Onze voorzitter Boris van der Ham is benoemd tot Vrijdenker van het Jaar. De prijs wordt elk jaar uitgereikt door de vereniging De Vrije Gedachte. Van der Ham wordt geroemd om zijn inzet voor de vrijheid van meningsuiting, gelijke behandeling, en om zijn acties tegen onderdrukking van afvalligen. Op 17 november is de prijs uitgereikt.

Van der Ham verkeert in goed gezelschap. Eerdere Vrijdenkers van het Jaar zijn Dirk Verhofstadt, Midas Dekkers, Herman Philipse, Dick Swaab, Hafid Bouazza, Karin Spaink, Arjen Lubach en Maarten ‘t Hart.

Hieronder lees je de laudatio, uitgesproken door bestuurslid Leon Korteweg:

‘Beste vrijdenkers, waarom Boris van der Ham? Ik zal beginnen met een kleine anekdote. Als beginnend geschiedenisstudent ging ik naar een toespraak van 30 minuten die Boris over politiek zou geven aan de Universiteit van Nijmegen. Ik had al eens goede voorstellen over hem gelezen in de krant over de scheiding van kerk en staat en het terugdringen van religieuze privileges, en het leek me wel leuk om hem in het echt te zien. Maar Boris zat vast in de file en kwam 25 minuten te laat. Toch deed hij zijn best om er in de resterende 5 minuten een goed verhaal van te maken en toen moest hij alweer weg. De organisatoren bedankten hem met een taart, waarop hij reageerde met: ‘Oh, die heb ik eigenlijk helemaal niet verdiend!’ Volgens mij is dat wel kenmerkend voor Boris: grote inzet en enthousiasme, maar wel bescheiden en realistisch.

Zijn naam ging bij ons al jaren rond, maar inmiddels zijn wij tot de conclusie gekomen dat hij het verdiend heeft om Vrijdenker van het Jaar te zijn.

Voordat ik verderga, is het goed om een nuance te geven. Als activist ben je onderdeel van een beweging en dan werk je meestal samen met anderen in organisaties, voor bepaalde projecten en acties. Ook Boris werkt met anderen samen om bepaalde doelen te bereiken. De prestaties die ik zal noemen zijn dan ook vaak niet geheel en alleen op het conto van Boris te schrijven. Maar ik denk dat bij de voorbeelden die ik zal noemen, Boris een cruciale rol heeft gespeeld om bepaalde acties tot een succes te maken of een bepaald onderwerp op de agenda te zetten.

Boris groeide op in een vrijzinnig protestantse omgeving, maar heeft er zelf niet zo veel moeite mee gehad om zich aan religie te ontworstelen.

Boris werd in 2002 verkozen tot Tweede Kamerlid. In die functie heeft hij zich veel ingezet voor het afschaffen van religieuze privileges, het terugdringen van religieuze invloeden in de politiek, het verruimen van de vrijheid van meningsuiting ten opzichte van religies en het staatshoofd, een grotere inspraak van de burger in politieke besluitvorming (het referendum), betere acceptatie van de LHBT-gemeenschap middels wetgeving en het onderwijs en nog een hele reeks andere typische strijdpunten van de vrijdenkersbeweging.

Als Kamerlid schreef Boris de wetten voor afschaffing van het verbod op smadelijke godslastering, voor versoepeling van de winkeltijdenwet op zondag en de wet die de ‘enkele-feit’-constructie afschafte waarmee strengreligieuze scholen onder andere homoseksuele leraren konden ontslaan. Het kan niet zo zijn dat gekwalificeerde mensen om hun seksuele geaardheid uit hun functie worden gezet omdat een religieuze opvatting van een school dat verwerpt. Dit is een belangrijke overwinning op geïnstitutionaliseerde religieuze intolerantie.

Op www.vrijelezing.nl houdt Boris sinds 2010 bovendien regelmatig vlogs over humanisme en vrijzinnigheid. Daarmee heeft hij veel van de onderwerpen waar vrijdenkers zich voor inzetten toegankelijker gemaakt, vooral voor jongere generaties. Zo legde hij bijvoorbeeld uit hoe Nederland een verbod op smalende godslastering heeft gekregen en waarom het weer zou moeten worden afgeschaft om te voorkomen dat er te veel religieuze beperkingen komen op mogen zeggen wat je denkt.

Bij zijn afscheid van de Tweede Kamer in 2012 schonk Boris zijn collega’s Het politiek theologisch tractaat van de vrijdenker Spinoza. Volgens veel historici is de publicatie van dit boek in 1677 het begin van de Verlichting geweest waarin het vrijdenken heeft kunnen ontstaan en ook één van de eerste werken waarin het bestaan van God systematisch in twijfel wordt getrokken en wordt geredeneerd hoe we de maatschappij moeten inrichten zonder God. Het is dan ook goed dat de politiek, die belangrijkste beslissingen neemt voor in wat voor samenleving wij leven, eraan herinnerd wordt hoe ongelofelijk veel vooruitgang de mensheid sindsdien heeft geboekt in het weerleggen van allerlei schadelijke religieuze en bijgelovige ideeën en praktijken en het marginaliseren van ongefundeerde intolerantie.

