Vrijdagochtend half negen. De jonge filosofiedocenten Joeri en Thomas lopen de medewerkersingang binnen van gevangenis De Schie in Rotterdam. Ze moeten hun telefoon achterlaten in een kluisje en gaan door de detectiepoort naar binnen. Ze wrijven nog even in hun slaperige ogen en lopen door de brede gangen die opvallend kleurrijk zijn. Achter de dikke muren bevinden zich 286 cellen.

Op een van de verdiepingen klinkt licht geroezemoes van gedetineerden en het getjilp van een vogeltje dat is binnengehaald vanwege zijn rustgevende werking. Met hun pasje hebben de filosofen toegang tot de zware deur naar de levensbeschouwelijke gang. Ze lopen langs de kamers van de dominee, de imam en de humanistisch geestelijk verzorger Marjo.

Marjo – type streng en begripvol – organiseert wekelijks de gespreksgroep Filosofie & Humanisme, toegankelijk voor iedere belangstellende gevangene. Vandaag zijn er zeven geïnteresseerden. Gretig lopen zij de ruimte binnen, door de deur waarop ‘Stilteruimte’ staat, al komen ze hier juist om te praten. Op andere ochtenden worden ze gewekt om arbeid te gaan doen, zoals washandjes stapelen – per tien een elastiekje eromheen. Ze zijn duidelijk blij dat hun vandaag wat uitdagenders te wachten staat.

Op de ronde tafel ligt het boek The Human Condition van de Duitse filosofe Hannah Arendt, het huiswerk voor vandaag. Een gespierde man met op zijn trui een grote glimmende Mickey Mouse en zijn zwarte haren strak naar achteren gekamd, haalt trots zijn stapel aantekeningen tevoorschijn. “Ik heb het boek helemaal uitgelezen, maar er zat wel veel herhaling in vond ik.” Hij toont zijn samenvatting in sierlijk handschrift.

De gevangenen die de filosofieles volgen hebben verschillende misdaden begaan: van diefstal tot moord en alles wat daartussen zit. Ze mogen niet herkenbaar in beeld en niet herleidbaar zijn. Vanwege hun eigen privacy, maar ook om eventuele confrontatie met slachtoffers te voorkomen. Daarom noemen we geen namen.

De een zit nog in voorarrest, de ander heeft levenslang. Maar wat deze mannen hier in elk geval gemeen hebben: ze willen intellectueel geprikkeld worden. Ze komen naar de Engelstalige cursus Filosofie & Humanismeomdat die volgens hen diepzinniger is. “Bij de Nederlandse les zitten ook mannen die niet echt geïnteresseerd zijn, maar gewoon even uit hun cel willen”, zegt een welbespraakte jongen met nette kleren en een knotje in zijn haar. De mannen zitten rond een tafel met koekjes,thermoskannen koffie en boeken – je zou je zo in een gewone leesgroep wanen. Maar dan klinkt er buiten een schreeuw en is de setting meteen weer duidelijk. Op de binnenplaats worden medegedetineerden het dagelijks uurtje gelucht. Door de groene tralies zien we hoe een jongen ijsbeert over de stenen tegels, zijn capuchon ver over zijn hoofd getrokken. Een man met lange rasta’s trekt zich op aan een basketbalpaal.

2019_HumanSchie_DSC1793
Beeld door: Niels Stomps

Filosofiedocent Joeri staat op en sluit het raam. Binnen spreken ze over het politieke en sociale domein die steeds meer overlappen volgens Hannah Arendt. “Dat kan ook niet anders, elk politiek besluit heeft impact op hoe iemand zijn leven leidt”, zegt de jongen met het knotje. Tegenover hem zit een oude man, slippers aan zijn blote voeten. Bedachtzaam zegt hij: “Ik zie juist een steeds grotere scheiding tussen politiek en burgers, iedereen is met zijn eigen leven bezig en weinig geïnteresseerd in politiek.”
“Wat dacht je dan van de boerenprotesten?”, vraagt een ander. De oude man schudt zijn hoofd. “Dat onderschrijft nu juist mijn punt, Hannah Arendt zou de boerenprotesten niet
als politieke actie zien, die boeren zijn alleen met zichzelf bezig.”

Er komt een man binnen met zware zwarte wenkbrauwen. De anderen begroeten hem met ontzag. Hij mengt zich meteen in het gesprek: “Hoe kunnen we betrokkener zijn bij de maatschappij? Dat ons engagement uit meer bestaat dan eens in de vier jaar stemmen?” Zelf is hij dat wel, zegt hij. “Ik heb in het land
waar ik vandaan kom allerlei actiegroepen opgericht.

