‘Ik schaamde me dat ik het niet wist’
Elena Beelaerts van Blokland ontdekte dat een slavenhouder in haar familiegeschiedenis voorkomt. Die vondst zette haar aan tot intensief onderzoek en een confronterende herziening van haar verleden. ‘Hoe had ik dit niet eerder kunnen zien?’
In 2017 ontdekte je dat je een plantage- en slavenhouder in je familie hebt. Hoe kwam je daarachter?
‘Ik ging regelmatig bij mijn oma op bezoek. Ze was heel oud, net ziek en we hadden gesprekken over haar verleden. Ze vertelde over haar moeder die wees was en dat háár moeder weer in het kraambed gestorven zou zijn en dat de vader niet zou deugen. Hij was weggegaan en had zijn twee kinderen achtergelaten. Mijn oma bleef maar over dat verhaal beginnen. Ik zei: goh, hoe heet die man, zal ik hem voor je opzoeken? Online vond ik een trouwakte. Daarin stond: Georgina en Theodore Bray. Hij was in Paramaribo geboren en zijn vader heette ook zo. Er stond: ‘Moeder geen beroep, vader in leven planter in Paramaribo’. Toen ik verder googelde vond ik tekeningen die hij maakte van het dagelijkse leven. Op een tekening is bijvoorbeeld te zien hoe hij eens per maand vis uitdeelde aan de slavengemeenschap. Ik dacht: holyfuck, volgens mij gaat dit over slavernij.’
Hoe was dat voor je?
‘Ik bevroor. Het was een soort fysiek schrikken.’
Wat wist je tot die tijd over het slavernijverleden?
‘Ik wist er niks van. Het was nog nooit tot me doorgedrongen dat het ook mijn verleden was. Maar op het moment dat ik hierachter kwam dacht ik: natuurlijk, hoe had ik het niet eerder kunnen zien?’
Hoe had je het eerder kunnen zien?
‘Ik kom uit een aristocratische familie en ik weet dat mijn familie, door het milieu waarin ik ben opgegroeid, al generaties tot de elite behoort. We weten allemaal dat we een koloniaal verleden hebben. De kans is groter dat mijn familie behoorde tot de mensen die zich bezighielden met slavernij, omdat ze ook bestuurders waren. De hiërarchieën zijn natuurlijk niet alleen maar gebaseerd op mensen die goede dingen deden. Vroeger heb ik weleens gegrapt: ‘De kans dat er in mijn familie een slavenhouder voorkomt is groter dan een slaaf.’ Overigens kwam ik er uiteindelijk achter dat ik ook een voormoeder in mijn bloedlijn heb, die in slavernij is geboren. Dat is een verhaal dat ik nu nog verder aan het onderzoeken ben.’
' Wat me iedere keer het meest aangrijpt, is hoe ongelooflijk uitzichtloos het leven op de plantages in Suriname moet zijn geweest. '
Wist je oma het?
‘Ze zei van niet, maar ik denk dat ze het misschien wel wist. Ze haalde namelijk later nog ergens een brief vandaan, en die moet ze hebben gelezen, waarin stond dat Theodore ten tijde van de slavernij in Suriname had gewoond. Maar het verhaal is dus ergens gestokt in de familie. Ik ben er niet mee opgegroeid en mijn moeder ook niet. Dat zegt natuurlijk iets over onze familie, maar ook over hoe dit soort verhalen in het algemeen kunnen verdwijnen. Er wordt weinig over gepraat, omdat het natuurlijk heel pijnlijk is.’
Je hebt jarenlang onderzoek gedaan en hebt een boek geschreven, Ach freule. Waarom?
