Direct naar de inhoud
Word lid
Sheila Sitalsing

Het dilemma van Sheila Sitalsing

Type content: Nieuws Categorieën: Verhalen in HUMAN INC Gepubliceerd op:

Volkskrant-columnist Sheila Sitalsing vraagt zich af: waarom práten we over consuminderen, maar eisen we instantbevrediging?

Mijn dochtertje werd jarig en ik kocht voor haar een hoverkart. Voor wie het niet weet: een hoverkart is een stoeltje dat je kunt monteren op een elektrische step, waardoor je er een elektrisch voortgedreven karretje van maakt. De step had ze al, van haar eigen spaargeld gekocht. Dat stoeltje zou ze van ons krijgen. Enkele dagen voor haar verjaardag bestelde en betaalde ik het artikel online bij een webwinkel die ‘vandaag besteld, morgen in huis’ beloofde. Morgen kwam, overmorgen kwam, de dag daarna kwam. Geen hoverkart. Ik belde naar het bedrijf in kwestie: geen gehoor. Ik stuurde een mail: geen reactie.

De verjaardag van mijn dochtertje brak aan. Geen hoverkart. We gaven haar een uitgeprinte foto van een hoverkart en zeiden troostend dat de echte vast binnenkort bezorgd zou worden. Een ruime week en wat speurwerk later was ik eindelijk achter het nulzesnummer van de eigenaar van de winkel gekomen. In mijn gedachten was hij inmiddels uitgegroeid tot een vunzige oplichter, met vettig haar en een buikje, die mijn goede geld allang had stukgeslagen aan drugs of aan een behandeling in de Chinese massagesalon.

Hij nam op, en ik stak een tirade af, maakte hem uit voor alles wat lelijk is, dreigde met aangifte. Toen hij de gelegenheid kreeg iets terug te stamelen, bleek het een jonge man, niet onbeleefd, niet onaardig. Het was enorm fout gegaan, het speet hem, hij ging het snel in orde maken. Ondertussen werd ik bezocht door kwaadheid en wrok. Ik ging hem googelen, vulde online-klachtenformulieren in, gaf zijn gegevens door bij kliklijnen, twitterde rond dat hij een onbetrouwbare negotie drijft. Vulde bij de consumentreview met genoegen ‘nul sterren’ in. Wraak wilde ik, genoegdoening.

Twee dagen later kwam de hoverkart aan. Netjes in een doos, begeleid door oprechte excuses. Voor mijn dochtertje was het gewoon alsof ze opnieuw jarig was. Ze reed er zó mee weg, dolgelukkig. Bij haar geen spoortje van wrok over het lange wachten. Nou en, ze had hem nu toch? En ik dacht, mét haar: ze heeft nog gelijk ook. Wat zijn nou tien dagen?

Waarom was ik zo redeloos woedend geworden en had ik deze jongen na één vervelende ervaring voor de leeuwen gegooid?

Ik voelde me schuldig, over de lage gevoelens waar ik me door had laten meeslepen. En ik voelde me speelbal van twee van de grote vloeken van deze tijd. De eerste vloek is het bestaan van de volledig transparante beoordelingssystemen. Met de sterren die we na elke transactie moeten uitdelen, de ratings en de reviews, wordt veel macht neergelegd bij ons, de kopers. In een bui van wraakzucht kan ik ervoor zorgen dat zo’n jongen brodeloos wordt. Terwijl hij het waarschijnlijk even wat lastiger had, de zaken waren hem mogelijk boven het hoofd gegroeid.

Waarom was ik zo redeloos woedend geworden en had ik deze jongen na één vervelende ervaring voor de leeuwen gegooid? Doordat ik verwend ben. Ik ben gewend geraakt aan de andere grote vloek van deze tijd: instantbevrediging. We hebben de kunst van het wachten grondig afgeleerd. Ik lees ook al die verhalen over slow-cooking en over slow-living en over mindful zijn en over loskomen van de mobiele telefoon. En ook ik knik instemmend. Maar als één bestelling tien dagen van de radar verdwijnt, raak ik volledig over mijn theewater.

Loodsen vol met zooi

Over de kunst van het wachten wil ik het hebben. Want een kunst is het zeker, een kunst die de mens slecht beheerst. De mens heeft altijd gepoogd om greep te krijgen op de tijd. Om de tijd te verdichten. Om te winnen van de tijd. Niet langzamer leven, maar sneller, steeds sneller. Alles in het leven is gericht op almaar sneller. We spreken sneller dan veertig jaar geleden, we zijn sneller gaan lopen, we verzetten meerwerk in minder tijd, en wie achterblijft bij de targets en zijn werk niet op tijd af heeft, kan op een ernstig functioneringsgesprek rekenen. En om kwart voor tien ’s avonds kun je bedenken dat je nú iets nodig hebt – een toilettas, een pak luiers, een set wijnglazen, een T-shirt met een eenhoorn erop, een stofzuiger, een gourmetstel. Je drukt op ‘bestellen’ bij Bol.com, je gaat slapen en de volgende ochtend wordt het dooreen afgebeulde zzp’er aan de voordeur bezorgd.