“Hier in De Schie kúnnen we niet eens stemmen”, reageert een jongen met een bril. Inderdaad; er staat geen stembus in de gevangenis als er verkiezingen zijn, de gedetineerden
kunnen wel iemand machtigen. De jongen zegt dat hij niet het idee heeft dat hij hier nog enige invloed heeft op zijn leven, laat staan op de samenleving. “Als we eten krijgen, is alles verpakt in plastic. Eerst zat de suiker nog in een pot, maar nu is ook die verpakt in zakjes”, zegt hij fel. “Als ik zie hoeveel afval we hier weggooien, dan frustreert me dat mateloos. Ik voel me verantwoordelijk voor het klimaat, maar ik kan er niets aan doen.”

“Vrijheid is ook in vrijheid met elkaar van gedachten kunnen wisselen”, citeert Thomas Hannah Arendt. “Ik zou niet durven beweren dat we hier helemaal vrij zijn …”
De mannen om hem heen schieten in de lach. “… Maar we zijn hier wel vrij om van gedachten te wisselen.” “Er was een citaat dat ik grappig vond”, zegt de oude man met slippers. Hij zet zijn leesbril op en leest: “Being heroic is more important than being alive.” De anderen denken daar even over na. Dan doorbreekt de jongen met de bril de stilte: “Ik vind het leven belangrijker dan heroïsch zijn, geloof ik.” Een jonge jongen met gympen gaat iets rechter zitten op zijn gele stoel: “Voordat ik vastzat was ik een echte hedonist. Ik deed alleen waar ik zin in had. Hier bepalen anderen wat ik moet doen.”

Zeker als je nog in voorlopige hechtenis zit, zoals hij, zijn de dagen eentonig: opstaan, arbeid, luchten en weer terug in de cel. Daar krijg je eten en kun je wat lezen. Verder niets. Dit uurtje filosofie ervaart hij als een bevrijding: “Het is een manier om even uit de gevangenis in je hoofd te zijn.” De anderen beamen dat. Ze vinden het ook prettig om tijdens deze lessen eens niet over hun eigen problemen te praten, maar over maatschappelijke vraagstukken. Zo lazen ze eerder de boeken van historicus en filosoof Yuval Noah Harari over de dilemma’s van de 21ste eeuw. Bij sommige filosofische thema’s ontkomen ze er natuurlijk niet aan om die op zichzelf te betrekken. Bijvoorbeeld als het over schuld en onschuld gaat. Op de vraag wie zichzelf hier als onschuldig ziet, gaan – op één na – alle vingers in de lucht.

Als de les is afgelopen blijft de jongen met het knotje nog even zitten. Hij zit nu vier maanden vast. “Filosofie laat je nadenken over alternatieven, maakt je scherper en helpt je reflecteren vanaf verschillende gezichtspunten. Ja, ook op mijn eigen zaak.” De eerste zes weken zat hij in beperking en mocht hij geen familie of vrienden spreken. “De dag dat ik binnen werd gebracht, kwam Marjo naar me toe. Ik ben niet gelovig, maar ik had wel behoefte om te praten.” Tot op dat moment had hij alleen contact gehad met justitie. “Het was belangrijk voor me dat ze een luisterend oor bood zonder dat ze meteen een oordeel had.” Inmiddels mogen zijn ouders op donderdagochtend op bezoek komen, maar nog steeds spreekt hij regelmatig met de humanistisch verzorger. “Zij geeft me handvatten om om te gaan met mijn angsten en toont me dat er mensen zijn die ik wél kan vertrouwen.”

2019_HumanSchie_DSC1561
Beeld door: Niels Stomps

Het kamertje van Marjo staat vol hedendaagse filosofieboeken. “Als humanist heb ik geen Koran of Bijbel dus ga ik graag te rade bij filosofen.” Bij haar kunnen gedetineerden terecht voor een gesprek over het leven. Bijvoorbeeld: hoe vertel je je kind dat je vast zit? Of hoe ga je om met zelfmoordgedachten? Maar het kan ook over kleine dingen gaan: “Dan vertel ik hoe belangrijk het is om voor elkaar zorgen. Bijvoorbeeld een bordje eten over te houden voor een medegedetineerde die ‘s avonds terugkomt uit de rechtbank.”

Vandaag zit er een kale man van 73 jaar op haar kamer, zijn handen rusten op zijn buik. Hij komt graag bij Marjo, bijna elke week. “Ik werd heel jong vader, maar heb mijn kind nooit ontmoet.” Net voordat hij drie jaar geleden werd opgepakt, vond hij de naam van zijn kind via Facebook. “Zoek je dan wel of niet contact? Dat zijn dingen die ik met Marjo bespreek.”