Sinds 2012 is Boris onder meer voorzitter van het Humanistisch Verbond. In die hoedanigheid kwam onze vrijdenkersvereniging daarom vaak met hem in contact. De Vrije Gedachte en het Humanistisch Verbond zijn misschien goed te duiden als concullega’s: concurrenten en collega’s. Ze delen in verregaande mate hetzelfde humanistische vrijdenkersgedachtegoed en hebben vaak dezelfde doelstellingen, maar hun focus en methodes zijn soms anders. In de jaren 1950 is daarom wel eens geopperd om DVG en het HV te fuseren, maar men concludeerde dat men liever zou samenwerken dan helemaal samengaan.

Een vaak gebruikte beschrijving is dat De Vrije Gedachte primair geïnteresseerd is het bestrijden van religie en andere vormen van irrationeel denken en daarmee een voorhoede van de secularisering wil zijn, terwijl het Humanistisch Verbond zich vooral bezighoudt met ongelovigen een gelijkwaardige plek in de samenleving te geven en daarmee een veilige haven wil bieden voor niet-religieuzen en afvalligen. Hoewel verenigbare doelstellingen, kan het militant-kritische karakter van de een soms schuren met het meer verzoenend-solidaire karakter van de ander. De eerste jaren ging de samenwerking ook niet altijd van een leien dakje. Boris had besloten om zich te richten op bijdragen aan het Freedom of Thought Report, dat in 2012 voor het eerst uitkwam. Prioriteiten.

Maar gaandeweg hebben wij meer bewondering gekregen voor het werk dat Boris van der Ham heeft verricht. De afschaffing van het verbod op godslastering in 2014, dat hij als Kamerlid in gang had gezet, is een mijlpaal van de vrijdenkersbeweging in Nederland. De theocratische roep om dit sinds het Ezelsproces tegen Gerard Reve opgeborgen wetsartikel weer van stal te halen na de moord op Theo van Gogh, en daarmee in feite religieus geweld te belonen, is hiermee effectief geblokkeerd. En dat is niet alleen belangrijk voor Nederland, maar zendt een belangrijk signaal uit naar de hele wereld. We hoeven maar te kijken naar landen zoals Pakistan, waar strenge blasfemiewetten, ondersteund door moslimfundamentalistische groeperingen die geweld niet schuwen de hele samenleving gijzelen en iedereen zomaar met een dreigende doodstraf kan worden beschuldigd van het kwetsten van gelovige gevoelens. De onlangs vrijgesproken vrouw Asia Bibi, die 9 jaar onterecht gevangen heeft gezeten, en iedereen die voor haar opkwam, lopen levensgevaar. Het is niet voor niets dat haar advocaat onlangs naar Nederland vluchtte, weer een teken van hoe mensen zoals Boris zich hebben ingezet om van ons land een vrijdenkershaven te maken.

Waarin Boris zich vooral voorbeeldig heeft getoond is zijn belangenbehartiging van een grote diverse groep mensen, in Nederland en in de rest wereld, die we kennen als “ex-moslims”. Die term dekt niet altijd de lading, sommige mensen zijn bijvoorbeeld nooit moslim geweest maar wel opgegroeid in een islamitische omgeving. Sommigen geloven nog wel in een soort deïsme, maar niet meer in Allah, in de islamitische god. Wat ze echter gemeen hebben is dat ze op een bepaalde manier afstand hebben gedaan van de islam en dat was voor de meesten van hen erg moeilijk. Veel lastiger dan het voor de gemiddelde christen is om de kerk te verlaten, wat men tegenwoordig heel acceptabel vindt. Veel ex-moslims kúnnen zelfs nog niet praktisch de islam verlaten; ze zitten nog in de spreekwoordelijke ‘kast’. Als hun familie, vrienden en kennissen erachter zouden komen dat ze geen moslim meer zijn, dan kunnen ze allerlei problemen krijgen: intimidatie, onterving, buitensluiting en zelfs geweld. De consensus onder de grote islamitische rechtsscholen is immers nog steeds dat geloofsafval met de dood bestraft moet worden en de publieke opinie daarover verschuift helaas traag. Daarom moeten velen nog doen alsof ze moslim zijn. Sommige ongelovige vrouwen en meisjes zijn zelfs te bang om hun hoofddoek af te doen uit angst dat hun omgeving hun afvalligheid ontdekt. De enige vrijheid die ze allemaal al wel hebben verworven, is om vrij te denken. Vandaar dat veel van deze voormalige moslims zich liever ‘vrijdenkers’ noemen.

