen en grote multinationals. Geen overheid, bedrijf of specifieke belangengroep mag in staat zijn ongecontroleerde macht uit te oefenen met technologieën die kunnen raken aan alle aspecten van het menselijk leven. Wetgevers, toezichthouders en andere instanties dienen de benodigde expertise te ontwikkelen en te onderhouden om de evolutie van AI te kunnen bijbenen en in te kunnen springen op nieuwe uitdagingen.
4. Transparantie en autonomie: burgers kunnen niet op een zinvolle wijze aan de democratie deelnemen als er geen transparantie bestaat over overheidsbesluiten die hun leven raken. Transparantie moet niet alleen zijn ingebouwd in de wet- en regelgeving, maar ook in het ontwerp van AI-systemen zelf: een verantwoord ontwerp met helder geformuleerde doelstellingen, waarover mensen rekenschap kunnen afleggen. Wetgeving moet garanderen dat burgers in staat worden gesteld om in vrijheid te bepalen hoe hun persoonlijke gegevens worden gebruikt, en om vragen te stellen over, bezwaar te maken tegen en richting te geven aan de wijze waarop technologie wordt ingezet.
5. Bescherming tegen schade: mensen behoeden voor schade moet voor elk AI-systeem de grondslag zijn, en niet alleen een extraatje. Aangezien het gevaar bestaat dat AI een versterkende werking heeft op bestaand maatschappelijk onrecht, zoals racisme, seksisme, homofobie en validisme, moeten staten en ontwikkelaars stappen zetten om te voorkomen dat AI zich schuldig maakt aan discriminatie, manipulatie, ongeoorloofd toezicht, gericht geweld of inperking van de vrije meningsuiting. Overheden en bestuurders in het bedrijfsleven moeten zich verplichten tot langdurig onderzoek naar en toezicht op de veiligheid van AI en ervoor zorgen dat toekomstige AI-systemen afgestemd blijven op de doelstellingen, wensen en behoeften van de mens.
6. Gedeelde welvaart: bij eerdere industriële revoluties had men in het streven naar vooruitgang onvoldoende oog voor menselijk leed. Dat mag niet meer gebeuren. Technologische vooruitgang mag niet bijdragen aan de uitholling van de menselijke waardigheid of de bestendiging van maatschappelijke ongelijkheid. Een benadering die de mens werkelijk centraal stelt, vergt stevige investeringen in scholing en onderwijs en een sociaal vangnet om werk aantrekkelijker te maken, de menselijke waardigheid te beschermen en ondersteuning te bieden aan de meest getroffen werknemers en bevolkingsgroepen.
7. Kunstenaars en andere makers: mits op de juiste manier ingezet, kan AI meer mensen helpen hun creativiteit te ontplooien: door zelfexpressie, door het experimenteren met nieuwe ideeën en door vormen van samenwerking waaruit mensen zingeving en vreugde putten. Maar we moeten de unieke waarde van de menselijke inbreng die kunstenaars met hun creatieve werk leveren blijven erkennen en beschermen. Goede regelingen voor intellectuele eigendomsrechten moeten kunstenaars en andere makers garanties bieden op een eerlijke vergoeding, bronvermelding en rechtsbescherming.
8. Rede, waarheid en integriteit: vrijheid en vooruitgang vereisen dat wij waarheid van leugen en feit van fictie kunnen onderscheiden. Nu AI-systemen nieuwe en verstrekkende risico’s opleveren voor de integriteit van informatie, moeten er juridische kaders worden opgetrokken om de vrijheid van onderzoek, de vrije meningsuiting en de democratische rechtsstaat zelf te beschermen tegen de toenemende dreiging van verkeerde informatie, desinformatie en grootschalige en opzettelijke misleiding.
9. Toekomstige generaties: de keuzes die wij nu met betrekking tot AI maken, zullen nog generaties lang bepalen hoe de wereld eruitziet. Overheden, maatschappelijke organisaties en voortrekkers uit de AI-sector moeten waakzaam blijven en oog voor de toekomst houden, door voorrang te geven aan het minimaliseren van de milieuschade en van de lange-termijnrisico’s voor het voortbestaan van de mensheid. Wij moeten ons in deze keuzes niet alleen laten leiden door onze verantwoordelijkheid aan elkaar, maar ook aan de toekomstige generaties, andere diersoorten en het hele ecosysteem waarvan wij afhankelijk zijn.
10. Vrijheid en geluk: de waarde van AI schuilt uiteindelijk in de mate waarin deze nieuwe technologie bijdraagt aan het geluk van de mens. Daarom moeten de normen en waarden waarop dat geluk stoelt in AI-systemen worden ingebed en moeten we ambitieus zijn in het streven om met behulp van AI de vrijheid van de mens te vergroten. Op individueel niveau kan dit resulteren in meer vrije tijd, meer mogelijkheden voor zingevende bezigheden, studie, reflectie en het onderhouden van rijkere contacten met andere mensen. Op collectief niveau kunnen we dit verwezenlijken in de vorm van vooruitgang in de geneeskunde en andere wetenschappen, de oplossing van prangende mondiale problemen en de bestrijding van ongelijkheid binnen onze samenleving.
Als individu en als humanistische organisaties verbinden wij ons aan het uitdragen van deze principes met betrekking tot de aansturing, ethische toetsing en inzet van AI overal ter wereld.
Wij bevestigen het belang van humanistische waarden bij de verkenning van dit onontgonnen terrein: alleen door redelijkheid, medeleven, waardigheid, vrijheid en onze gemeenschappelijke menselijkheid centraal te stellen kunnen onze samenlevingen zich veilig een weg banen op dit uitdagende nieuwe terrein.
We roepen alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers op om deze principes ook te onderschrijven en in praktijk te brengen met concrete maatregelen, beleid en internationale overeenkomsten, en benadrukken hierbij nogmaals onze toewijding aan de mensenrechten, de menselijke waardigheid en het menselijk welzijn, nu en in de toekomst.
Artificiële Intelligentie vs. Humanisme
Artificiële Intelligentie (AI) kan een krachtige bondgenoot zijn in ons streven naar kennis en ontwikkeling. Maar het kan ook wringen met humanistische waarden: wanneer niet de mens, maar techniek en winst het uitgangspunt zijn. De werkgroep AI, ontstaan in de afdeling Haaglanden, schreef hierover een position paper.