Het is deze week Wereldhumanismeweek. Eigenlijk is 21 juni Wereldhumanismedag, maar we pakken er de rest van de week gewoon bij, met talloze evenementen. Als beroepshumanist moet ik hierover toch een fatsoenlijk blog kunnen schrijven, maar dat is niet zo. Ik kan namelijk niet kiezen.

De hoeveelheid evenementen is overweldigend. Ga ik het over de radio-programmering, de televisie-programmering, over picknicken, het debat, de lezing, de excursie of het festival hebben? Zul je net zien dat ik het evenement kies dat het minst aantrekkelijk blijkt of niet doorgaat. En dan is ‘Durf te kiezen’ ook nog het thema van de uitreiking van de Van Praagprijs aan Henk Oosterling. 

Keuzes maken is niet alleen voor mij maar voor velen een moeilijke aangelegenheid. Gelukkig zijn wij niet de enigen. Want wat dacht u van deze mooie Oudhollandse uitspraken:

‘De angst die int verkiesen leyd beswaert mijn hart soo seer.’ (Brederoo) en ‘Wie de kuere heeft, hy heeft angst.’ (Goedhals).

Kiezen was voor onze overoverovergrootouders ook al bron van angst en zorg.

Kiosan

Ons woord ‘kiezen’ komt van het Oudsaksische kiosan. Het betekende naast kiezen ook beproeven, proberen en onderzoeken. Ik vind beproeven een mooie term voor het keuzeproces. Het verwijst naar smaak en onderzoek. De relatie met smaak is geen toeval. Kiezen deelt zijn oerstam met het Latijnse ‘gustus’ en het Griekse ‘geuein’ wat ‘proeven’ en ‘smaak’ betekent. Smaak is op twee manieren uit te leggen; het te proeven voedsel heeft ‘smaak’ van degene die proeft heeft ‘smaak’. Je smaak kun je ontwikkelen. Bij kiezen denken we eerder aan het juist zijn van de keuze, dan aan de vaardigheid van de kiezer. Behalve dan Sartre.

Radicale Sartre

In Sartre’s filosofie staat de vaardigheid om te kiezen centraal. Niet als iets leuks en positiefs, maar als iets behoorlijk onaangenaams. Problemen met kiezen berust op het dwingende besef van je radicale vrijheid. Mijn ‘ik’ is vrij en open, zonder maatstaf of doel. Wij ‘moeten’ onze vrijheid invullen zonder dat iemand kan vertellen hoe. Voor een fiets zijn de dingen duidelijk, die moet goed kunnen fietsen. Het doel van de mens is niet gegeven en wij moeten zelf bepalen wat ‘goed mensen’ is. Wij kunnen niet in een instructiefolder kijken en schrijven deze gedurende ons leven daarom maar zelf. Door onze radicale onbepaaldheid zijn keuzes een opgave. En we zijn er ook nog eens totaal verantwoordelijk voor. Dat is nogal wat. 

Je kunt je verantwoordelijkheid ontlopen en net doen of je alsof een fiets bent, maar dan handel je ‘te kwader trouw’. Je doet alsof je ‘bepaald’ bent met instructiefolder en al, een object met een gegeven doel. In Sartre’s ogen verlies je daarmee je mens-zijn.

Sartre is een strenge leermeester. Te streng wat mij betreft. Hij laat weinig ruimte voor de proefperiode, het experiment, het falen en het volgen van een voorbeeld. En hij legt de lat en morele druk wel erg hoog. Bovendien is er weinig nadruk op de positieve invulling van radicale vrijheid: creativiteit. Het meest gedurfde aan kiezen is het creëren van mogelijkheden die niemand je voorlegt. De opties die nog niet bestonden, de combinaties die alleen jij had kunnen bedenken. Misschien moeten wij na Sartre’s radicale vrijheid en verantwoordelijkheid, radicaal creatief worden.

Het stop niet na deze Wereldhumanismeweek. Voor homoseksuele atheïsten vormt zaterdag 29 juni een dilemma, het is dan namelijk zowel Roze Zaterdag als Atheïsmedag. Beiden in Utrecht, dus combineren kan.

Esther Wit, Hoofdredacteur van de Humanistische Canon en Medewerker Visie en Beleid.