Institutioneel racisme
Racisme kan ingebakken zijn in instituties zoals het onderwijs, de arbeidsmarkt en de zorg. Het uit zich vaak in onbewuste vooroordelen en structurele ongelijkheid. Wat is institutioneel racisme precies en hoe kunnen we het bestrijden?
In juni 2020 gingen mensen de straat op na de moord van George Floyd, die op 25 mei plaatsvond. ‘Black Lives Matter!’ riepen menigtes over heel de wereld. Ook in Nederland kwamen duizenden mensen ter been om te demonstreren. Racisme en de strijd ertegen werden veelbesproken onderwerpen. Thuis, op het werk, in de politiek, ga zo maar door. Racisme was niet alleen iets wat mensen op zichzelf meemaakten, maar ook een ongelijkheidsvorm die diepgeworteld was. ‘Institutioneel racisme’ noemden mensen het. Het was de eerste keer dat de term breed werd besproken. Sindsdien is er meer bewustwording over institutioneel racisme, maar verdwenen is het niet. Zeker in het huidige tijdperk, waarin racisme en vreemdelingenhaat toenemen, is het belangrijk er aandacht voor te blijven houden.
Wat is institutioneel racisme?
In navolging op de demonstraties in 2020 deed Kennisinstituut Samenleven (KiS) onderzoek naar institutioneel racisme. In meerdere rapporten schreven zij over de oorzaken ervan, op welke plekken het zich voordoet en waar je het aan kan herkennen. Zij definiëren institutioneel racisme als een vorm van racisme dat geworteld zit in ‘instituten’: concrete organisaties, zoals scholen of bedrijven. Maar een instituut kan ook een ‘institutioneel veld’ zijn: de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg of het onderwijs. Hele sectoren dus.
Als er sprake is van institutioneel racisme, dan betekent dat dat processen, beleid en de regels – geschreven of ongeschreven – leiden tot racisme. Hierin is een onderscheid tussen enerzijds doelbewust racisme, en anderzijds onbedoeld racisme: soms zijn er processen of regels die niet die intentie hebben, maar waarvan de impact wel racistisch is.
Daarnaast is een van de belangrijkste kenmerken van institutioneel racisme dat het structureel en collectief is. Het gaat over bedrijven en sectoren, niet over losse gevallen of het handelen van één medewerker van een instituut.
Waar komt het vandaan?
Institutioneel racisme is dus een vorm van racisme die ingebed is in instituten. Het heeft dus direct te maken met racisme, wat weer een oorsprong heeft in het koloniale en slavernijverleden. ‘Om de slavernij goed te praten, werden mensen van kleur en niet-christenen tijdens het Nederlandse koloniale verleden door de machthebbers eeuwenlang neergezet als minderwaardig’, schrijft NU.nl in een achtergrondartikel over racisme. Tijdens de slavernijperiode zijn stereotypen, vooroordelen en aannames over de verhevenheid van sommige groepen, zoals witte Nederlanders, opgenomen in onder andere wetgeving, beleid en instituten an sich. Op die manier werden dus andere, niet-witte bevolkingsgroepen als minderwaardig beschouwd op een institutioneel niveau.
Wat zijn voorbeelden van institutioneel racisme?
Institutioneel racisme komt voor in verschillende vormen. Het bekendste voorbeeld is het Toeslagenschandaal. Tussen 2005 en 2019 heeft de Belastingdienst (bewuste) fouten gemaakt bij de berekening van kinderopvangtoeslag: sommige ouders kregen te horen dat ze duizenden euro’s moesten terugbetalen terwijl ze wel recht hadden op dit geld. Begin mei 2020 gaf de Belastingdienst toe dat ruim 11.000 Nederlanders strenger zijn gecontroleerd dan andere Nederlanders. De organisatie gebruikte de tweede nationaliteit als een officieel selectiecriterium om te bepalen of er een verhoogde kans was op fraude. Institutioneel racisme is ook zichtbaar in de structurele ontkenning van de bijdrage van voormalig DENK-leider Farid Azarkan aan het ontmaskeren van het Toeslagenschandaal, en in het feit dat vooral Pieter Omtzigt en Renske Leijten worden beloond voor hun inzet tegen deze grove discriminatie door de Belastingdienst.
Andere voorbeelden van institutioneel racisme zijn kinderen met een migratieachtergrond die een lager schooladvies krijgen, discriminatie op de arbeidsmarkt, en etnische profilering.
