Direct naar de inhoud
Humanistisch Verbond , go to home

Van Brazilië tot Indonesië: het grotere verhaal achter het Nederlandse slavernijverleden  

Voor veel mensen begint het Nederlandse slavernijverleden met Suriname en de trans-Atlantische slavenhandel. Maar achter dat bekende beeld schuilt een veel grotere, wereldwijde geschiedenis – die miljoenen levens beïnvloedde. De gevolgen daarvan zijn vandaag nog steeds zichtbaar.

‘Den keti koti, brada, sisa. De ketenen zijn verbroken, broeder, zuster.’ Het is 1 juli 2023 als koning Willem-Alexander deze woorden uitspreekt. Enkele maanden eerder bood premier Rutte namens de Nederlandse staat excuses aan voor het slavernijverleden. Tijdens Keti Koti vraagt de koning persoonlijk vergiffenis.

Keti Koti was lange tijd onbekend bij veel Nederlanders, maar de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht. De NOS zendt het sinds 2023 live uit. Daarmee is het Nederlandse koloniale en slavernijverleden ook steeds vaker onderwerp van publiek debat. Maar wat weten we er eigenlijk écht over?

Uit een kleine rondvraag blijkt dat die kennis beperkt is: Suriname, plantages en de trans-Atlantische handel in tot slaaf gemaakte mensen vanuit Afrika. Dat beeld klopt, maar het is niet volledig. De Nederlandse slavenhandel was veel grootschaliger en wereldwijder dan de meeste mensen denken.

In de documentaireserie Simone en de Roofstaat onderzoekt journalist Simone Weimans juist dat bredere verhaal. De geschiedenis van haar Surinaamse voorouders kent ze al. Maar tijdens haar reizen ontdekt ze hoe ver het Nederlandse koloniale verleden zich uitstrekt – van Brazilië tot Indonesië, van New York tot Zuid-Afrika.

De VOC: meer dan handel

In 1595 ontvoeren Nederlandse zeevaarders tijdens de eerste handelsreis naar Azië twee tieners vanaf Madagaskar. Zij behoren tot de eerste mensen die door Nederlanders tot slaaf worden gemaakt. En dat is waar het verhaal van Nederland als koloniale grootmacht begint. Een grootmacht die drijft op slavernij, landroof en koloniale handel.

Nederland legt de basis van die macht in 1602 met de oprichting van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). In de schoolboeken staat de VOC vooral bekend als handelscompagnie. Maar ze voert ook oorlogen en verovert gebieden waarbij ze dwang en geweld niet schuwt.

Prachtige plek, donkere geschiedenis

In 1652 stuurt de VOC Jan van Riebeeck naar de zuidpunt van Zuid-Afrika. Wat begint als een groentetuin – een bevoorradingspost voor de lange reis naar Azië – groeit uit tot een Nederlandse kolonie die meer dan 150 jaar standhoudt. De kolonisten verdrijven de Khoikhoi, de oorspronkelijke bewoners, van hun land. Tegelijkertijd haalt de VOC duizenden mensen uit Indonesië, India, Madagaskar en andere delen van Afrika naar de Kaap om onder dwang op het land te werken.

Simone bezoekt één van die plekken: Groot Constantia, het oudste wijnlandgoed van Zuid-Afrika. Met zijn witgepleisterde muren, rieten dak en klokgevel die doet denken aan de Zaanstreek is deze plek een geliefde plek voor bruiloften. Een witte weddingplanner treft voorbereidingen. ‘Het is ons erfgoed’, zegt ze. Op Simones vraag wie het landgoed heeft gebouwd, antwoordt ze: ‘Ik weet niet wie het precies heeft gebouwd, maar het ligt hier al heel lang.’

Historicus Amie Soudien, zelf afstammeling van tot slaaf gemaakten, stoort zich aan deze onwetendheid. Volgens haar zijn veel wijnhuizen trots op hun koloniale geschiedenis, maar besteden ze geen aandacht aan alle aspecten ervan. ‘De slavernij heeft bijna 200 jaar geduurd en neemt maar weinig ruimte in in het Zuid-Afrikaanse denken.’ Terwijl het volgens haar het fundament vormde waarop de apartheidsstaat werd gesticht.

