Mireille Ollivieira_Keti Koti

Jitske Kramer: Hoe kan je mee herdenken en vieren? Wat kan je dan doen?

Mireille Ollivieira: Belangstelling tonen, dat is echt het enige, meer heb je niet nodig. Vragen stellen, hoe gaat het in zijn werk. En vooral ook: belangstelling tonen en tegelijkertijd proberen het niet te zien als iets van mij of dat ik zwart ben. Omdat ik zwart ben zet ik het op de agenda, maar het is iets van jou én mij. [..] Het is ónze geschiedenis. Het zijn misschien de tradities die bij de Surinamers naar voren komen, maar het is ónze geschiedenis. Dus dat wij-gevoel creëeren dat is wel wat ik echt belangrijk vind. Dus als het erover gaat wat kan je doen? Duik in je eigen familiegeschiedenis! Of duik in de geschiedenis van je stad, want er is ontzettend veel geld uit de slavernij in de stad gestoken.

Jitske Kramer: Wat als ik – met mijn gezin – wil meedoen met Keti Koti – en ik snap aandacht, ik snap gesprekken daarover hebben – maar wat gaan we doen met het feestelijke stuk, wat gaan we doen aan de familietafels?

Mireille Ollivieira: Hahaha! Je mag dat soort van zelf weten. Als je daar nog geen ritueel in hebt, mag je met elkaar bedenken van goh, wat zou hier leuk bij zijn.Waar het over gaat is dat er geen vaste vorm voor is. Vanuit mijn traditie is dat je je speciaal aankleedt, en dat je misschien wel naar de kerk gaat, en dat je je hoofd bindt, en dat je je panje omdoet, maar daar zijn ook discussies over. Sommige mensen zeggen: de klederdracht die gedragen wordt is juist een kenmerk van slavernij en daar willen we nou juist vanaf. Dus er zijn verschillende tradities. Het enige wat belangrijk is, is dat je de dag herdenkt én viert. Dus die combinatie van allebei. En als je daar op jouw manier een ritueel van wilt maken, it’s all good! Wat dat betreft zijn Surinamers en Antillianen en ik denk ook Indische mensen, vrij makkelijk. Het ligt niet vast hoe je het op een bepaalde manier móet vieren. Wat we belangrijk vinden, is dat dus een WIJ-viering wordt. In plaats van dit is ons feest, en dat is jullie feest, oooh ja ja juist.

Jitske Kramer: Wat ik daar lastig aan vind.. Nederland was een van de laatste landen die de slavernij afschaften..mijn voorouders, daarmee.. Daar was ik zelf niet bij, maar mijn voorouders wel. Dus.. is het gek als ik meevier? Is dat niet pijnlijk? .. Mag ik meevieren? Of moet ik sorry zeggen? Wat wordt er van mij verwacht, vanuit mijn representatie?

Mireille Ollivieira: Heb je daar zelf een gevoel over? Is er een bepaald gevoel wat de kop opsteekt, wat dominant is? Ik ben ook heel benieuwd wat jij eigenlijk zelf vindt of voelt of ervaart.

Jitske Kramer: Ik ervaar ‘m dubbel, ik was er niet bij bij dat stuk. Klopt, jij ook niet. Bij Keti Koti festival was ik een keer en was een van de weinige witte mensen die rondliep. En dat is toch een beetje dat je… ik merkte gewoon dat ik het best moeilijk vind een houding te geven met het stuk van de geschiedenis wat ik met mijn voorkomen met me meedraag, net als jij met jouw voorkomen een stuk van de geschiedenis meedraagt. Dus, samen dansen.. dus voor mij in het hier en nu, vier ik heel graag dat de geschiedenis een wending heeft gekregen. En dat we met elkaar kunnen gaan bouwen ook hoe wíj́ het met elkaar willen voor nu en de toekomst. Daar denk ik: yes, weetjewel, de ketens zijn eraf. En het besef dat er heel veel andersoortige ketens zijn, dat er op dit moment nog steeds mensen op allerlei plekken in de wereld in vormen van slavernij leven, daar wil ik graag bij stilstaan en daar mijn steentje aan bijdragen. Dus in het hier en nu en in de toekomst voel ik heel veel kracht en sámen. En dat stuk geschiedenis voelt voor mij altijd, vanuit mijn familieachtergrond, ik weet me niet zo goed een houding te geven.

