Femicide: wat er gebeurt als we alleen de feiten tellen
Dat femicide eindelijk volop in de media verschijnt, zegt misschien nog wel meer over ons zwijgen dan over ons spreken. Jarenlang bleef dit structurele geweld op de achtergrond, alsof het ging om uitzonderingen in plaats van patronen. Pas wanneer er meerdere moorden kort na elkaar plaatsvinden, voelen we de urgentie. Maar juist dat ritme – stilte, schok, verontwaardiging, stilte – houdt het systeem in stand. Zolang we het vooral hebben over incidenten, hoeven we het niet te hebben over de fundamenten.
De onderliggend infrastructuur
Femicide laat de uiterste consequentie zien, maar als we daar blijven hangen, missen we de onderliggende infrastructuur die dit geweld mogelijk maakt. Een infrastructuur die dieper reikt dan familie- of partnerrelaties, en die veel breder is dan de tegenstelling man-vrouw. Het gaat om een maatschappelijke ordening die mensen reduceert tot rollen en iedereen in twijfel trekt die daar niet in past. Vrouwen, queer personen, mannen die hun kwetsbaarheid tonen: allemaal botsen ze tegen een systeem dat dicteert hoe ‘echte mannelijkheid’ en ‘echte vrouwelijkheid’ eruit horen te zien.
Het patriarchaat als productiemiddel
Die ordening is niet neutraal, en ook niet toevallig. Ze wordt in stand gehouden omdat ze politieke en economische belangen dient. Het patriarchaat is een systeem dat ongelijkheid winstgevend maakt. Het idee dat vrouwen vooral zorgen, bevestigt en verlengt onbetaalde arbeid in het huishouden, een arbeid die onzichtbaar blijft en dus gratis kan blijven. Het idee dat mannen niet breken, maar dragen en domineren, sluit naadloos aan bij een economie die competitie boven zorg stelt en succes gelijkstelt aan controle. Genderstereotypen zijn dus niet alleen sociale misverstanden: ze zijn een productiemiddel. Ze maken hiërarchie vanzelfsprekend en houden een arbeidsverdeling in stand die voordelig is voor wie aan de top zit.
Meer dan femicide alleen
Dat verklaart ook waarom het probleem niet te reduceren valt tot enkel femicide. Hetzelfde systeem dat vrouwen reduceert tot bezit, laat mannen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld onzichtbaar blijven. Hetzelfde patroon dat queer personen naar de marge duwt, legt kinderen al op jonge leeftijd de last van smalle genderrollen op. Femicide is dan niet een ontsporing, maar een knooppunt waar al die ongelijkheden samenkomen in hun meest brute vorm.
Juist hier schuilt de valkuil van symptoombestrijding. Politiek beleid dat zich richt op strenger straffen of sneller ingrijpen kan levens redden, maar het verandert het onderliggende systeem niet. Dat systeem reproduceert zich in media die vrouwen consequent reduceren tot lichamen of moeders, in politieke retoriek die ‘traditionele waarden’ prijst, in de entertainmentindustrie die seksisme als ironie verpakt. Daar, in het alledaagse en het winstgevende, wordt de bodem gelegd waarbinnen geweld later ‘logisch’ lijkt.
Als we werkelijk verandering willen, moeten we durven erkennen dat gendernormen een machtsinstrument zijn. Ze beschermen niet de samenleving, ze beschermen een status quo
waarin ongelijkheid rendement oplevert. En wie die status quo doorbreekt, tast dus niet alleen een cultuur aan, maar ook de belangen van wie erop teert.
Humanisme als tegenstem
Femicide legt bloot wat er gebeurt wanneer we toestaan dat mensen tot rol of bezit worden gereduceerd. Hier kan het humanisme een tegenstem zijn. Want vanuit humanistisch perspectief is gelijkwaardigheid geen optie of luxe, maar uitgangspunt: hoe iemand ook geboren wordt, het zou nooit invloed mogen hebben op de waardigheid die een mens wordt toegekend. Humanisme betekent in dit licht niet hoogdravend idealisme, maar een radicale praktijk: in plaats van hokjes, ruimte. In plaats van stilzwijgen, gesprek. In plaats van macht die in stand houdt, solidariteit die ontwricht.
Het is te gemakkelijk om te zeggen dat dit een probleem is van daders en slachtoffers. Het is een probleem van ons allemaal, zolang we blijven leven in een cultuur die ongelijkheid vanzelfsprekend maakt. Een humanistische houding betekent dan: weigeren dat vanzelfsprekende te accepteren. Steeds opnieuw oefenen om de ander niet te zien als categorie, maar als mens.