Straatcoaches Hako (28) en Chantiënne (20) fietsen in hun herkenbare rode jack langs een pleintje in de Amsterdamse wijk IJburg. Een groepje meisjes voetbalt in een ijzeren kooi. Als ze de jongens zien, rennen ze naar de rand van de kooi en roepen zeven monden verlangend: “Spelen jullie mee, spelen jullie mee?” Jeada (11) vindt de twee jonge coaches ‘super-gezellig’. “Ze helpen met problemen oplossen.” vertelt Melissa (13), “als we ruzie hebben, geven ze advies.” De coaches voetballen even mee. Als ze vertrekken, worden ze uitgezwaaid. “Dag James Bond!”, roept Melissa tegen Hako. De meisjes geven alle coaches bijnamen. Big Papa is de lieveling. “Die is echt super aardig.”

De Stichting Aanpak Overlast Amsterdam (Saoa) is opgericht in 2006, een periode waarin verschillende jongerengroepen de stad terroriseerden. Op aandringen van toenmalig burgemeester Job Cohen werd een nieuwe functie bedacht voor mensen die dagelijks op straat zijn en actief proberen problemen op te lossen. Inmiddels worden straatcoaches al 13 jaar in alle Amsterdamse wijken ingezet en vormen ze de schakel tussen buurt, gemeente en politie. Om dat fijnmazige netwerk wordt de stad geprezen. De inzet van straatcoaches en wijk-agenten zou wel eens de reden kunnen zijn, zeggen terrorismedeskundigen, dat radicale religieuze stromingen hier nauwelijks voet aan de grond krijgen.

De afgelopen jaren hebben tientallen steden eigen coaches aangesteld. Toen ze voor het eerst werden gespot in de Utrechtse probleemwijk Kanaleneiland werden ze spottend ‘de Amsterdamse kleerkasten’ genoemd. Hako werkt al vijf jaar als straatcoach en heeft IJburg als vaste standplaats. Chantiënne is sinds een half jaar in dienst. Hun dienst be-gint vandaag om half drie ’s middags. De straat is het werkterrein van de coaches. Op stevige en wendbare mountainbikes fietsen ze door de buurt. Ze maken een rondje langs bekende ‘hotspots’ waar het meest over wordt geklaagd. Normaal werken ze tot half elf ’s avonds, maar tijdens de Ramadan, als jongeren pas laat de straat op gaan, blijven de coaches langer buiten.

Houd je bek

Hako en Chantiënne stoppen bij het Ed Pelsterpark. Op het grote groene plein klitten wat jongens bij elkaar. Er worden schouders beklopt en ferme handdrukken gewisseld. Zo’n tien jaar geleden was het park berucht. Op een website voor bewoners klaagde ‘anoniem’ over ‘jonge opgefokte gastjes die iedere avond roe-pen en ’s nachts onrust stoken’. Het park kreeg een nieuwe inrichting plus een sportschool. Vorig jaar werd het plein door de KNVB uit-geroepen tot Tofste Plein van Nederland. Voet-baller en rapper Soufiane Touzani, die namens de KNVB de prijs uitreikte, prees de mix van gebruikers. ‘Een beetje Marokkaans, een beet-je Nederlands, een beetje Turks, Antilliaans. Maar vooral: Amsterdams!’ Straatcoach Hako deed een paar weken geleden mee aan een voetbaltoernooi voor de buurt. Meedoen met activiteiten is een bewus-te strategie om het vertrouwen van jongeren te winnen. Als dan later problemen ontstaan, is het makkelijker een jongere op zijn gedrag aan te spreken. Ze worden wel eens door radeloze ouders benaderd die hun kind zien afglijden. “Dan vraag ik zo’n jongen wat er aan de hand is”, zegt Hako. “Vaak is hij op zo’n moment nog niet bij ons en de politie in beeld. Ik waarschuw dat hij moet oppassen, omdat hij anders in de problemen komt.” Een vrouw houdt Chantiënne staande. Ze wijst op een puber die, samen met een vriend-je, over de stoep rijdt. “Hij is heel brutaal.” De coaches stappen erop af, wenken de jongens en luisteren geïnteresseerd. Het lijf van Faissal (14) staat strak van verontwaardiging. De klaagster vertelt dat ze de puber een paar minuten eerder vroeg of hij zijn afval wilde oprapen. Ze kreeg het klassieke antwoord: ‘Raap het zelf op’. Faissal weet van niets. “Mevrouw, dat heb ik niet gezegd”, roept hij met overslaande stem. De vrouw oogt steeds bozer. “Je liegt! Je liegt!” Hako slaat een arm om de schouder van Faissal en vraagt hem wat er precies is gebeurd. Als de jongen omstandig uitlegt dat hij helemaal niets op straat heeft gegooid, loopt de vrouw weg en vraagt of de coaches het verder willen afhande-len. Faissal is kwaad. “Zij zegt: houd je bek. Mag een volwassene zo tegen mij praten? Mag ze mij zulke taal leren?” Door rustig met hem te pra-ten, ebt Faissals woede weg.

