De Tweede Wereldoorlog is en blijft een moreel ijkpunt in ons denken; dat nooit meer. En ieder jaar doen zich discussies voor over hoe te herdenken en vooral, wie te herdenken. Ook de Duitse soldaten, of is dat te vroeg? Misschien is de vraag hoe te herdenken wel belangrijker, blijkt als je de Humanistische Canon leest.

Twee werken in de Humanistische Canon gaan over ons onvermogen om WO II te herdenken. De vraag is daarbij niet wie herdacht moet worden, maar hoe. In beide werken wordt een beeldende vorm gekozen; een strip en een film. De onmenselijkheid van WOII werkt door in onze taal; we hebben geen ‘woorden’ en taal lijkt plotseling niet in staat om te doen wat het geacht wordt te doen; te vertellen. De twee werken zijnShoah van Claude Lanzmann en Maus van Art Spiegelman. Beiden gaan over de onvertelbare onmenselijkheid.

Afstand door details 

De film Shoah duurt meer dan negen uur. Lanzmann vraagt de overlevenden naar hun ervaring in de kampen.

Uit de Canon-tekst: “Urenlang luisteren we naar hun relaas: in het Engels, het Duits, het Pools, het Hebreeuws, het Jiddisch. Geen moment krijgen we, zoals bijvoorbeeld in Schindler’s List (1993) van Steven Spielberg, een filmische enscenering van het gebeurde. Urenlang worden we overgeleverd aan een uiterst gedetailleerd, mondeling verslag.”

Lanzmann wil de details weten: “Hij vraagt meer dan eens aan de Poolse getuige waar het kamp begon, hij wil het precies weten, en zegt: ‘Dus, nu sta ik in het kamp’, en na zich een meter te hebben verplaatst: ‘Nu niet meer?’ “

Volgens Dirk de Schutte, schrijver van de Canontekst, wil Lanzmann met deze gedetailleerde weergave juist de afstand tot de ervaring van overlevenden weergeven:

“De precieze beschrijving is er niet op gericht om de afstand met de gruwel te verkleinen, maar juist om die afstand in te stellen en intact te houden. We zijn voor immer afgesneden van het gebeurde. Arendt stelt in haar studie over totalitarisme, The Origins of Totalitarianism (1951), dat de afstand tussen de kampgevangenen en de buitenwereld groter is dan de afstand tussen levenden en doden. Ik denk dat Lanzmann die ervaring in beeld wil brengen.”

Mensen worden dieren

Ook Spiegelman kiest een vorm van ‘afstand’. In de strip Maus visualiseert hij zijn vaders ervaring van de Holocaust. In plaats van mensen te tekenen, kiest hij voor dieren. Joden, Duitsers, Polen en Amerikanen worden afgebeeld als muizen, katten, varkens en honden. Ook in Maus komt het talige onvermogen aan de orde: hoe kunnen we Auschwitz ‘vertellen’? Een omweg is nodig, nu niet via details maar via het dierenrijk: Auschwitz wordt Mauswitz.

De schrijver van de Canontekst – Laurike in ‘t Veld – geeft aan: “Nergens wordt het verhaal kinderlijk of komisch, labels die maar al te vaak aan stripboeken toegedicht worden. Integendeel, Spiegelman bewandelt het problematische gebied van Holocaust-representatie met succes.”

En: “Het zijn ironisch genoeg de dieren die de menselijke dimensies van het verhaal benadrukken. De dierenmetafoor doet ons des te meer beseffen dat dit gebeurd is met mensen en door mensen.”

Maar de dierenmetafoor reikt verder. Hitler maakte van joden ondieren. En onbegrijpelijk menselijk gedrag omschrijven we als ‘dierlijk’. Ook hier wordt afstand gecreëerd. Paradoxaal genoeg is afstand zowel het begin van onmenselijk gedrag, als een manier om dit gedrag te verwerken.

Lees verder over  Art Spiegelman en Claude Lanzmanns Shoah in de Humanistische Canon.

Esther Wit, hoofdredacteur Humanistische Canon