‘We hebben een gedeelde geschiedenis met elkaar’
Araya Sumter groeide op in een Surinaams gezin en ziet vanuit haar huidige rol als wethouder hoe het slavernijverleden nog altijd doorwerkt in Amsterdam. Ze pleit voor erkenning, dialoog en gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Bij Araya Sumter thuis was Keti Koti ieder jaar een belangrijk moment. Ze groeide op in een Surinaams gezin in Amsterdam, waar op 1 juli samen werd gegeten en gesproken over het slavernijverleden en wat dat nog altijd betekent. Op tafel stond Heri Heri: cassave, zoete aardappel, ei, bakbanaan en bakkeljauw. ‘Die maaltijd is nauw verbonden met de slavernijgeschiedenis, dus het is iets wat diep geworteld is’, vertelt Sumter. Sinds drie weken is ze wethouder in Amsterdam, met onder meer Sociale Rechtvaardigheid en Diversiteit & Inclusie in haar portefeuille.
Dat Keti Koti niet voor iedereen dezelfde betekenis had, merkte Sumter al jong. ‘Ik denk dat het lange tijd geen gespreksonderwerp was bij veel Nederlandse gezinnen thuis’, zegt ze. ‘Niet vanuit onwil, maar vanuit onbekendheid.’ Toen werd Keti Koti nog niet op televisie uitgezonden, kreeg het weinig ruimte in musea en ook op school kwam het onderwerp nauwelijks aan bod. ‘Het was maar één alinea in de geschiedenisboeken’, zegt ze. ‘En hoe kan je van iets houden als je het niet kent?’
' De doorwerking van slavernij en kolonialisme zien we vandaag de dag nog steeds terug. '
Hoe het verleden doorwerkt
Vanaf de jaren tachtig groeide de aandacht voor het zichtbaarder maken van het Nederlandse slavernijverleden. Dat leidde uiteindelijk tot officiële erkenning en excuses: eerst van burgemeester Halsema in Amsterdam, daarna door het kabinet en uiteindelijk door de koning.
Die excuses markeerden een belangrijk moment. Maar de gevolgen van het verleden verdwenen niet. ‘De doorwerking van slavernij en kolonialisme zien we vandaag de dag nog steeds terug’, zegt Sumter. ‘Als je kijkt naar de cijfers in Amsterdam Zuidoost en Nieuw-West, maar ook in Noord en andere stadsdelen, zie je veel mensen die onder of tegen de armoedegrens aan leven.’
Volgens haar zijn het vaak plekken waar relatief veel nazaten van tot slaaf gemaakten wonen. ‘Zij werken hard, maar zijn nog steeds aan het pinaren’, zegt ze – een Surinaams woord voor de eindjes aan elkaar knopen. ‘Die kloof kan je niet los zien van de doorwerking van de slavernij.’
Dat gaat voor Sumter verder dan zichtbaar wordt in cijfers. Ze spreekt over de psychologische druk die zich over generaties kan opstapelen bij mensen die ongelijkheid ervaren. Ze herkent daar ook iets van bij zichzelf. ‘Als er iets gebeurt, lach je het weg. Je gaat erin mee, want je wilt niet overkomen alsof je zeurt of als een boze zwarte vrouw – dus verzacht je het’, zegt ze. ‘Dat zit gewoon heel diep in je DNA.’
Verantwoordelijkheid van Amsterdam
Ook Amsterdam draagt het slavernijverleden met zich mee. Sumter vindt het belangrijk dat de stad erkent welke rol zij daarin heeft gespeeld. ‘Amsterdam is er rijk door geworden’, zegt ze. ‘Je ziet dat overal terug – in de grachtenpanden, in de gevels.’
De jaarlijkse Keti Koti-herdenking is een belangrijke stap in die erkenning. Maar het vraagt het hele jaar door om continuïteit en aandacht. Daarom werkt de stad onder meer met de Route naar Herstel, een adviesrapport dat de stad samen met partnerorganisaties heeft laten opstellen. Daarin staan meer dan zeventig aandachtspunten voor Amsterdam. Samen met het college zijn er tien prioriteiten vastgesteld, die nu worden uitgewerkt. Eén daarvan is een toekomstgericht fonds voor heling en herstel, waarbij nazaten van tot slaaf gemaakten meedenken én meebeslissen. Het college stelt hiervoor jaarlijks 2,5 miljoen euro beschikbaar, tot minimaal 2040.
‘De nazaten van tot slaaf gemaakten hebben veel behoefte aan erkenning. Daarin neemt Amsterdam verantwoordelijkheid’, zegt Sumter. ‘Tegelijkertijd gaat dat niet vanzelf. We moeten ook met compassie naar elkaar kijken. Driehonderd jaar ga je niet in één keer met elkaar oplossen, maar we staan er wel samen voor.’
' Driehonderd jaar ga je niet in één keer met elkaar oplossen, maar we staan er wel samen voor. '
Het gesprek aangaan
Voor Sumter begint het bij het gesprek met elkaar. Ze merkt dat veel mensen wel willen begrijpen, maar ook schroom voelen om vragen te stellen. ‘Ze vragen zich af: heb ik er zelf een aandeel in gehad? Hoe zit het met mijn familiegeschiedenis?’ Heling gaat volgens haar over het kunnen erkennen dat mensen verschillend kunnen voelen over hetzelfde verleden, ook als je daar zelf niet direct bij betrokken bent geweest.
Tijdens gesprekken tussen en binnen gemeenschappen zag Sumter afgelopen jaren de wil om naar elkaar te luisteren en om samen te leren. ‘Dat vind ik mooi aan wat we met elkaar aan het doen zijn. We hebben immers een gedeelde geschiedenis.’
Op de schouders van je voorouders
Ze vervolgt: ‘Mijn ouders hebben ons geleerd: wat er ook gebeurt, je hebt elkaar en daar put je kracht uit. Doe je best en weet dat je op de schouders van je voorouders staat. Maak er het allermooiste van en lever een bijdrage aan deze prachtige stad en dit prachtige land.’
Voor wie denkt dat het slavernijverleden weinig met hen te maken heeft, hoopt Sumter vooral op dat besef van verbondenheid. Ze nodigt iedereen uit om naar de Keti Koti-viering in de stad te komen, van herdenking tot festiviteiten, met voorstellingen en plekken waar Heri Heri wordt gegeten. ‘Ik gun iedereen dat ze er onderdeel van worden. Iedereen hoort erbij.’
Keti Koti met Mandy Woelkens
Op 1 juli staan we in Nederland stil bij Keti Koti. Met Mandy Woelkens als gasthoofdredacteur herdenken we de afschaffing van de slavernij en erkennen we onze gedeelde geschiedenis.
Samen met Mandy verkennen we de vele lagen van Keti Koti: historisch, persoonlijk en maatschappelijk. Van institutioneel racisme en intergenerationeel trauma tot de kracht van eten als verbinder – elk verhaal brengt ons dichter bij bewustwording, gesprek en verbinding.