Het dodelijke gezicht van alledaags seksisme
Femicide wordt vaak beschreven in cijfers: veertig vrouwen per jaar, één elke acht dagen. Maar cijfers verhullen juist wat we onder ogen moeten zien: dit gaat niet om incidenten, maar om patronen. Om een cultuur die, vaak onschuldig ogend, ruimte laat voor minachting, en die ruimte keer op keer vergroot. Waar seksisme ruimte krijgt, ontstaat intimiderend gedrag, en waar dat genormaliseerd wordt, ontkiemt soms het dodelijke.
Dat bleek de afgelopen maand opnieuw. Binnen twee dagen werden in verschillende Nederlandse steden vrouwen door hun (ex-)partner gedood. Twee levens verloren, twee gezinnen ontwricht — en dat in slechts twee dagen tijd. Zulke gebeurtenissen maken pijnlijk zichtbaar wat de statistieken verhullen: dit is geen verre realiteit, dit gebeurt hier, nu, en het herhaalt zich steeds opnieuw.
De huidige situatie in Nederland, waarin iedere acht dagen een vrouw wordt vermoord, raakt onze humanistische waarden in het hart. In de kern van femicide, schuilt de ontmenselijking van de vrouw.
Van internetheld tot studentenlied
We leven in een tijd waarin vrouwenhaat luid verkondigd wordt. Jonge mannen worden online overspoeld door influencers die dominantie verkopen als mannelijkheid en vrouwen vernederen als zelfverbetering. Wat vroeger randcultuur leek, dringt nu door tot de mainstream. Het succes van figuren als Andrew Tate is een symptoom: het laat zien hoe misogynie aantrekkelijk verpakt wordt – als humor, als lifestyle, als provocatie – en daardoor grip krijgt op een hele generatie.
Die verschuiving is geen losstaand fenomeen. In studentenverenigingen en koren horen we nog altijd liederen die vrouwen reduceren tot objecten van spot of consumptie. In cafés en kleinkunst wordt seksisme vaak onder de vlag van traditie of satire naar voren gebracht. Dit zijn geen ‘onschuldige grapjes’, dit zijn culturele praktijken die gewelddadige denkbeelden normaliseren. Het zijn echo’s van dezelfde logica: de vrouw is er om te beheersen, te beoordelen, te bezitten. Zolang zulke codes blijven bestaan, wordt de bodem waarop femicide kan wortelen telkens opnieuw bemest.
De wortels van femicide
Geweld tegen vrouwen ontstaat binnen een cultuur die ongelijkheid voortdurend bevestigt. Vaak niet in de vorm van expliciet geweld, maar in alledaagse codes en rituelen die we nauwelijks ter discussie stellen. In studentenliederen die vrouwen reduceren tot vermaak. In cabaret dat neerbuigend lachen rechtvaardigt zolang het onder de vlag van humor valt. In de digitale wereld waar zelfbenoemde rolmodellen macht en controle presenteren als de essentie van mannelijkheid. Samen tekenen dit soort verschijnselen een patroon waarin vrouwen systematisch minderwaardig worden gemaakt.
Die herhaling is cruciaal. Omdat zij ervoor zorgt dat minachting vertrouwd gaat voelen, bijna vanzelfsprekend. In zo’n klimaat verliest geweld zijn uitzonderlijkheid: het wordt niet meer ervaren als een ondenkbare grens, maar als een uiterste uitdrukking van al lang bestaande overtuigingen.
Wie zoekt naar de wortels van femicide, komt zelden meteen bij het brute geweld uit. Het begint vaak veel eerder, in de fundamenten van onze cultuur. Vanaf jonge leeftijd worden verschillen in jongens en meisjes, tussen mannen en vrouwen, sterk benadrukt. Die normen worden vaak zichtbaar in taal: wie is lief en wie is stoer? Wie is mooi en wie is slim? Onbewust krijgen jongeren daardoor veel beelden mee over hoe zij zich zouden moeten gedragen. Meisjes leren dat hun waarde vooral ligt in schoonheid, zorgzaamheid en bescheidenheid. Jongens leren dat emoties tonen zwak is en dat macht en controle de essentie van mannelijkheid vormen.