Waar institutioneel racisme ook veel voorkomt, is in de zorg. Onder andere universitair Docent Alana Helberg-Proctor en docent Bahareh Goodarzi deden onderzoek naar raciale en etnische vooroordelen in moeder- en pasgeborenenzorg. Wat bleek is dat vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond minder snel werden geholpen bij pijnklachten dan witte vrouwen. Zo moesten ze langer wachten op een keizersnede nadat ze aangaven veel pijn te hebben. Ook ontdekten de onderzoekers dat zorgverleners vaak onbewuste aannames hebben over etnische groepen en hoe zij pijn voelen. Daardoor wordt pijn niet altijd even serieus genomen. Het onderzoek concludeert dat dit soort ongelijkheid in de zorg niet alleen komt door individuele situaties, maar dat het ook ontstaat uit diepgewortelde vooroordelen binnen het zorgsysteem.
De onterechte aanname dat mensen met een migratieachtergrond een hogere pijngrens hebben, is ook afkomstig uit het slavernijverleden. ‘Om het tot slaaf maken en slecht behandelen van niet-witte mensen goed te praten, hadden Nederlandse slavenhouders en machthebbers er belang bij te doen alsof die groep ‘minder’ en ‘anders’ zou zijn. Een verhaal de wereld in helpen dat die groep een hogere pijngrens zou hebben kwam daarbij dubbel goed uit. Het rechtvaardigde ook een nog brutere behandeling’, vertelden onder andere gezondheidswetenschapper Charifa Zemouri en onderzoeker Hanneke Felten aan NU.nl.
Waarom is institutioneel racisme zo hardnekkig?
Institutioneel racisme is hardnekkig. Het zit verankerd in veel beleid en processen die zich niet van de ene op de andere dag laten veranderen. Het is terug te vinden in veel ongeschreven regels en de manieren waarop mensen met elkaar omgaan, en (organisatie)culturen veranderen alleen langzaam. Maar er is ook een andere reden waarom institutioneel racisme zo’n hardnekkig karakter heeft: het houdt zichzelf in stand door zichzelf te ontkennen. Dat werd duidelijk toen oud-premier Mark Rutte in juni 2020 tijdens een persconferentie weigerde te spreken van ‘institutioneel racisme’. Enkele dagen later kreeg hij in de Tweede Kamer de vraag waarom hij die term niet wilde gebruiken. Volgens hem zou dat het debat ‘ingewikkeld sociologisch’ maken. Hoewel het geen alledaags woord is, ontkende hij daarmee in de praktijk dat het om een structureel probleem gaat.
Wat kunnen we ertegen doen?
Institutioneel racisme is dus een groot en hardnekkig probleem. Om een gelijkwaardige samenleving te realiseren, is het van belang dat institutioneel racisme aangepakt wordt. Kennisinstituut Samenleven deed ook onderzoek naar op welke manieren het bestreden kan worden. De eerste stap is het veranderen van sociale normen. Deze hebben een grote invloed binnen verschillende instituten of werkvelden. ‘Duidelijke sociale normen tegen racisme en discriminatie zijn cruciaal omdat het sterk afhankelijk is van de waargenomen sociale norm of mensen in een bepaalde context wel of niet discrimineren’, schrijft KiS. Eén van de manieren waarop die sociale normen veranderd kunnen worden, is door antidiscriminatiewetten in te voeren.
Daarnaast kunnen sociale normen ook veranderd worden of juist nieuwe sociale normen nageleefd worden als men inzet op structureel verantwoording afleggen. ‘[…] als het bij organisaties, bedrijven of zelfs een heel institutioneel veld (en de mensen die daar werken) bekend is dat zij een grote kans hebben om verantwoording te moeten afleggen over gemaakte keuzes en gehanteerde processen, vermindert dit de kans op discriminatie’, schrijft het kennisinstituut. Het gaat hier dan over verantwoording afleggen aan een autoriteit van buitenaf. ‘Om het effect van verantwoording te vergroten, kan gekozen worden voor het belonen van organisaties en bedrijven die het goed doen (“naming and faming”). In het geval van bedrijven met naamsbekendheid kan ook gekozen worden voor het straffen van deze bedrijven wanneer ze het niet goed doen (“naming and shaming”).’
Voor een rechtvaardige en gelijkwaardige samenleving is het van groots belang dat iedereen eerlijke kansen krijgt. Om dat te realiseren, moet institutioneel racisme uit onze instituten worden gehaald.
Keti Koti met Mandy Woelkens
Op 1 juli staan we in Nederland stil bij Keti Koti. Met Mandy Woelkens als gasthoofdredacteur herdenken we de afschaffing van de slavernij en erkennen we onze gedeelde geschiedenis.
Samen met Mandy verkennen we de vele lagen van Keti Koti: historisch, persoonlijk en maatschappelijk. Van institutioneel racisme en intergenerationeel trauma tot de kracht van eten als verbinder – elk verhaal brengt ons dichter bij bewustwording, gesprek en verbinding.