‘Ik wilde begrijpen hoe je kan leven in zo’n systeem van slavernij en ik wilde die koloniale mentaliteit beter gaan begrijpen. Tijdens mijn onderzoek viel ik van de ene in de andere verbazing. Wat me iedere keer het meest aangrijpt, is hoe ongelooflijk uitzichtloos het leven op de plantages in Suriname moet zijn geweest. Als moeder was het kind in je buik al niet meer van jou, je mocht het geen naam geven. Tot 1828 stond in de wet dat slaven geen mens waren: je kind kon los van je worden verkocht. Alles werd je ontnomen. Ik leerde hoe genormaliseerd en gestructureerd het systeem was. Het was zo onmenselijk. Dat heeft van generatie tot generatie impact, dat gaat zo diep. Als het in de wet al vastligt dat je je eigen kinderen niet kan beschermen, dat moet iets doen met je eigen waarde, je gevoel van zelfbeschikking. Het is een wonder hoeveel veerkracht er nog was.’
Je had ook kunnen denken: het is zolang geleden, niet mijn verantwoordelijkheid.
‘Nee, het is te belangrijk dat dit wordt doorbroken. Ik ben ervan overtuigd dat die denkbeelden – waarin de een boven de ander staat en dat in stand wordt gehouden voor je eigen belang – door alle generaties heen blijven doorwerken. Dus ook in mij. Terwijl het gaat over geweld en onderdrukking, vertellen we dat verhaal onszelf vaak niet. Ik wilde mijn kinderen een completer verhaal doorgeven.’
' Het slavernijverleden is een gezamenlijke wond. '
Wat voor man was Theodore Bray?
‘Ik wilde een zo onbevangen mogelijk beeld vormen van wie deze man was, omdat ik me zo moeilijk kan voorstellen hoe iemand een slavenhouder wordt. Daarom probeerde ik hem niet meteen heel slecht te maken of juist veel beter. Mijn doel was een zo echt mogelijk beeld te krijgen. Om de context te begrijpen, heb ik bronnen bekeken van andere mensen uit die tijd.
‘Hij was een beetje excentriek, omdat hij tekende. Met zijn tekeningen observeerde hij de tot slaafgemaakten. In de bronnen stond dat hij af en toe een kritische vraag stelde, maar hij deed volop mee aan het systeem. Hij geloofde in het systeem, zijn economische belang was groot. Hij vond dat het de taak van witte Europese mensen was om mensen van Afrikaanse oorsprong te beschaven door hard te laten werken, omdat ze nou eenmaal dichter bij de dieren staan. Uit alles blijkt dat hij niet tot inkeer komt. Ook toen de afschaffing van de slavernij kwam.’
Heb je je weleens geschaamd?
‘Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de daden van je voorouders waar je geen invloed op hebt en je eigen daden. Waar ik me wel voor heb geschaamd, is dat ik het niet wist en dat ik dus het gevoel had dat ik het wel had kunnen zien. Ik had meer moeten doorvragen over mijn geschiedenis.’
Je bent nog volop bezig met het thema, hè?
‘Ja, een jongeman, een student van 24, heeft mij benaderd. Hij is een kind van nazaten die door mijn voorouders tot slaaf zijn gemaakt. We hebben een voorstelling gemaakt en gaan ook in gesprek met publiek en er is muziek en spokenword. De première was in het Bijlmer Parktheater. Ik hoop dat er bij andere mensen een kiem wordt geplant. Het slavernijverleden is een gezamenlijke wond. Het is nodig om het erover te hebben, anders blijft het tussen ons allemaal etteren.’
Fotograaf beeld Elena Beelaerts van Blokland: Merlijn Doomernik
Keti Koti met Mandy Woelkens
Op 1 juli staan we in Nederland stil bij Keti Koti. Met Mandy Woelkens als gasthoofdredacteur herdenken we de afschaffing van de slavernij en erkennen we onze gedeelde geschiedenis.
Samen met Mandy verkennen we de vele lagen van Keti Koti: historisch, persoonlijk en maatschappelijk. Van institutioneel racisme en intergenerationeel trauma tot de kracht van eten als verbinder – elk verhaal brengt ons dichter bij bewustwording, gesprek en verbinding.