Wat heb je aan Machiavelli of John Stuart Mill tijdens de voorbereiding van een vergadering? En wat kun je van Sartre leren als je wilt weten of je het juiste beroep hebt gekozen? In ‘Goudmijn van het denken’ leggen filosofen Marli Huijer en Frank Meester de link tussen filosofie en beroepspraktijk.

Huijer en Meester selecteerden 22 fragmenten van uiteenlopende denkers en verbinden deze met thema’s als macht, vrijheid, assertiviteit, groepsdruk, gelijkheid, voortreffelijkheid of duurzaamheid.

Hoe is het boek tot stand gekomen?

Frank Meester: ‘Het boek is vanuit de praktijk ontstaan. Waar ligt de macht op de werkvloer? Moet je altijd de waarheid spreken, of is het beter om loyaal te zijn? Kun je bijdragen aan een betere wereld? Elke tekst begint met een situatie uit de beroepspraktijk en die verbinden we aan een filosoof. Naast een inleiding op het werk van de filosoof gebruiken we vragen die helpen om je de fragmenten ‘eigen’ te maken. Dat doen we aan de hand van de originele teksten. We vinden het belangrijk dat de lezer de tijd neemt deze teksten goed te lezen.’

Verschillende filosofen uit de tv-serie ‘Durf te denken’ worden behandeld, waaronder Sartre. Waarom hij?

Marli Huijer: ‘Sartre zegt dat we eigenlijk nog niets zijn. We zijn onbepaald. Om iets te zijn moetje keuzes maken en iets doen. Uiteindelijk ben je dat wat je van je leven maakt: de som van je daden. 
Meester: ‘Dat idee spreekt me aan: geen smoesjes. Daarnaast is jouw keuze ook een keuze voor andere mensen en voor de hele samenleving. Hij zet de zaken op scherp. Door Sartre ben ik op een dag gestopt met vlees eten.’

Het is radicaal. Als ons leven mislukt, is het dan ook onze ‘eigen verantwoordelijkheid’?

Huijer: ‘Voor mij gaat hij daarin te ver, want niet iedereen heeft dezelfde mogelijkheden of talenten. En sociale omstandigheden spelen ook een rol. Maar binnen je mogelijkheden kun je wel proberen zelf de regie te nemen.’ 
Meester: ‘Sommige mensen kunnen overigens heel goed van hun zwakten of handicaps hun kracht maken. Neem Lou Reed: dat is geen grote zanger maar daar heeft hij juist zijn kracht van gemaakt.’

Wat kunnen nog we van de oude Grieken leren?

Huijer: ‘Best veel. Aristoteles ging ervan uit dat voortreffelijkheid te bereiken is door oefening. Zoals je een betere citerspeler wordt als je dagelijks oefent, zo word je moediger als je jezelf traint om moedig te zijn. Ook als je nu voortreffelijk wilt zijn in je werk, moet je je de goede gewoonte eigen maken om steeds opnieuw te oefenen, om er op die manier beter in te worden. Voortreffelijkheid in je vak komt niet vanzelf.’

Meester: ‘Als iemand een presentatie moet geven of optreedt wordt vaak gezegd: ‘Doe het maar en wees gewoon lekker jezelf’. Maar als je voor het eerst op een podium staat kun je helemaal niet jezelf zijn. Aristoteles zou daarom zeggen dat je beter net zo vaak kunt oefenen totdat je de presentatie of het muziekstuk bijna kunt dromen. Ik pas dit dan ook toe in het dagelijks leven. Toen mijn kinderen klein waren durfden ze volwassenen soms geen hand te geven. Toen heb ik die situatie met ze geoefend: ik was de enge meneer en zij moesten me een handje geven. Dat werkte goed!’

Laat je jezelf nog wel eens verrassen door het werk van andere filosofen?

Huijer: ‘Ja, ik vind de stelling van Bruno Latour dat ook dingen een moraal kunnen hebben interessant. Hij gebruikt daarvoor het voorbeeld van de veiligheidsgordel in de auto. Dat is een ding waar wij onze moraal aan hebben ‘gedelegeerd’ om zo de veiligheid in het verkeer te vergroten. Als we de gordel niet omdoen, spreekt hij ons aan: hij heeft een morele functie. Latour morrelt daarmee aan het traditionele subject/objectonderscheid dat tussen mensen (subjecten) en dingen (objecten) wordt gemaakt. Een vraag in het boek is dan ook: ‘Waarom zouden we de moraal niet verder delegeren aan de dingen? Als het om veiligheid gaat zijn niet-mensen toch veel betrouwbaarder dan mensen? Of is dat juist niet goed?’

Zijn er nog meer verrassingen?

Meester: ‘Ik studeerde filosofie in de hoogtijdagen van het postmodernisme, waarin iedereen cynisch was over elke waarheidspretentie of de doorgronding van het wezen van iets. Ik was dus wel verrast door de dappere poging van Martha Nussbaum om met de ‘vermogensbenadering’ (vrije vertaling van Capabilities Approach) de mogelijkheden in kaart te brengen die elk mens zou moeten hebben wil er sprake zijn van een menswaardig leven.’

Ook Machiavelli komt aan de orde. Ongemakkelijk voor humanisten volgens mij?

Huijer: ‘Van Machiavelli kunnen we veel leren over politieke macht en hoe leiders hun macht behouden. Een beetje machthebber is niet vies van hypocrisie. Tactisch opereren werkt vaak beter dan al te grote eerlijkheid en openheid. Machiavelli is niet voor niets de grondlegger van de politieke wetenschap.’

Meester: ‘Maar ook als ‘gewone’ werknemer heb je veel aan zijn denkbeelden. Stel je wilt in een vergadering steun krijgen voor jouw idee. Van John Stuart Mill (ook in het boek te vinden) weet je dat mensen geneigd zijn hun mening aan te passen aan die van de meerderheid, of aan mensen die hun standpunt dwingend voorleggen. Met Machiavelli in de hand zorg je dat je vooraf individueel bij werknemers checkt wat ze van je plan vinden en hun steun vraagt. Als je weet dat er een paar zijn die je zullen steunen, is de kans groot dat je de meerderheid tijdens de vergadering mee krijgt.’

Marli Huijer is hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lector Filosofie en beroepspraktijk aan De Haagse Hogeschool. Frank Meester is assistent-lector Filosofie en beroepspraktijk aan De Haagse Hogeschool. Hij is daarnaast meedenker voor ‘Dus ik ben’.

Meer kijken, lezen of luisteren

Op mei waren de auteurs te gast bij OBA Live. Het boek is te bestellen bij bol.com
De tv-serie Durf te Denken is gebaseerd op de Humanistische Canon die door het Humanistisch Verbond is ontwikkeld. Er komen 12 denkers aan bod.

Vanaf 1 juni worden er opnames gemaakt voor een nieuwe serie met onder meer Aristoteles en John Stuart Mill. Bijwonen? Lees verder bij Brandstof