’s Avonds staat Simone aan het strand met een fles wijn in haar handen. Ze kijkt terug op haar bezoek aan Groot Constantia. ‘Een prachtige plek.’ Toch kan ze de tot slaaf gemaakten die dat complex hebben gebouwd niet uit haar hoofd zetten. ‘Dat maakt dan zo’n roseetje toch wel zuurder dan ik had verwacht.’

Mensen als handelswaar: dagelijkse routine

Terwijl de VOC de handel domineert in het gebied ten oosten van Kaap de Goede Hoop, richt Nederland in 1621 de West-Indische Compagnie (WIC) op. Die krijgt het monopolie op de gebieden rond de Atlantische Oceaan – van West-Afrika tot Noord- en Zuid-Amerika.

In 1630 verovert de WIC een deel van het noordoosten van Brazilië. In de jaren die volgen verscheept Nederland duizenden mensen vanuit West-Afrika om er onder dwang op de suikerplantages te werken. Het is een nieuw hoofdstuk in het verhaal van Nederland als koloniale grootmacht, waarin de WIC uitgroeit tot de belangrijkste slavenhandelaar van Europa.

In de Braziliaanse stad Recife loopt Simone met historicus Bruno Miranda door de Rua do Bom Jesus. De straat is smal, de koloniale panden hebben kleurige gevels en hoge ramen. Vroeger vond hier de belangrijkste slavenmarkt van Nederlands-Brazilië plaats. Bruno slaat een boek open. Op schilderijen kijken handelaren en kopers toe hoe tot slaaf gemaakten worden geselecteerd, geïnspecteerd en verkocht. Alsof het goederen zijn. ‘Dit was de dagelijkse routine.’

Bruno vertelt dat Johan Maurits van Nassau, gouverneur van Nederlands-Brazilië, in sommige Braziliaanse kinderboeken wordt omschreven als ‘de verzoener’. Maar een van zijn eerste daden als gouverneur was het organiseren van expedities naar Ghana en Angola om mensen te kopen. Naar schatting verscheepten Nederlanders meer dan 30.000 mensen naar Recife.

Brazilië was, zegt Bruno, een proefgrond waar Nederlanders leerden hoe ze mensen tot handelswaar maakten en ze te onderdrukken met geweld. ‘Je brengt iemand uit Afrika, geketend en gebrandmerkt. En je moet ervoor zorgen dat ze gehoorzaam zijn. Je leert niet zonder slag of stoot hoe je ze mentaal en fysiek moet breken, hoe je ze moet temmen.’

Even verderop, op het eiland Itamaricá, bezoekt Simone Fort Oranje. Hier werden ooit tot slaaf gemaakten gevangen gehouden. Nu wordt er aan het strand vakantie gevierd. ‘Geschiedenis kan op zoveel manieren worden herinnerd, verteld en geschreven’, zegt ze. ‘Het is maar net welk verhaal, welke mythes, welke feiten en welke tradities worden herhaald. En vooral ook: door wie.’

De erfenis in cijfers

Na vier eeuwen koloniale overheersing schaft Nederland op 1 juli 1863 als een van de laatste landen in Europa de slavernij in haar koloniën af. Officieel. Want op het eiland Samosir in Nederlands-Indië, de laatste plek waar Nederland de slavernij afschaft, duurt het tot 1914.

Als de kolonisator weg is, is de ongelijkheid niet weg. In Zuid-Afrika behoren de Khoikhoi tot de armste bevolkingsgroepen van het land. Ze zijn letterlijk naar de randen gedreven van wat ooit hun grond was. Bijna driekwart van het land is in handen van witte Zuid-Afrikanen, die slechts 9 procent van de bevolking uitmaken. Volgens de World Population Review is Zuid-Afrika het land met de grootste inkomensongelijkheid ter wereld.

Ook in Brazilië, waar de slavernij pas in 1888 werd afgeschaft, is de ongelijkheid diepgeworteld en tot op de dag van vandaag niet ingelopen door de nazaten van tot slaaf gemaakten en inheemse mensen. Volgens het Braziliaanse statistiekbureau IBGE is zeventig procent van de mensen onder de armoedegrens van kleur. Op de wereldranglijst van inkomensongelijkheid staat Brazilië op de zesde plek. Witte mensen verdienen gemiddeld 73 procent meer dan zwarte mensen.

