Zoek de verschillen

3 juli 2018

Zoek de verschillen

Als kinde voelde filosoof Marli Huijer zich even slim, sterk en dapper als haar broers. Haar omgeving dacht daar anders over. Ook in haar latere leven werd de hoop de grond ingeboord dat het niet uitmaakte dat ze een vrouw was. Nu ze op haar universiteit is benoemd dat Diversity Officer vraagt ze zich af: over welke boeg moet ik het gooien om vrouwen zo snel mogelijk door dat glazen plafond te laten knallen.

‘Zoals jullie misschien hebben gezien, ben ik een vrouw.’ Mijn gehoor, masterstudenten filosofie, barst in lachen uit. Maar ook zij begrijpen dat ik, nu er een tekst voorligt over de behoeften van het mannelijk lid die de man dreigen te onderwerpen ‘als we ons erdoor laten dwingen’, buiten de redenering valt.
Het ‘ons’ van de filosoof, in dit geval van Michel Foucault, geldt niet voor mij. Ik heb geen mannelijk lid dat mijn gedrag stuurt, en ook de vrouwelijke studenten in de zaal ontbreekt het aan zo’n lid.
Toch overvalt de lach van de studenten me. Mijn veronderstelling dat ik hier als docent sta en niet specifiek als man of vrouw, klopt niet. Des te overbodiger is het om nu voor dat vrouw-zijn uit te komen.
Even voel ik een lichte gêne. En een lichte angst. Onderzoek na onderzoek laat zien dat studenten vrouwelijke docenten slechter beoordelen dan mannelijke, ook als de lessen precies hetzelfde zijn. Wat betekent het dat de studenten mij, zonder dat ik dat gezegd heb, als vrouw zien? Kan ik aan hun blik ontsnappen? Kun je filosoof zijn zonder dat je man- of vrouw-zijn ertoe doet?
Als kind wenste ik al dat het er niet toe deed. Ik groeide op tussen jongens, speelde vaak met alleen jongens en ging naar feestjes waar geen enkel meisje was. Om te bewijzen dat ik hun gelijke was, beet ik af en toe een worm door of klom ik hoog in een boom.
Mijn ouders vonden het wel makkelijk om alle kinderen hetzelfde te behandelen en dus droeg ik de afdankertjes van mijn broers, had ik gemillimeterd haar en kon ieder van ons met evenveel gemak een band plakken als de was wegstrijken.
Toch was er ook toen al verschil. Mijn broers mochten bij elkaar slapen, ik sliep alleen. Mijn broers mochten op zondag de broek aanhouden, ik niet. Het maakte me verongelijkt, ik voelde me letterlijk ongelijk gemaakt.

Maar je bent toch ook anders?, zeiden mijn ouders. Toch voelde ik dat als kind niet zo. In mijn ogen was ik even sterk, slim en dapper. Niet dat ik een jongen wilde zijn of dat ik me een jongen voelde. Ik vond dat ik als meisje hetzelfde moest kunnen doen als zij.
Vanaf mijn achtste ging mijn omgeving aandringen op meisjesgedrag. Het begon ermee dat school me naar huis stuurde omdat ik een korte broek aan had. Mijn ouders bogen, ik ging in rok terug.

In mijn latere leven verging het me niet anders: waar ik ook kwam, steeds werd de hoop dat het niet uitmaakte dat ik een vrouw was, de grond ingeboord. Na optredens zeggen mannen dat ik zo mooi boos kan zijn. Of studenten vinden het ‘zo bijzonder’ dat ik als vrouw een pak draag. Dan weer bekent een collega dat hij het vrouwelijke in mijn binnenste zou willen ontdekken.
Soms raken die opmerkingen me zo dat ik me net als vroeger verongelijkt terugtrek.
Nu ik aan de universiteit tot Diversity Officer ben benoemd, ligt de vraag hoe met die ongelijkheid om te gaan, dagelijks op mijn bord. Over welke boeg moet ik het gooien om de onbalans tussen mannen en vrouwen aan de universiteit te verbeteren? Zonder extra investeringen duurt het tot 2050 voordat de man-vrouwverdeling evenredig is.

Je zou kunnen zeggen dat mannen en vrouwen gelijk zijn en er niets bijzonders hoeft te worden gedaan. Goede vrouwen komen vanzelf bovendrijven. Maar als vrouwen voor hetzelfde werk lagere beoordelingen krijgen dan mannen – iets waaraan niet alleen studenten zich bezondigen, maar wat ook lezers van romans blijken te doen – ; als het doorbijten van een worm niet genoeg is om toegang te krijgen tot door mannen gedomineerde netwerken; en als tijdverlies door zwangerschappen niet wordt verdisconteerd, dan zal het alleen echte bikkels lukken om door het glazen plafond te breken.

Zou je het verschil tussen mannen en vrouwen dan juist moeten accentueren? Over vrouwen wordt gezegd dat ze beter tegen feedback kunnen, meer op teamwork zijn gericht en inhoudelijk een andere inbreng hebben. Dat zou de reden zijn om vrouwen met voorrang aan te nemen, want diversiteit geeft betere resultaten. Het gevaar van die strategie is dat mannen zich achtergesteld gaan voelen. Ook zij kunnen verongelijkt raken en alles op alles zetten om te voorkomen dat vrouwen hun plaatsen innemen.

De beste strategie is volgens mij dat vrouwen zelf aangeven waar verschil aandacht behoeft en waar niet. Door elkaar daarin te steunen, kunnen vrouwen gezamenlijk het broodnodige verschil maken.
De dag nadat ik wrokkig in rok op school was teruggekeerd, zat mijn harstvriendin in korte broek in de klas. De juf lette er niet op. De dag erna hadden twee andere meisjes een korte broek aan. Nog een paar dagen later liepen alle meiden blootbeens. Ook ik.

Een zomerlang waren we diep gelukkig.

Dit blog verscheen als column in Human #2 2018. Lees meer over dit nummer Over vrijheid gesproken met onder meer een interview met Fidan Ekiz en een reportage over een humanistische Mavo in Amsterdam

Women's equality march in Amsterdam in juli 2017.
Hendrik Holzer