Pien Geeve over gedeelde strijd en verbondenheid
Stel je voor: je staat tussen wildvreemden en toch herken je iets dat van jou is. Voor socioloog en queer activist Pien Geeve gebeurde dat op een protest tegen een anti-homowet in Hongarije, kort na corona. ‘Ik stond daar met allemaal mensen die het belangrijk vinden dat je mag zijn wie je bent.’
Hen herinnert zich twee vaders met een zoontje op hun nek. ‘Ze waren de protestborden aan het uitleggen aan hun kind. Dat voelde heel verbindend.’ Het was een van de eerste momenten waarop Pien merkte: ik ben niet de enige. We delen deze strijd – en ik sta er niet alleen voor. Voordat Pien die herkenning vond, ging hen eerst door een langzaam ontwaken. ‘Ik heb lang als cisheterovrouw geleefd. Op een gegeven moment kwam ik erachter: dat is het niet.’ Het was een eenzaam proces, want veel mensen in hun omgeving (her)kenden die zoektocht niet. Zoals hen het verwoordt: ‘We zitten nog steeds vast in een systeem dat binair denkt en waarin er een dominante norm is.’
Op de schouders van eerdere generaties
Juist daarom, zegt Pien, is veel van waar vroeger voor gestreden werd nog steeds relevant. Jaren geleden ontmoette hen op een camping twee oudere lesbische vrouwen. Zij vertelden over hun strijd voor het homohuwelijk – niet omdat ze zelf wilden trouwen, maar omdat ze juridische erkenning wilden als partners. ‘Ik dacht echt: wow, we staan op jullie schouders,’ vertelt Pien. Die ontmoeting maakte iets duidelijk voor hen: zonder de offers van eerdere generaties was hun vrijheid om zichzelf te zijn, al is die soms nog precair, nooit vanzelfsprekend geweest. ‘Daardoor is eigenlijk elke oudere queer persoon een soort rolmodel.’
Tegelijkertijd merkt Pien op dat queer ouderen vaak over het hoofd worden gezien binnen de community. Denk aan mensen in verzorgingshuizen die worden gepest, of zelfs weer de kast in worden geduwd. ‘In onze maatschappij bestaat al een bias tegen ouder worden. Maar stel je voor dat je óók nog queer bent. Dan wordt het extra lastig.’ Fysieke beperkingen maken meedoen aan protesten moeilijker en veel ontmoetingen vinden tegenwoordig online plaats. ‘Daar vindt mijn generatie echt verbinding. Maar dat is veel minder toegankelijk voor oudere generaties. En daardoor is er ook minder contact,’ aldus Pien.
Een andere tijd, een andere toon
Zonde, vindt hen. Want oudere queer personen zijn een bron van kracht en inspiratie. Meer verbinding tussen jong en oud kan zorgen voor wederzijdse steun én voor een herwaardering van het verleden. ‘Als ik documentaires kijk over die tijd, zie ik hoe strijdbaar mensen waren. Ze protesteerden radicaal, maar vaak ook op een ludieke manier. Die speelsheid, die humor, daar zou ik zelf ook graag wat meer van terugzien.’
Activisme voelt nu anders. ‘Vroeger leek het alsof er ruimte was om iets open te breken, met meer ruimte voor lucht. Nu voelt het alsof we iets moeten verdedigen dat steeds verder wordt ingeperkt. Het voelt daardoor serieuzer.’ De queer community is bovendien enorm divers. Dat is volgens Pien een kracht, maar het kan het ook ingewikkeld maken om elkaar echt te begrijpen. ‘Toch begint begrip bij onszelf. Als we dat binnen de community al niet opbrengen, wordt het daarbuiten nog veel ingewikkelder.’
Eén strijd, vele vormen
Juist dankzij die verschillen voelt Pien zich diep verbonden met de gemeenschap. ‘Laatst keek ik een film over de aidsepidemie. Het maakte me verdrietig, maar ook hoopvol. Je zag daar liefde, strijdkracht, kwetsbaarheid en kracht tegelijk. Voor het eerst begreep ik echt wat aids heeft gedaan met de gemeenschap. Het liet zien dat er momenten zijn waarop we echt alleen elkaar hebben. En dat is pijnlijk, maar ook ontzettend krachtig.’
Die verbondenheid drijft Pien in hun activisme. Naast demonstraties voor queerrechten is hen actief in acties voor Palestina en klimaatrechtvaardigheid. Ook ondersteunt hen jonge activisten via het Alert Fonds. Voor Pien hoort het allemaal bij elkaar. ‘Als je begrijpt hoe systemen van onderdrukking werken, dan weet je dat je ze niet los van elkaar kunt zien. Als je als queer persoon opkomt voor queerrechten, maar ondertussen racistische of onderdrukkende dingen zegt of doet, dan gooi je een andere groep onder de bus voor je eigen gewin. Dat is niet de bedoeling.’
Daarom blijft Pride voor Pien een protest – geen commercieel feestje. ‘Booking.com, hoofdsponsor van Pride Amsterdam, hoort daar dus niet thuis. Zij bieden vakantiewoningen aan op illegaal bezet Palestijns gebied. Daarmee dragen ze actief bij aan de bezetting.’
‘None of us are free until we are all free’. Die zin, die Pien vaak op protestborden ziet, vat het voor hen allemaal samen. ‘We kunnen alleen vooruit als we dat samen doen.’
' Als je begrijpt hoe onderdrukking werkt, weet je dat we alleen samen vooruit kunnen '
De toekomst is voor iedereen
In de toekomst droomt Pien van een wereld waarin iedereen gewoon kan zijn wie die is. Waar gezinnen, relaties en levens- en liefdesvormen vrij mogen bestaan. Waar labels overbodig zijn omdat de norm is verdwenen. Maar zover is het nog niet. Er is nog veel werk te doen.
Toch ziet Pien ook lichtpuntjes. Want ondanks dat hen soms nog wordt nageroepen op straat, merkt hen dat steeds meer mensen naar manieren zoeken om ruimte te maken. ‘Laatst zat ik op een boot met de moeder van een vriendin. Ze is super supportive, maar vindt het ingewikkeld. Ze zegt dan bijvoorbeeld steeds ‘dames’ of ‘meiden’. Op een gegeven moment kwam ze naar me toe en zei: ‘Meisjes en dietjes.’ En ik dacht: wow, je hebt gewoon een nieuw woord bedacht! Dietje – een soort verkleinwoord voor… ja, wat eigenlijk? Dat mensen daar zelf iets op proberen te vinden, vind ik prachtig.’
Generatie nú
Ook later, als hen ouder is, wil Pien blijven bijdragen. ‘Misschien sta ik als ik zeventig ben niet meer op de barricades, maar ik kan nog steeds iets bijdragen.’ Wat hen hoopt door te geven? Strijd, plezier en verbondenheid. ‘Dat we blijven opkomen voor onze rechten, maar ook het gevoel van gemeenschap vasthouden. En dat we stoppen met het uit elkaar trekken van generaties. Er is niet alleen een toekomstige generatie – we zijn er allemaal nog. We leven nú, dus we zijn allemaal generatie nú.’