Direct naar de inhoud
Word lid
carwash

Wasstraat als veilige haven: Strenge baas, lieve vader

Type content: Nieuws Categorieën: Verhalen in HUMAN INC Gepubliceerd op:

Bij Matz Carwash in Deventer werken zestig mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt: ze hebben autisme, een laag IQ, schulden of een taalachterstand. Toch is het een gewoon bedrijf en geen sociale werkplaats. Eigenaar Martin Kniest waakt over zijn jongens, met stevige hand en zachte blik. “Als ze problemen hebben, bellen ze mij. Ik ben altijd bereikbaar.”

Toeoeoeoeoeoeoeoeoet! Een harde toeter klinkt aanhoudend door de wasstraat aan de rand van Deventer. De aanwezige klanten en medewerkers kijken verschrikt op, behalve één jongen, die onverstoorbaar doorgaat met het poetsen van het dashboard in een rode auto. Hij heeft niet door dat hij met zijn elleboog al een tijdje op de claxon leunt.

“Ronald is doof”, verklaart Martin Kniest (48), eigenaar van Matz Carwash. In zijn wasstraat werken zestig mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Door autisme, schulden, een laag IQ, taalachterstand of andere beperkingen was het voor hen moeilijk om een baan te vinden, maar hier vonden ze een plek. De wasstraat is geen sociale werkplaats, maar een winstgevend bedrijf waar iedereen welkom is. Nou ja: bijna iedereen, maar daarover later meer.

Het is vrijdagmiddag, er staat een lange rij voor de draaiende blauwe borstels. Tim Jansen (29) begroet met een aanstekelijke glimlach de chauffeurs die hun auto’s de wasstraat binnenrijden. Hij heeft een licht verstandelijke beperking, had een rotjeugd en belandde al jong op straat. Daar dreigde hij af te glijden naar de criminaliteit – tot hij werd aangenomen in de wasstraat. Hier kreeg hij weer een beetje vertrouwen in zichzelf. Inmiddels heeft hij een huis, een hond en een lieve vriendin.

Een paar meter verderop spuit een jongen de velgen van een zwarte Volvo schoon. Zijn bruine ogen staan triest. “Dennay heeft het moeilijk op het moment”, vertelt Martin. “Hij is gevlucht uit een oorlogsgebied en zit vol trauma’s. Vanochtend kwam hij pas opdagen nadat ik hem tien keer heb gebeld.” Soms belt Dennay Martin in paniek midden in de nacht omdat hij niet meer wil leven. “Ik ben een keer naar hem toegesneld toen hij wanhopig op een brug stond.

Een grijze veertiger komt geërgerd uit de wasstraat lopen. Martin roept hem bij zich. “Patrick, jij gaat jezelf even ontlasten en aan de slag aan de zijkant met de handborstel, oké?” Patrick knikt en loopt geforceerd neuriënd terug naar de autorij. Martin legt uit: “Hij heeft autisme en wil het liefst alles zelf doen, maar dat gaat niet als het zo druk is.”

Martin weet precies welke – vaak dramatische – verhalen er schuilgaan achter zijn werknemers. Telkens weer vraagt hij zich af hoe hij hen kan helpen. Het is zijn missie iedereen aan het werk te krijgen én te houden.

En als hij doorheeft dat iemand méér in zijn mars heeft , gaat hij zelf op zoek naar nieuwe mogelijkheden buiten de wasstraat. “We willen niet van een boer een advocaat maken, maar ik kijk wel: wat kun je en wat is je droom?”

Hij wijst naar een jongen die met papier de ruiten van een auto boent. “In Soedan was hij een gerenommeerde sierhekkenbouwer. Het zou toch mooi zijn als hij die expertise ook hier weer in kan zetten?”

Goed verhaal?

Dit en andere journalistieke verhalen vind je in ons magazine HUMAN INC.

Laat zien wie ze zijn

Met zijn strak gekapte haren, zwarte coltrui en grote Audi straalt Martin succes uit, maar zeven jaar geleden zag zijn leven er een stuk minder rooskleurig uit. Na het faillissement van zijn discotheek in de stad raakte hij in de schulden. Hij ervoer zelf hoe het is om je buitengesloten te voelen van de maatschappij en een nummertje te zijn in een bureaucratisch systeem.

