Humanistisch DNA – Emre Hoogduijn
Wat vind je belangrijk, wat geeft je leven zin? Hoe ga je om met de mooie en lastige dingen in het leven? Laat je inspireren door mensen die leven als humanist. Deze keer: Emre Hoogduijn, docent geschiedenis en economie, en werkzaam voor D66 in Dordrecht.
Waar ben je op dit moment mee bezig?
‘Overdag sta ik voor de klas, waar ik geschiedenis en economie geef aan leerlingen van twaalf tot vijftien jaar. Daarnaast ben ik lijsttrekker voor D66 in Dordrecht, de stad waar ik mijn hele leven al woon. Het voelt als een voorrecht dat ik me juist hier mag inzetten voor wat ik belangrijk vind.’
Wanneer besefte je dat je humanist bent?
‘Mijn hele leven word ik, vanwege mijn naam en mijn uiterlijk, al met een bepaalde voorzichtigheid gevraagd of ik islamitisch ben, soms over alleen al iets kleins als varkensvlees. Tijdens een voorgesprek voor een documentaire waaraan ik meewerkte kwam die vraag opnieuw voorbij, ik was toen een jaar of negentien. Zonder er lang over na te denken zei ik dat ik in mensen geloof. De interviewer reageerde meteen: “Dat klinkt alsof je een humanist bent.” Het resoneerde meteen, en hoe meer ik erover leerde, hoe meer ik mezelf erin herkende.’
Wat betekent humanisme voor jou?
‘Voor mij gaat humanisme om oprechte interesse in de ander en om het streven naar zelfontplooiing. Als tiener was ik hongerig naar inspiratie. Ik zocht die eerst in de kerk, vanuit eigen nieuwsgierigheid. Toen begon ik filosofen te lezen – Erasmus, Spinoza, andere klassiekers – en vond in hun woorden een bevestiging van iets wat ik al lang voelde: dat groeien betekent dat je mag blijven zoeken, vragen mag stellen, en dat het oké is om niet alles te weten. Humanisme is voor mij die grondhouding geworden. Het vertrouwen dat mensen kunnen ontwikkelen wie ze willen zijn, dat nieuwsgierigheid ons dichter bij elkaar brengt, en dat zelfontplooiing een kompas kan zijn voor hoe je je leven wil vormgeven.’
' Groeien betekent dat je mag blijven zoeken. '
Wat is een belangrijke humanistische waarde in jouw leven?
‘Zelfontplooiing – het constante streven om te blijven leren. Tijdens gesprekken bedank ik mensen ook omdat ik van ze mag leren. Voor mij voelt dat heel vanzelfsprekend. Dat voortdurende leren vraagt overigens ook om ruimte voor twijfel. Niet de zekerheid van een vast geloofssysteem, maar het besef dat je in beweging blijft, dat je niet in marmer bent uitgehouwen. Twijfel voelt misschien onzeker, maar voor mij is het juist een uitnodiging om nieuwsgierig te blijven en dichter bij dat ideaal te komen waar ik naartoe wil groeien.’
Welk taboe in de samenleving zou je graag doorbreken?
‘De enorme voorzichtigheid waarmee we met elkaar omgaan. Daarachter schuilt vaak een hele lijn aan aannames, en vooral een angst om iets verkeerds te zeggen. Misschien komt het doordat ik zoveel oudere mensen spreek. Tachtig- of negentigjarigen voelen die rem niet. Ze vragen gewoon: heb je een vriendin, wil je later kinderen, hoe zit het met je seksualiteit? Sommige mensen zouden dat ongepast vinden, maar ik zie het als een uitnodiging tot écht contact. Dan kan je uitleggen wie je bent, waar je vandaan komt, en ontstaat er iets moois.’
‘Wat me zorgen baart, is dat we elkaar nu te vaak ontzien. We lopen op eieren, uit angst om te kwetsen. Maar daardoor blijven de aannames juist intact. Dan blijft dat beeld in iemands hoofd zitten – dat een jonge politicus van 24 misschien te jong is, of dat iemand met mijn achtergrond wel hetero zal zijn. Als we die gesprekken wél voeren, halen we elkaar uit die comfortzone. Zonder wrijving ontstaat er niets nieuws. En zonder die kleine botsingen blijft het stil, terwijl juist het gesprek ons verder kan brengen.’