Mireille Ollivieira: Dat wat je nu benoemt, ik denk dat dat ook een erfenis is van diezelfde koloniale geschiedenis. Ik was er ook niet bij. En toch voel ik de pijn, toch voel ik, dat het niet klopte. En ik denk dat jij dat misschien vanuit jouw familiegeschiedenis ook voelt. Dus we waren er allebei niet bij en het is toch ergens ongemakkelijk en lastig en we zouden het erover moeten hebben. Dus ik denk dat, als je jezelf een houding wilt geven, ik heb het mezelf ook gevraagd: de pijn die ík voel – en ik word er nog, ja, dagelijks is misschien een groot woord, maar ik word er nog regelmatig mee geconfronteerd – dat die trans-Atlantische slavernij op deze manier heeft gewerkt, dat voel ik nog steeds. En daar voel ik de pijn van, daar voel ik de nadelen van. Ik kan me ook zo voorstellen dat je, als je wit bent, misschien ook een deel van ‘het klopt niet’ hebt geërfd. Dus misschien de schuld, of de schaamte. Of misschien ook wel het plezier, of het genieten van de rijkdom – als je dat hebt ervaren – dat je dat óók soort van hebt meegeërfd, overgeërfd, want we waren er allebei niet bij.

Als ik kijk hoe het nu gaat met witte mensen. Kijk naar het Oosterpark bijvoorbeeld, bij de viering. Er zijn nu al zóveel meer witte mensen die zich hebben opengesteld voor het verhaal, dat is eigenlijk voldoende. Dus dat je niet oordeelt, dat je niet ontkent, maar dat je gewoon belangstellend aanwezig bent. En je openstelt voor wat er is, voor wat er wordt gezegd, maar dus ook dat je kunt zijn met het ongemak. Dat is misschien een grote opdracht voor een heleboel mensen, maar dat is denk ik de eerste stap. Dat je gewoon aanwezig durft te zijn, in dat ongemak. En als je dat durft, dan kun je echt onbelemmerd meevieren. Dan ga je ook denken van ‘ah oké! Oh! Allright! Ik kan hier dus gewoon zijn!’

En de tijden zijn daarin ook veranderd hoor, ik denk dat er veel meer gesprekken op gang zijn gekomen. Tussen zwarte mensen onderling, maar ook tussen zwart en wit, waardoor die pijn ook bespreekbaar is geworden en daardoor wordt ie vloeibaarder. Dus we zijn écht zóveel jaar verder dan tien, vijftien, twintig jaar geleden. Ik denk dat het aanwezig durven zijn, en het aan durven kijken, wat er is, mooi of niet mooi, dat dat belangrijk is.

Want een heleboel mensen die nu Keti Koti vieren zijn van gemengd bloed hè, die hebben ook wit bloed door hun aderen stromen. En vaak hebben ze hun naam gekregen, maar als ik gewoon kijk naar mezelf, ik kom uit een geslacht van slavendrijvers. Dus van mensen die daadwerkelijk slaven hadden, dat waren Ollivieiras, die stonden daar echt om bekend. En als ik ook kijk naar de schakeringen in kleur, is dat goed terug te zien. Bij mijn vader, en bij mijn opa.

En hij vertelde ook, mijn overgrootvader, meneer Ollivieira, dat was echt een man met blauwe ogen en een grote snor. Dat was dus een witte man, en die had slaven, tot slaaf gemaakten moet ik eigenlijk zeggen. En aan de andere kant is er dus de familie van tot slaaf gemaakten, en daar lijk ik meer op, maar ik heb beide bloedlijnen in me. Zelfs mijn naam zegt het nog. Dus ook daar kan ik verbinding mee maken. En dat is ook een slag die ook donkere mensen te maken hebben, wanneer het gaat om ruimte maken voor iedereen.

Beluister hier het volledige gespek

Keti Koti - Jitske Kramer en Mireille Ollivieira in gesprek over de effecten van de slavernij Bron: www.youtube.com

Belangrijk dat we het hele jaar door gesprekken blijven voeren. Omdat het een gezamenlijke geschiedenis is, hebben we van beide kanten te helen. Wat betekent het effect van toen voor nu, nog steeds.

amsterdam_lucht_jpg

Afdeling Amsterdam Amstelland

Zelf denken, samen leven

Inspiratie, zingeving en filosoferen vanuit het humanistisch denken in Amsterdam en omgeving.
Profiel-pagina