Miljoenen vergeten slachtoffers

Zuid-Afrika en Brazilië zijn geen uitzonderingen. Volgens een onderzoek van de Groene Amsterdammer laat Nederland op meer dan twintig plekken in de wereld zijn sporen achter. Maar hoe groot het aantal mensen is dat door Nederland in slavernij werd gehouden, is nog altijd onderwerp van debat. Het officiële getal is 600.000 mensen – opgenomen in de Canon, genoemd in exposities, schoolboeken en in 2023 door de koning in zijn excuses. Maar het telt alleen de trans-Atlantische slavenhandel.

Volgens journalist Leendert van der Valk is dit cijfer vijf tot tien keer te laag als je het wereldwijde Nederlandse aandeel meetelt. ‘Miljoenen mannen, vrouwen en kinderen die door Nederlanders in slavernij werden gehouden, vallen buiten de kaders’, zegt hij in de Volkskrant. Zijn cijfer? Tussen de 3,3 en 5,3 miljoen.

Het verhaal leeft voort

Nederland profiteerde van de slavenhandel en de sporen zijn er nog. De denkbeelden die slavernij rechtvaardigden – dat mensen van kleur minderwaardig zijn – verdwenen niet met de afschaffing ervan. Ideeën over ‘ras’ en hiërarchie werken nog altijd door in de maatschappij. Mensen van kleur worden nog dagelijks geconfronteerd met racisme en discriminatie op de arbeidsmarkt, woningmarkt en in het onderwijs. Niet als incident, maar als systeem.

Ook op straat is het slavernijverleden nog steeds aanwezig. De gebouwen gefinancierd met slavernijwinst, de Gouden Koets, de straten vernoemd naar slavenhandelaren. En dan is er Jan Pieterszoon Coen. In Hoorn staat zijn standbeeld. De man die in 1621 op de Banda-eilanden 15.000 mensen liet uitmoorden en de duizend overlevenden tot slaaf maakte, staat nog steeds op een sokkel.

Het koloniale verleden leeft

Nederland als roofstaat. Met geweld, slavernij en landroof veranderde het de levensloop van miljoenen mensen en hun nazaten voorgoed. Simone reisde voor de serie naar vier voormalige Nederlandse koloniën: Brazilië, Zuid-Afrika, New York – waar ze de Munsee ontmoette, de oorspronkelijke bewoners van Manhattan – en als laatste Indonesië.

Aan het einde van haar reis loopt ze over het Taman Fatahillah-plein in Jakarta, de plek waar zich vroeger het hoofdkwartier van de VOC bevond. Ze gaat op de foto met Noni Belanda – Tante Nederland – een Javaanse vrouw uitgedost als Eva Ment, de vrouw van Jan Pieterzoon Coen. Witte pruik, witte jurk. Simone zit naast haar op een fiets. Nepbloemen in het mandje. Om hen heen toeristen.

Simone blikt terug op haar reizen. ‘Er zaten echt oceanen, duizenden kilometers, tussen alle plekken die ik bezocht. Maar wat overal opviel was hoezeer het koloniale verleden nog leeft’, zegt ze. ‘Het zit hem in woorden, gebouwen, ongelijke verhoudingen. Wie komt vooruit, wie blijft achter? Het gaat veel verder dan abstracte feiten in geschiedenisboeken, het is dagelijkse werkelijkheid.’

Marlies van Exter
Freelance journalist

Keti Koti met Mandy Woelkens

Op 1 juli staan we in Nederland stil bij Keti Koti. Met Mandy Woelkens als gasthoofdredacteur herdenken we de afschaffing van de slavernij en erkennen we onze gedeelde geschiedenis.

Samen met Mandy verkennen we de vele lagen van Keti Koti: historisch, persoonlijk en maatschappelijk. Van institutioneel racisme en intergenerationeel trauma tot de kracht van eten als verbinder – elk verhaal brengt ons dichter bij bewustwording, gesprek en verbinding.

Deel deze pagina

A list of posts

  • Hoe denken jong en oud over genderdiversiteit?

  • Waarom Pride nog altijd een protest is

  • ‘Erkenning is helend’