Heb je een mooie lees-, luister- of kijktip?
‘Toen ik kerken bezocht om te voelen wat mij zou kunnen inspireren stuitte ik op een boek dat sindsdien veel voor me heeft betekend: The Invention of the Individual van Larry Siedentop. Hij onderzoekt hoe ons idee van het individu is ontstaan binnen het christendom. Ik ben het niet overal mee eens, maar het boek heeft mijn denken verzacht – mijn atheïsme werd minder hard, minder Dawkins-achtig. En dankzij de inzichten kan ik tegenwoordig veel beter in gesprek met mensen die christelijk, islamitisch of joods zijn.’
Wie of wat kan wel wat humanisme gebruiken?
‘Als ik heel eerlijk ben, dacht ik meteen aan Geert Wilders. Voor mij gaat humanisme over de mens zien als mens, zonder iemand in een hokje te duwen of tot zondebok te maken. Ik heb zoveel moeite met dat tribale denken, waarin hele groepen worden getypeerd alsof iedereen binnen die groep hetzelfde is. Dat raakt direct aan iemands waardigheid.’
‘Het gebeurt aan alle kanten. Ik hoor soms vrienden die over homo’s praten alsof het één groep is, alsof elke homo precies zo is. Dat doet pijn, omdat je daarmee de mens achter het label verliest. Iemand als Wilders doet dat naar mijn gevoel continu. En toch denk ik: als hij die humanistische waarden echt zou laten binnenkomen, dan is er misschien nog een sprankje hoop.’
Wat is een wijze levensles die je hebt geleerd?
‘De belangrijkste levensles die ik heb geleerd, komt van mijn moeder. Zij had weinig kansen en droeg één wens met zich mee: dat haar kinderen het beter zouden krijgen dan zij ooit heeft gehad. Dat ideaal heb ik diep in me opgeslagen. Voor mij is het uitgegroeid tot een breder ‘pay it forward’: niet alleen voor mijn eventuele eigen kinderen, maar voor iedereen met wie we samenleven. Het idee dat de generatie na ons het beter kan hebben dan de vorige – dat is de levenshouding die ik dankzij haar meeneem.’
Als er een Humanist van het Jaar-award zou zijn, aan wie zou jij die uitreiken?
‘Niet een persoon, maar een organisatie: Republiek, dat zich inzet voor het afschaffen van de monarchie en die wil vervangen door een parlementaire republiek. Voor mij sluit dat direct aan bij humanistische waarden. Het idee dat iedereen gelijke kansen en rechten heeft, staat haaks op een systeem waarin één familie, puur door geboorte, op een gouden eilandje leeft en het staatshoofd levert. Het belemmert anderen in hun ontwikkeling – want je kan alles worden wat je wil, behalve staatshoofd, tenzij je Amalia heet.’
Wat wil jij de wereld nalaten?
‘Wat ik de wereld zou willen nalaten, is eigenlijk heel bescheiden. Ik hoop dat ik voor minstens één iemand het verschil heb kunnen maken – dat diegene het beter heeft dan daarvoor. Of het nu in de klas is, in de politiek, of doordat ik misschien een voorbeeld kan zijn voor homoseksuele jongeren. Ik hoef niet de hele wereld te veranderen; één persoon helpen is soms al meer dan genoeg.’
Wanneer heeft het Humanistisch Verbond in het bijzonder iets voor jou betekend?
‘Het Humanistisch Verbond betekende veel voor me op momenten dat ik op zoek was naar inspiratie buiten de traditionele plekken. Het zette me aan het denken doordat ik er mensen ontmoette en gesprekken voerde die nergens al vastlagen. En vooral lokaal heeft het me veel gebracht: ik kreeg de ruimte om te spreken over authenticiteit en raakte in gesprek met stadsgenoten die zich ook humanist noemen. Die ontmoetingen hebben me geholpen aan een groot gevoel van verbondenheid.’
' Voor mij gaat humanisme over de mens zien als mens, zonder iemand in een hokje te duwen of tot zondebok te maken. '