Marjo werkte eerder als verpleegkundige in een gevangenis en ging naar de Universiteit van Humanistiek om humanistisch geestelijk verzorger te worden. “Ik ben geen therapeut. Ik probeer als een vriend met ze mee te denken, maar word nooit te amicaal.” Ze vindt het bovendien belangrijk niet alleen begripvol te luisteren en een ‘spuugbakje’ te zijn waar gedetineerden hun ellende in kunnen uitstorten. Ze wil hun ook graag nieuwe gezichtspunten laten zien, aan het denken zetten en confron-teren. “Ik wil niet dat ze afhankelijk van me worden, maar stimuleer juist dat ze hun eigen kracht hervinden.”

In de middag geeft Marjo een bezinningsbijeenkomst. Hier komen niet alleen de intellectuele boeven op af, maar een dwarsdoorsnede van de samenleving in de gevangenis. Ondanks de tl-lampen weet Marjo een warme sfeer te creëren. Ze begroet iedereen met een hand en een kop koffie. “Ik vind het goed om koffie voor hén in te schenken, juist omdat sommigen best moeite hebben om iets te ontvangen.”

U2’s October klinkt uit de speakers en als de mannen één voor één een kaarsje aansteken, hebben ze het zichtbaar moeilijk. De een slikt, een ander wrijft over zijn ogen. Dan nemen ze plaats op de stoelen die in rijen staan opgesteld. Vandaag vertelt Marjo over humor. Hoe humor kan verbinden, lucht kan geven, maar ook discriminerend kan werken. Ze laat fragmenten zien van cabaretiers met racisti-sche humor en vraagt wie dit grappig vindt. Er gaan voorzichtig een paar handen de lucht in. Dan volgt een klunzige ontsnappingsfilm die voor grote hilariteit zorgt. “Zoals toen hier iemand ontsnapte in een blauwe vuilniszak, dat was ook heel klunzig.”

Tot slot toont ze een film waarin vogels geluiden nadoen van ambulances en andere menselijke uitvindingen. Als niemand lacht, zegt Marjo: “Ik vermoedde al dat jullie dit niet zo grappig zouden vinden. Ik vind het wel heel grappig, dus dank je wel dat jullie zo respectvol waren toch twee hele minuten stil te zijn.” De mannen lachen.

Als Marjo nog wat meer vertelt over humor, wordt er aandachtig geluisterd, maar er vlie-gen ook flauwe seksgrappen door de ruimte. Naast een grote man met een klein getatoeëerd hartje op zijn wang zit de jongen met het knotje. Hij lacht niet mee: “Ik vind het fijn om hier even onder de mensen te zijn, ook al zijn het niet míjn mensen. Om een gemeenschappelijk gesprek te hebben en even niet alleen te zijn.” Hij komt elke week. “De bezinningsbijeenkomst die over liegen ging, heeft bijvoorbeeld veel voor mij betekend.”

Als de bezinningsbijeenkomst is afgelopen klampt hij Marjo aan: “Kunnen we nog heel even praten misschien?” “Nu niet”, zegt ze resoluut; de mannen moeten terug naar hun cel. Maar maandag zal ze hem oproepen voor een gesprek. Bij het afscheid geeft ze iedereen weer een hand. “Dat vind ik belangrijk, ook om de mannen en hun heftige verhalen weer uit mijn hoofd te zetten. Daarom ga ik altijd op de fiets naar huis. Met de wind door de haren maak ik mijn hoofd weer vrij.” <

Wat doet een humanistisch geestelijk verzorger?

Humanistisch geestelijk verzorgers zijn geen therapeuten, maar deskundige gesprekspartners met wie je je situatie, levensvragen en uitdagingen kunt bespreken. Ze luisteren en stellen de goede vragen, zodat je meer inzicht krijgt in wat je bezighoudt en wat wezenlijk voor je is. Humanistisch geestelijk verzorgers zijn academisch opgeleid. Ze werken op een groeiend aantal plekken in de samenleving: bij burn-out op de werkvloer, in de krijgsmacht, in gevangenissen, bij de politie, ouderenzorg, hoger onderwijs, psychiatrie, jeugdzorg, palliatieve zorg, eerstelijns- en gehandicaptenzorg. Je kunt ze ook buiten deze terreinen benaderen, bijvoorbeeld via ons platform Lifestream.nl.

In gevangenissen door het hele land wordt de cursus Filosofie en Humanisme gegeven, gerund door vrijwilligers. Vrijwilliger worden? Neem contact op met Hans Scheper, initiatief-nemer van de cursus en hoofd humanistisch geestelijke verzorging bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie. h.scheper@dji.minjus.nl

Placeholder-female-2x

Adinda Akkermans

Profiel-pagina