Transparant

Wat is precies de taak van een straatcoach? Gek genoeg is het makkelijker om te benoemen wat hij niét doet. Hij is geen politieagent, geen jongerenwerker en geen hulpverlener. Hij ope-reert ergens in het gebied tussen handhaven en zorg. Hun grote kracht, blijkt uit een onderzoek van de Politieacademie, is dat coaches jonge-ren aanspreken als ze blowend in een klimrek hangen, blikjes bier in portieken gooien en ’s avonds met ronkende scooters door de buurt racen. De ideale coach is streetwise, spreekt de taal van de straat en kan als rolmodel dienen. Zelf vinden de straatcoaches het belangrijk dat ze op allerlei momenten met de jongeren pra-ten. Als het goed gaat én als het misgaat. “Het belangrijkste is dat je transparant bent. Je moet niet iets beloven wat je niet waar kan maken. Als je dat wel doet, krijg je gezeik”, zegt Hako. Het overgrote deel van de overlastgevers is jon-gen. Die disbalans zie je terug bij de coaches: van de 81 werknemers zijn zes vrouwen. IJburg, een nieuwe buurt aan de rand van Amsterdam, oogt weldadig rustig. De stoepen zijn breed, de straten schoon en de sfeer is die van een rustige provincieplaats. Hako wijst om zich heen. “Hier is slim gebouwd, er zijn nau-welijks portieken waar je kan rondhangen.” IJburg staat vooral bekend om zijn waterrijke omgeving met mooie en prijzige koophuizen. Dat er ook veel sociale woningbouw is, is min-der bekend. In de wijk, waar krap 30.000 men-sen wonen, is een derde van de bewoners jon-ger dan 18 en groeit 15 procent van de jongeren op in een gezin met een minimuminkomen. Er is veel aandacht voor aantrekkelijke plekken voor kleintjes, met ingenieuze speel-toestellen en natuurspeelplaatsen. Maar voor oudere jongeren is er maar weinig afleiding. Het nabijgelegen Amsterdam-Oost herbergt juist een overdaad aan verleidelijke voorzienin-gen, zoals buurthuizen, cafés en coffeeshops.

Tijd verklooien

De plekken waar bewoners overlast ervaren, veranderen in de loop van de tijd. Daar waar de nood het hoogst is, komen straatcoaches, jongerenwerkers en politie in actie en keert de rust terug. Maar op het Joris Ivensplein in IJburg wil het maar niet lukken de overlast te beteugelen. Het is de favoriete hangplek van een groepje oudere jongens. Aan de ene kant van het plein staan lage flats, vriendelijke eengezinshuizen met vrolijke voortuinen en een daltonschool. Aan de andere kant zijn winkels zoals de Hema, Biolicious, een luxe winkel met biologische producten, snackbar Grill Fast Food en Hizi Hair. Het grote plein bestaat uit twee grasvlaktes met speeltoestellen en een middengedeelte van keitjes waar platanen hun best doen een mediterrane sfeer te scheppen. Overdag slenteren ouders met hun kinderen naar de winkels, trappen meisjes een balletje en rijdt een scooter keihard tussen de voetgangers door. ’s Avonds kan de sfeer omslaan. Bewoners klagen over confrontaties met intimiderende hangjeugd.Hassan (25) en Mo (21) zijn dagelijkse bezoekers van het Joris Ivensplein. Rondhangen met hun vrienden noemen ze ‘tijd verklooien’. Ze zijn boos. Heel boos. Ze hebben al ‘zo vaak’ met de gemeente en de politie om tafel gezeten om een oplossing te vinden voor de problemen van hangjongeren. “Praten heeft geen zin meer”, zegt Mo. “Het lost niets op.” Ze missen een eigen plek waar ze “rustig een joint kunnen roken.” “Een ouwe bus aan de rand van de wijk is goed genoeg”, vindt Mo. Hassan en Mo moeten niets hebben van de politie. Voor ‘blauw’, zoals zij dat noemen, hebben ze geen respect. Agenten willen alleen boetes uitdelen. Favoriet is die voor ‘doelloos rondhangen’. Kosten: 95 euro. Als ze niet snel genoeg vertrekken, dreigt een boete voor het ‘niet opvolgen van een bevel van de politie’. Dan moeten ze 380 euro dokken. De straatcoaches, die ze ‘rood’ noemen, staan in hoger aanzien. “De politie zegt dat met ons niet te praten valt”, klaagt Hassan. “Ze doen of wij terroristen of criminelen zijn. Straatcoa-ches vragen tenminste dingen. Ze reageren relaxter.” Er zijn ook jongeren die rood niet zien zit-ten. In Het Parool (november 2016) oordeelt een 18-jarige hard. “Ik pis op hen, ik heb geen respect voor ze. Hoe kan ik hen serieus nemen als ze op fietsen aankomen, in hun rode kleer-tjes. Ze hebben het niet gemaakt. Ze wilden bij de politie, maar dat konden ze niet, dus nu willen ze de politie overtreffen. Ze doen alsof ze onze vrienden zijn, maar intussen naaien ze ons. Als zij goedemorgen zeggen, zeggen wij rot op.” Straatcoaches bieden een luisterend oor aan bewoners, ouders, winkeliers, jongeren en de politie. Ze willen niemand voor het hoofd stoten. Ja, zeggen ze voorzichtig, er is een harde kern op het Ivensplein. Maar er is ook beeldvorming: als bewoners een groep jongens bij elkaar zien, denken ze het ergste.