Ze hebben wel hulpverleners om zich heen, maar dit is de plek die hun houvast geeft. Als ze problemen hebben, bellen ze mij. Ik ben altijd bereikbaar

Toen een vriend hem vroeg de wasstraat over te nemen, werkten er vier mensen zonder afstand tot de arbeidsmarkt. Tot een praktijkschool bij hem aanklopte: ze zaten in hun maag met een Turkse jongen die niemand wilde hebben vanwege zijn lage IQ en autistische stoornis. Martin nam hem aan en zag hem opbloeien. Zo ging het balletje rollen. Hij ontdekte hoe goed het hem doet om voor al die verschillende mensen met hun problemen een veilige haven te kunnen zijn. “Ze hebben vaak wel vijf hulpverleners om zich heen, maar dit is de stabiele plek die hun houvast geeft. Als ze problemen hebben, bellen ze mij. Ik ben altijd bereikbaar.”

Op de tafel in de wachtkamer van de wasstraat staat een bordje met uitleg wie er werken bij Matz Carwash. Martin: “Vroeger dacht ik: je moet ze geen stempel geven, want ze horen er gewoon bij.” Maar daarover veranderde hij van mening toen een klant klaagde omdat hij zo bot was geholpen. “Auto klaar, nu weg!”, had de werknemer gezegd. “Toen ik vervolgens uitlegde dat het om een statushouder ging die de taal nog niet machtig is, schaamde die klant zich voor zijn boosheid. Nu denk ik: we moeten laten zien we ze zijn. We moeten juist onze klanten vertellen wie hier werken. Ik wil een voorbeeld zijn voor andere werkgevers.”

Er komt een jongen binnen met een rood aangelopen gezicht. “Hé Maurice, sport je nog wel? Ik zie geen filmpjes meer voorbij komen op Facebook!” De jongen haalt zijn schouders op. “Is wel belangrijk hoor, je moet goed voor jezelf zorgen.”

Maurice vindt het soms best irritant dat Martin er zo bovenop zit, vertelt hij. “Maar ik weet dat hij het goed bedoelt, dus het is oké.

Toen Maurice hier begon, mocht hij alleen maar kleine klusjes doen; inmiddels mag hij eindelijk ook ‘vippen’: de binnenkant van de auto’s schoonmaken terwijl de klanten wachten. Hij heeft er lang naar uitgekeken. “Al moet ik eerlijk zeggen – en ik ben gewoon eerlijk –dat ik onkruid wieden vroeger heel saai vond, maar nu soms toch ook wel rustgevend.”

Het schoonmaken van het interieur moet namelijk binnen 25 minuten gebeuren en dat geeft hem stress. Ook van de takenlijst die de werknemers krijgen aan het begin van de werkdag, werd Maurice heel zenuwachtig, dus nu doet hij het zonder.

Er komt een jongen in een mooie Mini aanrijden. Hij haalt auto’s op bij mensen thuis die nu door corona niet naar buiten durven. In zijn hand heeft hij een oude Nokia. “Die is van mijn overleden vader geweest en die heb ik hem gegeven”, zegt Martin. “Tijdens werktijd moet hij zijn smartphone inleveren omdat hij steeds foto’s op Instagram postte van zichzelf in de imponerende auto’s van klanten.” De jongen knikt schuldbewust.

Je moet ze niet pamperen, wel maar wel maatwerk leveren. Een autistische jongen heeft een andere benadering nodig dan een statushouder

Streng maar zorgzaam

De vader van Martin zat in het leger, zijn moeder werkte haar hele leven in de zorg.
Van beiden heeft hij een eigenschap meegekregen waarvan de combinatie de wasstraat uniek maakt: een militair regime waarin iedereen zich aan regels moet houden, maar met oog en zorg voor ieders problemen. “Ik ben een strenge baas en een lieve vader tegelijkertijd.” Toen een statushouder zijn identiteitskaart kwijt was, dreigde hij te worden uitgezet. Martin deed er alles aan om dat te voorkomen, hij huurde zelfs een advocaat voor hem in. Regelmatig gaat hij mee met werknemers naar het ziekenhuis of de rechtbank. Op zondagochtend staat hij weleens te posten bij de plaatselijke coffeeshop. Als hij daar een van zijn werknemers ziet, geeft hij een waarschuwing. want hij wil niet dat ze blowen.

