Waarom Pride nog altijd een protest is
Protesten herken je meestal aan de spandoeken, de leuzen en de woede. Pride kreeg over de jaren heen een heel ander gezicht. Hoe meer rechten er werden bevochten, hoe feestelijker het protest eruit ging zien.
Inmiddels kennen veel mensen Pride vooral als een feest met glitter, muziek en botenparades. En dat is begrijpelijk. Een protest dat elk jaar vooral wordt gevierd, oogt anders dan een protest met spandoeken en sprekers op een plein. Toch schuilt juist in die uitbundigheid een belangrijke historie die we niet mogen vergeten.
Wie Pride uitsluitend ziet als een feest, kijkt eigenlijk naar het eindpunt van een lang verhaal. Of beter gezegd: naar een tussenstation. Want de geschiedenis van Pride laat zien dat emancipatie geen rechte lijn is. Rechten kunnen worden vastgelegd in wetten, maar acceptatie laat zich niet afkondigen. Ze beweegt grillig. Soms vooruit, maar soms ook achteruit.
De nacht van Stonewall
Toen de politie in de nacht van 28 juni 1969 de Stonewall Inn in New York binnenviel, leek dat in de eerste instantie een routineactie. Zulke invallen waren destijds namelijk schering en inslag. Homoseksualiteit was in veel staten strafbaar, cafés konden hun vergunning verliezen als ze queer bezoekers toelieten en politie gebruikte razzia’s om mensen te intimideren, te arresteren en hen publiekelijk te vernederen. De Stonewall Inn was een van de weinige plekken waar drag queens, trans personen, dakloze queer jongeren en homoseksuele mannen en vrouwen elkaar konden ontmoeten. Juist zij werden die nacht opnieuw het doelwit.
Alleen liep het deze keer anders. Toen bezoekers werden afgevoerd, bleef de menigte niet op afstand toekijken. Er ontstond verzet. Mensen gooiden flessen en stenen. De politie trok zich terug in de bar en barricadeerde de deuren terwijl buiten de protesten verder oplaaiden. Dagenlang bleef de wijk het toneel van demonstraties. Stonewall was zeker niet het begin van de queer emancipatiebeweging, activisten organiseerden zich namelijk al jaren. De opstand gaf die beweging wél een enorme impuls en groeide uit tot een kantelpunt in de internationale strijd voor lhbtiq+-rechten. Een jaar later volgde een mars om die opstand te herdenken. Dat werd de eerste Pride.
Kijk, wij zijn er
Vanaf dat moment veranderde ook de vorm van het protest. De beweging maakte zichtbaarheid zelf tot protest. Waar veel demonstraties draaien om wat moet verdwijnen, liet Pride juist zien wat er mag bestaan. Liefde. Diversiteit. Vriendschap. Mensen die zonder angst hand in hand over straat willen lopen. De parade werd daarmee een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid die niet schreeuwde: kijk hoe boos we zijn, maar: kijk, wij zijn er. En we verdwijnen niet.
Toch vinden veel mensen feest en protest moeilijk met elkaar te rijmen. Feest en protest lijken moeilijk samen te gaan. Vreugde kan mensen mobiliseren. Ze trekt mensen aan, geeft moed en doorbreekt de schaamte waar uitsluiting van afhankelijk is. Samen dansen, zingen en zichtbaar zijn doorbreekt precies datgene waar uitsluiting op drijft: schaamte. Een samenleving die jarenlang bepaalde dat je jezelf moest verbergen, wordt uitgedaagd zodra mensen zich juist openlijk laten zien.
De boodschap die door de straat loopt
De actualiteit maakt dat pijnlijk zichtbaar. Juist nu, nu lhbtiq+-rechten wereldwijd onder druk staan en de acceptatie van queer personen afneemt. Ook in Nederland voelen steeds meer mensen zich minder veilig om hand in hand te lopen of open te zijn over wie ze zijn. Zo krijgt Pride vanzelf weer iets van haar oorspronkelijke betekenis terug, omdat de omstandigheden zijn veranderd.
Het idee dat Pride haar doel inmiddels heeft bereikt, is hardnekkig. Alsof een paar decennia van vooruitgang voldoende zijn om uitsluiting definitief achter ons te laten. De werkelijkheid is grilliger. Rechten kunnen onder druk komen te staan, acceptatie kan afnemen en mensen kunnen zich opnieuw minder vrij gaan voelen om zichtbaar zichzelf te zijn.
Misschien zit daarin ook de kracht van Pride. Bij de meeste protesten draagt iemand de boodschap op een protestbord. Bij Pride loopt de boodschap zelf door de straat. Mensen laten zich zien zoals ze zijn, op een plek waar dat jarenlang risico’s met zich meebracht. Juist die zichtbaarheid maakt het feest tot protest. Daarom is Pride veel meer dan een jaarlijkse traditie. Want achter de muziek, dans en regenboogvlaggen klinkt nog altijd dezelfde eenvoudige boodschap als ruim vijftig jaar geleden: we zijn hier. En we laten ons niet opnieuw uit het straatbeeld verdwijnen.
Van protest naar gesprek
Pride draait om zichtbaar zijn in wie je bent. Dat begint bij jezelf, én het vraagt om gesprek met de ander – ook als die anders denkt over gender.
Er heersen vaak aannames over die ander. ‘Boomers blijven hangen in traditionele genderrollen’ en ‘voor millennials kan het nooit woke genoeg zijn’. Hoe ga je over generaties heen het gesprek aan over gender – zónder elkaar in hokjes te duwen? Bestel het gespreksspel OverBruggen – uitbreiding Gender: door er samen over te praten ontstaat begrip. Deze uitbreiding bouwt voort op de kern van het basisspel OverBruggen: persoonlijke verhalen boven labels. Pak een kaart. Luister. Vertel. En sla een nieuwe brug.