Beetje begrip

Jarvin (27), kapper bij Hizi Hair, heeft in zijn jeugd eindeloos rondgehangen. “Die jon-gens zitten gewoon te chillen.” Hoewel ze inti-miderend ogen, ziet Jarvin ‘broeders die emo-ties delen’. Als ze elkaar bijvoorbeeld vragen hoe het thuis gaat, en iemand antwoordt ‘het-zelfde’, weet de goede verstaander dat het thuis niet goed gaat. “Bewoners in IJburg mogen wel wat meer begrip tonen.” Chantiënne, die eerder in Oost werkte, heeft de indruk dat de bewoners in zijn oude wijk minder snel klagen. Onlangs kreeg de meldkamer een telefoontje over jongens die in een stilstaande auto naar harde muziek luis-terden. “We hebben ze gevraagd om naar een ander deel van de wijk te gaan”, vertelt Chanti-enne. “Mensen in IJburg zijn heel gevoelig. Als je veel geld voor een huis betaalt, ben je misschien eerder bang voor diefstal.” Het aantal overlastklachten in Amsterdam daalt. Deels, menen de straatcoaches, is dat aan hun optreden te danken. Maar er speelt nóg iets. Jongeren hangen als vanouds op buurbankjes, maar ze turen tegenwoordig het liefst op hun mobiele telefoon. “Je hoort alleen geluid als ze elkaar een filmpje van You-tube laten zien’” zegt Hako. De Stichting heeft sinds kort een eigen sociale media-adviseur, Ricardo Willeijns. “Tot voor kort waren er drie domeinen die het leven van jongeren bepaal-den: het gezin, de school en de straat. Daar is een vierde domein bijgekomen, het digitale.” Jongeren springen niet meer op de scooter en rijden rondjes net zolang tot ze hun vrienden gevonden hebben. Ze lokaliseren elkaar via een whatsapp-groep en ontmoeten elkaar vervol-gens het liefst achter een voordeur waar geen klagende volwassene in hun nek hijgt. Ook Hako ziet dat jongeren zich vaker te-rugtrekken in kelderboxen of parkeergarages. Traditionele hangjongeren waren honkvast en trokken vooral op met wijkgenoten. Nu heb-ben ze een groter netwerk van digitale vrien-den die elkaar op meerdere plekken in de stad treffen. Wordt het tijd voor digitale straatcoa-ches? Een interessante gedachte, vindt Wil-leijns. De gemeente Amsterdam heeft al eens via Facebook geprobeerd om de contacten van probleemjongeren in kaart te brengen om zo sneller risicojongeren op te sporen. Dat mocht niet. Europese privacywetgeving verbiedt het snuffelen in digitale adresboeken. Coaches vragen Willeijns soms of hij een jongere digi-taal kan traceren. Hij wil wel, maar hij wacht eerst op duidelijk beleid van de gemeente Am-sterdam. “Als ik een foto op social media wil plaatsen, moet ik zeven keer nadenken of het wel mag”, zegt Willeijns. “Schend ik iemands privacy, doe ik aan etnisch profileren, moet ik om toestemming vragen?”

Volg de straatcoaches op Instagram, Twitter en Facebook.

Placeholder-female-2x

Xandra van Gelder

Profiel-pagina