Er komt steeds meer zicht op de wereld die schuil gaat achter de woorden ‘voor middernacht besteld, morgen bezorgd’. Namelijk een verkruimelde arbeidsmarkt, met weinig rechten en weinig arbeidsvreugde voor de mensen die onze bestellingen stante pede moeten klaarzetten. Een wereld die wordt voortgedreven door de dwingelandij van de consument die niet wachten kan. Van Amazon.com, de grootste onlinewinkel van de VS, kennen we de verhalen al langer. Amazon is een gruwelijke plek om te werken voor de mensen die rondscharrelen op de bodem van de arbeidsmarkt. De journalist James Bloodworth beschrijft in zijn boek Hired dat werknemers van Amazon strafpunten krijgen als ze ziek zijn, te laat komen of hun doelen niet halen. Bij een bepaald aantal punten vlieg je eruit.

Dit artikel komt uit HUMAN INC

HUMAN INC. is het magazine van het Humanistisch Verbond

Een paar maanden geleden besloot collega-journalist Jeroen van Bergeijk om enkele maanden te gaan werken in het distributiecentrum van Bol.com. Dat is een relevant verhaal, want nergens in Noordwest-Europa staan zoveel distributiecentra als hier in Nederland: 1999 stuks volgens onderzoek van Bak Property Research. Loodsen vol met zooi. Want het mag dan wel hip zijn om te palaveren over bescheidener leven, langzamer leven, minder consumeren, bewust consumeren, meedoen aan de deeleconomie met deelauto’s, deel-fietsen en deelspeelgoed. Er mogen dan wel miljoenen boeken zijn verkocht van opruim-goeroes als Marie Kondo, die miljoenen euro’s heeft verdiend aan de simpele boodschap: gooi alles weg waar je geen vreugde aan ontleent.

De realiteit is exact omgekeerd. Die lege kasten slibben binnen de kortste keren gewoon weer vol met zooi. Toen de overboord geslagen containers van de MSC Zoe begin dit jaar een deel van hun inhoud uitbraakten op de stranden van Terschelling en Schiermonnikoog en Vlieland viel er ontzetting te noteren. Ikeameubels, fleecedekens, flatscreens en talloos veel My Little Pony’s: daar lagen wij. Met onze eeuwige honger naar meer, meer, meer spullen.

Honderd soorten worst

Niks delen, niks ontspullen, niks blij worden van een leeg huis. Pak de cijfers er maar bij: de consumptie stijgt alleen maar. En het aantal busjes dat onophoudelijk pakketjes bezorgt, stijgt exponentieel mee. De accumulatie van spullen is de basis voor de economische groei; zakt die in, dan valt er grote ongerustheid te noteren onder de beleidsmakers. Het beleid van de Europese Centrale Bank, dat wij economen quantitative easing noemen en dat neerkomt op een extreem lage rente, is puur gericht op meer, meer, meer consumeren. Geef het volk Bol.com.

Consumeren is een diep-menselijke behoefte. Er zijn boekenplanken volgeschreven over de verhouding van de mens tot zijn bezittingen. Svetlana Aleksijevitsj, de Wit-Russische schrijfster die vier jaar geleden de Nobelprijs voor de literatuur kreeg en van wie ik redeloos veel houd omdat ze het land doorkruist en prachtige verhalen van gewone mensen optekent, schreef over het Rusland van na het communisme. Vrijheid, zo schrijft ze, bleek dat je kon kiezen uit meer soorten worst. De liefde van de Rus voor worst is een terugkerend thema in haar werk, en ze tekent op uit de mond van zo’n gewone Rus: ‘Vrijheid is veel geld hebben; met honderd soorten worst ben je vrijer dan met tien.’ Ik zou daaraan willen toevoegen, de ultieme vorm van vrijheid is dat je die worst nu online kan bestellen, waarop hij onmiddellijk wordt klaargezet voor verzending. Ik wil worst en ik wil het nu.

Maar dan meldt mijn andere dochter zich. Ze gaat op kamp met school en ze heeft een toilettas nodig.

Jeroen van Bergeijk, de journalist die vijf weken ging werken in een distributiecentrum van Bol.com in Waalwijk, trof daar orderpickers aan die met mandjes aan de arm kris kras door dat enorme distributiecentrum lopen om in Hal 5, derde verdieping, 65sterij, kast Q, tweede plank, derde vak van links een staafmixer op te halen, die te scannen, in hun mandje te leggen. Een beetje orderpicker loopt zo’n 25 tot 30 kilometer per dag. Zij verdienen ongeveer een tientje per uur. Ze zien zelden daglicht.

Ik moet naar een gewone winkel, neem ik me voor. Stukje fietsen, rustig iets uitzoeken, als ze niks hebben, volgende week terugkomen. Ik moet niet langer de strijd met de tijd willen aangaan. Maar dan meldt mijn andere dochter zich. Ze gaat op kamp met school en ze heeft een toilettas nodig. Ze heeft een leuke gezien. Bij Bol.com. Ik hoor mezelf ‘fiets toch lekker naar de Hema’ mompelen. Maar ze heeft hem NU nodig. En ze heeft hem al aangeklikt. Dertien uur later gaat de bel. De bezorger. Pakketje voor u! Wederom ben ik als Don Quijote de veldslag tegen de tijd aangegaan.

Dit is een verkorte versie van de lezing die Sheila Sitalsing gaf op de dertigste verjaardag van de Universiteit voor Humanistiek. Ga voor de volledige versie naar uvh.nl

Deel dit

A list of posts

Vrij denken, samen leven. Sinds 1946.

Blijf op de hoogte van acties voor een menselijker samenleving, inspirerend nieuws en evenementen.

"*" geeft vereiste velden aan

We gaan voorzichtig om met je gegevens. Lees meer in ons privacy-statement.