Boris heeft zich actief ingezet om ook deze ongelovigen een plek in de samenleving te geven. Dat was onder meer te zien in de documentaire Onder Ongelovigen van Dorothée Forma, waarin hij de hoofdrol speelde. Boris zocht contact met vrijdenkers uit islamitische kringen in Turkije, in Glasgow en bij de Secular Conference in Londen, marcheerde met een optocht humanisten en vrijdenkers door Den Haag om het Freedom of Thought Report aan te bieden aan verschillende ambassades van landen waar de vrijheid van gedachte bijzonder onder druk staat en het lukte hem soms om met een ambassadeur te spreken. Tot slot kreeg hij bij de Mensenrechtenraad van de VN in Genève de kans om te benadrukken dat religie niet langer gebruikt mag worden als excuus om de rechten en vrijheden van mensen te schenden.

Het opmerkelijke van de film Onder Ongelovigen was echter dat er geen Nederlandse ex-moslims in voor kwamen. Die waren moeilijk te vinden, mede omdat velen nog niet uit de kast waren gekomen voor hun ongeloof. Daar moest verandering in komen. Boris hielp bij de oprichting van het platform Nieuwe Vrijdenkers, een plek waar islamverlaters terecht konden voor steun, advies en het vinden van lotgenoten. Zowel ex-moslims die in Nederland geboren waren of hier op jonge leeftijd naartoe waren gekomen, of atheïsten die uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika of Zuid-Azië naar Nederland waren gevlucht voor moslimfundamentalistische agressie, maar hier in ons land in AZC’s terechtkwamen waar moslims opnieuw de dienst uitmaakten en hun vrijheden bedreigden. Dit leidde uiteindelijk tot het maken van de tweede documentaire Ongelovig: Vrijdenkers op de vlucht (2016), ook van Dorothée Forma, waarin verschillende ex-moslims in Nederlandse vluchtelingenkampen hun vaak schokkende verhaal deden aan Boris, die luisterde naar deze vrijdenkers in een vrij land, maar in onvrije situaties. Met het Humanistisch Verbond kaartte Boris deze zaak aan bij de landelijke politiek en verschillende gevluchte vrijdenkers kregen de gelegenheid om Tweede Kamerleden over hun precaire situatie te vertellen. Daarmee is het belang van de rechten van vrijdenkers ook in Den Haag en bij de kijkers thuis nu duidelijker geworden. Het onderwerp staat op de agenda.

Ondertussen heeft Boris zich weer ingezet voor elk jaarlijks Freedom of Thought Report en is dit jaar zelfs bestuurslid geworden van de International Humanist and Ethical Union (IHEU), de grootste wereldwijde koepel voor niet-religieuze organisaties en een cruciale verdediger van de rechten van alle ongelovigen op onze planeet.

Tot slot heeft Boris samen met de journalist Rachid Benhammou het boek Nieuwe Vrijdenkers: Twaalf voormalige moslims vertellen hun verhaal geschreven, dat dit voorjaar uitkwam. Ook dit gaf deze nieuwe generatie vrijdenkers van islamitische achtergronden een gezicht en de gelegenheid om de rest van de samenleving te vertellen dat zij bestaan en hoe zij tot ongeloof zijn gekomen.

Het gebruik van de term ‘vrijdenker’ voor dit boek, in de eerdere documentaires, voor het platform van afvallige moslims en in het activisme van Boris van der Ham in het algemeen is een grote verdienste voor de vrijdenkersbeweging. De principes die onze vrijdenkersvereniging huldigt en uitdraagt worden veel breder in de samenleving gedragen dan alleen door onze leden en sympathisanten, ook al zijn wij de oudste en bijna de enige organisatie in Nederland die zich nog expliciet vrijdenkend noemt. Boris en verschillende mensen die met hem samenwerken hebben dit woord, dat voor ons zo belangrijk is om samen te vatten wie wij zijn, hoe wij denken en wat wij willen, de afgelopen jaren een prominentere plek gegeven in het publieke debat, duidelijk aangegeven waarom vrijdenken zo ontzettend belangrijk is voor het welzijn van de samenleving en zich ook actief ingezet om de rechten van vrijdenkers in Nederland en de rest van de wereld te verbeteren. Daarom vindt de vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte dat Boris van der Ham het zeker verdiend heeft om Vrijdenker van het Jaar 2018 te zijn!’

Meer weten?

Elk jaar onderzoekt het Freedom of Thought-rapport de positie van humanisten, atheïsten en vrijdenkers wereldwijd. Niet-gelovigen worden steeds feller gediscrimineerd en vervolgd. Ze kunnen bijvoorbeeld geen baan krijgen, mogen niet trouwen of worden uit de ouderlijke macht gezet. In sommige, veelal islamitische, landen komen ze zelfs in de gevangenis, worden ze gestenigd of krijgen ze stokslagen. Het Humanistisch Verbond steunt vrijdenkers internationaal en in Nederland.

 

Vrijdenkers in gevaar

Niet-gelovigen worden steeds feller gediscrimineerd en vervolgd. Ze kunnen bijvoorbeeld geen baan krijgen, mogen niet trouwen of worden uit de ouderlijke macht gezet. Het Humanistisch Verbond komt voor ze op.