De problemen in het onderwijs zijn gigantisch: lerarentekort, werkdruk, burn-out, toenemende ongelijkheid, te grote klassen, vermindering van de kwaliteit. Leraren spreken van een onderwijscrisis.

Het ministerie van OCW heeft toegezegd deze kabinetsperiode miljoenen meer geld uit te zullen geven aan onderwijs. En toch wordt er opnieuw gestaakt. Twee dagen achter elkaar. Meer dan 4000 basis- en middelbare scholen zijn gesloten.

De oplossing voor de crisis wordt gezocht in meer geld, flexibilisering, digitalisering en waardering voor het vak. Innovatie van systemen en processen zouden het werk aantrekkelijker moeten maken. Daarbovenop volgt nog dit jaar een nieuw curriculum, want de huidige kerndoelen zijn niet meer van deze tijd, én een nieuwe burgerschapswet die burgerschap als vak in het onderwijs een meer verplichtend karakter moet geven.

Deze veranderingen zijn natuurlijk nodig om het onderwijs actueel, modern en aantrekkelijk te houden. Maar als we echt het onderwijs willen verbeteren dan moeten we de aandacht verleggen. Van slimmere processen naar de kern: de menselijke factor.

Onderwijs is mensenwerk met de hoofdrol voor de leraar. Net als veel andere stakende beroepsgroepen de afgelopen maanden, vragen zij vooral erkenning voor hun vak en hun professionaliteit. Leraren zijn normatieve professionals die werken vanuit passie en waarden. Iedere dag weer opnieuw zoeken naar het juiste handelen, want geen dag en leerling zijn hetzelfde. Lesgeven is een kunst. Leraren werken dan ook het best als ze autonoom en inspirerend kunnen zijn, met kennis van zaken, expertise en een persoonlijkheid waar leerlingen zich aan kunnen vormen. Een leraar is geen uitvoerder van programma’s.

De problemen in het onderwijs hebben dan ook één ding gemeen: een gebrek aan vertrouwen in de professionele en menselijke betrokkenheid van leerkrachten. De persoonlijke waarden waarmee leerkrachten werken, komen steeds vaker in botsing met systeemwaarden van efficiëntie en resultaat. Het gevolg is dat te vaak keuzes worden gemaakt waar ze niet, of niet volledig, achter staan. Grote kans dat het zorgt voor wat een huisarts een burn-out noemt: ‘te hard gewerkt’. Maar is er niet veel eerder sprake van moral injury: een verwonding van innerlijke waarden?

Pas als het vertrouwen terugkomt, en leraren weer als mens worden gezien die een vak beheersen, dan zullen ze weer energie krijgen van hun werk, en makkelijker nieuwe collega’s aantrekken.

En die leraren zorgen er dan ‘vanzelf’ voor dat leerlingen gevormd worden tot goede burgers, simpelweg omdat alleen zij zien wat er echt gebeurt en nodig is in de klas. Zoals Michelle van Dijk (lerares Nederlands en actief bij VO in Actie) zegt in NRC: ‘Geef de docent de tijd en de autonomie, dan doen wij wat ons vak is: de jeugd de toekomst geven, dankzij een stevige kennisbasis.’ Daar kan geen onderwijsvernieuwing tegenop.

WAT GEEF IK MIJN KINDEREN MEE?

De vraag bij opvoeden en onderwijs is steeds: hoe vind je de balans tussen vrijheid en grenzen stellen?

Het Humanistisch Verbond staat voor brede vorming van kinderen in opvoeding en onderwijs, burgerschap en persoonsvorming. We investeren in humanistisch vormingsonderwijs, we geven workshops over opvoeden en burgerschap, en bieden inspiratie bij belangrijke momenten in het leven. Bekijk hier ons volledige programma. 

mark bijlmer klein voor site hv

Mark Bos

Programmamanager onderwijs

Profiel-pagina