Meester van de twijfel

Een groot deel van zijn leven bracht de Franse filosoof René Descartes (1596-1650) door in het huidige Nederland – onder meer in Amsterdam, waar hij in de Kalverstraat en aan de Westermarkt woonde. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden moet hem hebben aangesproken omdat hij hier in alle rust kon denken, zonder angst voor vervolging vanwege zijn vaak controversiële standpunten: de katholieke kerk beschouwde hem als atheïst, en zou zijn werk op de Index – lijst van verboden boeken – plaatsen. Descartes schreef over ons land: ‘Tussen al deze mensen die zeer bedrijvig zijn en zich meer bekommeren om hun eigen zaken dan dat ze nieuwsgierig zijn naar die van anderen, heb ik even eenzaam en teruggetrokken kunnen leven als in de meest afgelegen woestenij, zonder dat ik het gerief hoefde te missen van een drukke stad.’

Waar Descartes over dacht als hij zo onbespied in de Republiek verbleef? Hij was een echte homo universalis, die baanbrekende bijdragen leverde aan de natuurwetenschappen. Maar wat hem vooral uniek maakt, is zijn oproep te breken met oude ideeën en zelf na te denken. Dat was iets wat iedereen volgens hem kon doen. Geleerd hoefde je niet te zijn daarvoor, je had genoeg aan gezond verstand. En gelukkig, schrijft Descartes, is het gezonde verstand van alle dingen op de wereld het gelijkmatigst verdeeld.

Hoe de kritische geest te werk gaat? Opvallend is dat die zich niet allereerst richt tegen de dogma’s van die tijd. Kritiek is bij Descartes zelfonderzoek: weet je wel zeker dat je eigen opvattingen waar zijn? Als je in het verleden weleens terug hebt moeten komen van een opvatting, hoe weet je nu dan zo zeker dat je andere opvattingen wél kloppen? Maar Descartes gaat nog verder, hij richt zijn kritiek niet alleen op de ideeën die je koestert, maar ook op je waarnemingen: weet je wel zeker dat de objecten die je voor je ziet, bestáán? Zijn dat niet louter overtuigingen die zich hebben gevormd tijdens je kindertijd, omdat je tijdens het kinderspel keer op keer merkte dat het wel handig is om ervan uit te gaan dat ergens een stoel staat en dat je er maar beter omheen kunt lopen om je niet te stoten?

Goed artikel?

Dit en andere journalistieke verhalen vind je in ons magazine HUMAN INC.

Cogito ergo sum

Zijn er nog ideeën en waarnemingen waar we níét aan kunnen twijfelen, vraagt Descartes zich vervolgens af. Om die vraag te beantwoorden begint hij het beroemde twijfel-experiment, dat hij beschrijft in zijn Meditaties (1641). Daarin voert hij de twijfel nog een beetje op door niet één voor één zijn opvattingen te onderzoeken, maar door ze in hun totaliteit ter discussie te stellen.

Voor deze radicale missie trekt hij zich dagenlang terug uit de wereld, om zich elke dag te wijden aan een nieuwe meditatie. Dan stelt Descartes zijn beroemde vragen: weet je zeker dat de wereld bestaat en je niet alles droomt? Weet je zeker dat alles wat je ziet geen spookbeelden zijn die je worden voorgehouden door een kwade geest?

Descartes heeft er oog voor dat die twijfel meer moet zijn dan een louter intellectueel en vrijblijvend spelletje. We zijn zo overtuigd van onze ideeën, dat we die niet zomaar opgeven door een gedachtenexperiment. Daarom ook nemen die meditaties bij Descartes zo veel tijd in beslag – verandering kost tijd.

Vandaar ook dat Descartes zijn experiment doet tijdens een zelfverkozen quarantaine: twijfel werkt het best in afzondering, als de rumoerige buitenwereld zich niet opdringt en met al haar kleuren en geuren lijkt te bewijzen dat ze wel degelijk bestaat.

Als hij de twijfel tot een hoogtepunt heeft gebracht, steekt Descartes met de magische woorden ‘Cogito ergo sum’ (Ik denk, dus ik ben) een helpende hand toe, die de twijfelaar misschien graag grijpt omdat hij anders dreigt weg te zakken in wanhoop. Je mag dan wel overal aan twijfelen, maar je kunt er niet aan twijfelen dat er iets is dat twijfelt, en dat is je eigen twijfelende geest.

Zelfkritiek

Hoe overtuigend is Descartes’ uitweg? Je kunt je afvragen of zijn bezwerende redenering niet veel te rationalistisch is om de twijfel weg te nemen, nog los van de vraag of die logisch wel goed in elkaar zit. Maar zelfs al schiet de oplossing tekort, het maakt Descartes’ boek niet minder waardevol: Descartes heeft laten zien dat er waarde schuilt in de twijfel zelf. Vanzelfsprekendheden ter discussie stellen geeft je namelijk de mogelijkheid tot vrijheid. Je laat je niet meer leiden door bestaande opinies, maar leert zelf te oordelen.

Het is goed om even stil te staan bij dat idee van vrijheid. Hoewel Descartes vaak wordt beschouwd als wegbereider van onze hedendaagse vrijheidsliefde, is het idee van vrijheid dat hij heeft ontwikkeld wezenlijk anders dan dat van veel eenentwintigste-eeuwers. Vrijheid wordt tegenwoordig vaak gezien als onbekommerd kunnen doen wat je wilt, en de mogelijkheid hebben vanuit diepgevoelde overtuigingen ook op anderen kritiek te leveren. Maar het bijzondere aan Descartes is dat hij laat zien dat échte vrijheid begint met het ter discussie stellen van die eigen overtuigingen, met zelfonderzoek en zelfs met zelfkritiek.

Placeholder-female-2x

Florentijn van Rootselaar

filosoof, journalist en schrijver

Als journalist en filosoof schrijft Florentijn van Rootselaar voor de Trouw over filosofie en ethiek. Als schrijver werkt hij aan een boek …
Profiel-pagina