Hij doet er alles aan om zijn jongens – er werken geen vrouwen – binnenboord te houden. Veel werknemers hebben schulden. Hij leent ze regelmatig geld, want hij weet zelf maar al te goed hoe het is om geen boodschappen te kunnen doen. “Deze week nog ging de auto van Patrick kapot. Toen heb ik een nieuwe voor hem gekocht.” Met de plaatselijke supermarkt is hij bezig lunchpakketten te regelen voor op het werk. “Ik weet: als ze eten krijgen, komen ze ook werken.” Hij is er trots op dat hij maar tien procent uitval heeft – veel minder dan bij andere bedrijven.

Toch gaat er ook weleens wat mis. Zo is er de tweeling Abdul 1 en Abdul 2 (ja, een tweeling met dezelfde voornaam). Abdul 1 ontvluchtte op twaalfjarige leefijd de oorlog in Syrië. Het bootje waarop hij over de zee naar Europa voer werd lekgeprikt en hij moest zeven uur zwemmen om de kust te bereiken. Eenmaal in Nederland kwam hij terecht bij de wasstraat en schopte hij het met zijn ambitie en intelligentie tot assistentmanager, een functie die hij nog altijd vol verve bekleedt.

Abdul 2 is anders. Ook hij kwam in de wasstraat werken, maar hield zich niet aan de regels. Martin moest hem uiteindelijk met pijn in het hart ontslaan. “Hij bleef bijvoorbeeld maar met de auto naar zijn werk komen, terwijl hij geen rijbewijs heeft.” Eerst stuurde hij nog een bevriende politieagent af op Abdul 2, die hem waarschuwde, maar dat dit indruk zou maken, bleek ijdele hoop. “Ik moet duidelijke kaders stellen, ook om aan de anderen te laten zien dat je hier niet alles kunt maken. Ik zie de wasstraat als een minisamenleving en ik wil niet dat één persoon de dynamiek domineert.” En toch: als Abdul 2 opnieuw bij hem zou aankloppen voor werk, zou Martin weer twijfelen en hem misschien nog een kans geven.

Geen filantropische instelling

Er komt een glanzende fourwheeldrive binnenrijden die duidelijk geen wasbeurt nodig heeft. Uit de auto stapt een grote man met donker haar en witte tanden. Het is de oude eigenaar Henk Koning – de zaak is vernoemd naar zijn zoon – die twee keer per dag langskomt voor een kopje koffie. Trots kijkt hij naar alle reuring in het gebouw. Als eigenaar van de filllialen van McDonald’s in de regio maakt ook hij zich er hard voor dat gewone bedrijven een afspiegeling zijn van de samenleving. “Ik erger me er mateloos aan dat we in Nederland zo veel mensen ongeschikt verklaren. Tien procent van mijn personeel heeft een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt, maar ik behandel ze niet anders dan de anderen. Je moet ze niet pamperen, maar juist serieus nemen!”

Martin is het daar mee eens, maar hij levert zelf wel maatwerk. Een autistische jongen heeft een andere benadering nodig dan een statushouder, zegt hij. “Veel Syriërs kwamen bijvoorbeeld niet opdagen als het regende, want zo ging dat ook in het land waar ze vandaan komen. Dat cultuurverschil heb ik ze echt moeten uitleggen.” Eén keer in de maand loopt hij als ‘knecht’ mee met een werknemer en maakt hij aan den lijve mee waar ze tegen aanlopen. “Dan doe ik bijvoorbeeld voor hoe je contact maakt als servicemedewerker. Iets wat moeilijk is voor iemand met autisme, maar ze kunnen het wel leren door het te doen.”

Hij staat op en kijkt uit het raam of alles nog goed gaat. “We zijn een bedrijf en geen filantropische instelling. Er moet hard gewerkt worden en dat doen ze, maar ik houd iedereen goed in de gaten.” Dat levert hem toegewijde werknemers op. Hij loopt naar de deur om Tim gedag te zeggen, wiens werkdag erop zit. Martin geeft hem een boks. “Groeten aan Meike, hè. En zullen we zondag samen een boswandeling maken met de hond? Praten we even bij.”

Voor de vijfdelige documentaireserie De Wasstraat van Human brachten de makers een jaar door in Matz Carwash. Ze laten het wel en wee zien van Martin Kniest en zijn werknemers, die ieder hun eigen probleem moeten oplossen. Vanaf 4 t/m 9 januari om 19.30 uur op NPO 2.

Adinda Akkermans

Deel dit

A list of posts

Vrij denken, samen leven. Sinds 1946.

Blijf op de hoogte van acties voor een menselijker samenleving, inspirerend nieuws en evenementen.