De meeste mensen zijn onbewust van hoe deze ogenschijnlijk onschuldige denkpatronen hunzelf én anderen beïnvloedt. Maar de consequenties van strak omlijnde genderrollen zijn goed gedocumenteerd. Onderzoek laat zien dat vrouwen die traditionele genderrollen hebben geïnternaliseerd, geweld van hun partners vaker ‘normaal’ vinden (Grembi, 2024). Ook zijn ze minder geneigd om hulp te zoeken (Overstreet, 2013).
Voor jongens werken deze normen anders uit. Waar meisjes naar binnen slaan, slaan jongens vaker naar buiten. Studies onder jongeren laten zien dat wanneer hun mannelijkheid in twijfel wordt getrokken, agressie vaak het antwoord is (Malonda-Vidal, 2021.). Traditionele opvattingen over mannelijkheid blijken direct samen te hangen met verhoogd agressief gedrag. In digitale gemeenschappen zoals de manosphere worden deze ideeën moedwillig versterkt, waardoor vrouwenhaat wordt genormaliseerd en jonge mannen worden aangemoedigd om controle en dominantie te verheerlijken.
Politiek én samenleving
Natuurlijk ligt hier een taak voor de politiek. Wetgeving moet eerder ingrijpen, patronen van dreigend gedrag als signaal herkennen en slachtoffers daadwerkelijk beschermen. Andere landen laten zien dat het kan: waar vroeg ingrijpen wettelijk is verankerd, daalt het aantal dodelijke incidenten.
Maar beleid alleen verandert geen cultuur. Daarvoor is óók iets anders nodig: bewustwording en waakzaamheid van ons allemaal. Dat begint bij het herkennen van patronen hoe we met elkaar omgaan, spreken, hoe kinderen worden opgevoed. Het vraagt om moed om vanzelfsprekendheden openlijk te bevragen, om ongemak uit te spreken als een zogenaamde grap pijn doet. Het gesprek niet uit de weg gaan, ook niet als het schuurt.
Humanistische waakzaamheid
Vrijheid betekent niets als vrouwen hun leven niet veilig kunnen leiden. Verbinding verliest zijn betekenis wanneer intimidatie tot normaal gedrag verwordt. Verantwoordelijkheid vraagt meer dan wijzen naar de overheid: het vraagt dat wij onszelf aanspreken, in onze omgang, in onze taal, in de ruimte die we seksisme wel of niet geven.
Femicide is het resultaat van keuzes – van wetten die tekortschieten, van culturele patronen die niet worden doorbroken, van stiltes die te lang duren.
Daarom is de vraag niet alleen wat de politiek gaat doen, maar ook wat wij zelf toestaan. In de kroeg, op de werkvloer, aan de keukentafel. Cultuur verandert niet van bovenaf, ze verandert wanneer wij de vanzelfsprekendheid doorbreken en weigeren nog langer weg te kijken.
De vraag is dus niet óf we iets kunnen doen, maar of we bereid zijn om de prijs van onze stilte te zien.
Bronnen:
- Grembi, V., Rosso, A. C., & Barili, E. (2024). Domestic violence perception and gender stereotypes. Journal of Population Economics, 37(1). https://doi.org/10.1007/s00148-024-00986-0
- Malonda-Vidal, E., Samper-García, P., Cortés-Tomás, M. T., & Mestre-Escrivá, M. V. (2021). Traditional masculinity and aggression in adolescence: Its relationship with emotional processes. International Journal of Environmental Research and Public Health, 18(18), 9802. https://doi.org/10.3390/ijerph18189802
- Overstreet, N. M., & Quinn, D. M. (2013). The Intimate Partner Violence Stigmatization Model and Barriers to Help-Seeking. Basic and Applied Social Psychology, 35(1), 109–122. https://doi.org/10.1080/01973533.2012.746599