Ik vertel u geen sprookje.
Er was eens een meisje,
vijftien jaar jong,
in een land, hier ver vandaan,
waar als bij donderslag alles veranderde,
alles wat er werkelijk toe deed.
Meisjes moesten binnen blijven,
vrouwen gesluierd door het leven,
niet langer in het volle licht van de dag,
niet langer in het volle licht van het leven.
Alle mensen in dat land moesten geloven wat de machthebbers zeiden,
hun vrijheid werd beperkt, zonder dat ze er zelf iets over mochten zeggen.
Het meisje hield zoveel van vrijheid dat ze zich verzette en in de gevangenis belandde,
verplicht moest trouwen, haar huis niet uit mocht.

Ik vertel u geen sprookje.
Dat meisje was (ben) ik, in Iran,
onder de gesel van de ayatollahs.
Ik kon niet zijn wie ik ben.
Woedend was ik, alles in mij streed om rechtvaardigheid.
Het lukte me als jonge vrouw, dertig jaar geleden, na vijf keer om te vluchten,
met twee kleine kinderen en één kleine koffer.
Ik liet mijn familie en mijn bergen achter en vond mijn man en mijn nieuwe thuisland, Nederland.

Het belangrijkste dat ik meenam was mijn waardigheid, mijn individualiteit, mijn stem.
Wat ik achterliet was onderdrukking, dwang.
In Nederland hervond ik wat het was om mijn stem en energie weer in te zetten voor het goede, voor de samenleving.
Ik kreeg kansen om de taal te leren, te studeren, te werken, mijn gezin te onderhouden,
mijn jongens te zien opgroeien tot de volwassen kerels die ze nu zijn,
volop in het leven en de maatschappij.
Ik kreeg de kans mijn mannen en mijn nieuwe vrienden te omhelzen,
met vallen en opstaan het leven te omhelzen.
Ik kreeg de kans om vrij te zijn, weer mens te zijn.

Rumi schreef in zijn gedicht ‘De herberg’,

“Dit mens-zijn is een soort herberg
Elke ochtend weer nieuw bezoek.
Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.”

Corona is geen sprookje.
Hier geen ayatollahs, maar een landsbestuur dat naar eer en geweten en in alle onzekerheid probeert het goede te doen,
met een parlement waar  ‘parler’ nog ‘praten’ betekent.
Hier wonen burgers in dorpen en steden, zoals in deze stad,
die gewend zijn hun eigen dingen te doen,
hun eigen keuzes te maken.
De pandemie is echt en we hebben ons ernaar te gedragen,
nieuwe omstandigheden vragen om nieuwe afwegingen, om aanpassing.

Nieuwsgierig geworden naar het humanisme?

Vraag dan de Human INC aan. Vol met prikkelende interviews, verdiepende essays en verhalen van mensen over menselijkheid.

We kunnen zoveel meer dan we denken

Tekening: Mardjan Seighali spreekt over vrijheid om te denken.
Beeld door: Ben Westervoorde

Dit land is groot genoeg voor vluchtelingen,
deze stad is groot genoeg om elkaar de ruimte te geven,
wanneer ons hart groot genoeg is om de ander toe te laten en echt te zien zoals zij is.
Hoe gaan we om met veranderende omstandigheden, die iedereen raken,
hoe is onze balans tussen eigenheid, individualiteit en het collectief, het samen leven?
We hebben nog zoveel waardevolle vrijheid over, nu we ons tijdelijk moeten neerleggen bij beperkingen in onze luxe – zien we wat er in de wereld gebeurt?

Wat betekent het wanneer anderen voor jou kiezen, voor jou bepalen?
Het zijn vragen die we niet 1-2-3 kunnen beantwoorden.
Soms lijkt individualiteit doorgeschoten in individualisme,
in ieder voor zich en vooral ik eerst.
Maar leven betekent samen leven,
ons leven krijgt pas betekenis en waarde in het gezicht van de ander.
Mijn leven in Nederland kreeg pas betekenis toen Nederlanders mij zagen staan,
mij aankeken, onze ogen elkaar zagen en raakten.

Ons bestaan is een strijd,
èn bestaan is een gift, hoe ondraaglijk licht ook,
een cadeau dat ik iedere dag met beide handen aangrijp.
Ik omarm de hardheid van de strijd en omhels de zachtheid van het leven.

Humanistisch Verbond

Als humanisten vieren we dit jaar de 75e verjaardag van ons verbond.

Ons motto: vrij denken, samen leven.

Ik wens u allen de kracht en de rust om elkaar op gepaste afstand echt te zien en het leven in de armen te sluiten.