De eigen morele werkelijkheid van dit kabinet

10 juli 2018

De eigen morele werkelijkheid van dit kabinet

Abortus, euthanasie, voltooid leven en embryo-onderzoek blijven voor kabinetten met zowel christelijke als liberale partijen problematisch. De antwoorden van de verschillende kabinetspartijen over vragen rond het begin van het leven, het eind van het leven en medisch-wetenschappelijk onderzoek liggen immers mijlenver uiteen. De lang verwachtte brief over medische-ethische onderwerpen van minister De Jonge (VWS) van 6 juli maakt dat opnieuw duidelijk.

Zo bieden liberalen en progressief-seculieren het individu vooral de ruimte om eigen morele keuzes te maken, terwijl christelijke partijen vanuit een specifieke opvatting over leven en dood, het individu morele sturing willen geven. Dat zou niet erg zijn, zij het dat dit ideologische conflict niet openlijk wordt uitgevochten maar pragmatisch stilgelegd. Bijvoorbeeld door in ethische notities te schipperen met gebruikte termen en waarden. 

Voormalig minister Bussemaker formuleerde deze talige oplossing mooi:

"Autonomie was voor de progressieven, beschermwaardigheid van het leven voor de christelijke politici. Zo sloegen we ons door zulke brieven heen.” (Bussemaker over ethische notities in NRC 28 augustus 2017 – Laat Balkenende IV een waarschuwing zijn voor de huidige formatie.)

Het is bewonderenswaardig hoe minister de Jonge schippert tussen een liberale en een christelijke ethiek. Maar de laatste schemert toch behoorlijk door.

Zo komt de term ‘autonomie’ welgeteld twee keer voor, terwijl dat in de beleidsbrief medische ethiek uit 2007 van minister Schippers (VVD) nog zeventwintig keer het geval was.

Zoals verwacht, en in lijn met het kabinetsakkoord, wordt er weinig beleid, maar vooral veel onderzoek en debat aangekondigd. Onderzoek naar ethische vraagstukken, bijvoorbeeld bij embryo-selectie en onderzoek naar mensen die hun leven voltooid achten.
Ook worden opnieuw maatregelen voorgesteld waar niemand tegen kan zijn, zoals meer aandacht voor palliatieve zorg en betere beschikbaarheid van anticonceptie.

De nota is in die zin zorgvuldig en gebalanceerd. Noch D66, noch de ChristenUnie zullen er aanstoot aan nemen. En dat is precies het probleem, want kabinetsbeleid is niet bedoeld om onenigheid in het kabinet te voorkomen. Dat medisch-ethische kwesties al jarenlang gedomineerd worden door interne gevoeligheden, leidt tot veel papier, maar mist zijn doel. En dit doel ligt toch echt buiten het kabinet.

Medisch-ethische vragen zijn belangrijk en relevant omdat ze in het leven van mensen aan de hand zijn. We willen als mensen goede beslissingen nemen: beslissingen waarmee we kunnen leven, die we rechtvaardig vinden, die we naar onszelf en anderen kunnen verantwoorden. Helemaal bij kwesties rond leven, liefde en dood. En het is zeer de vraag of de ideologische botsing tussen liberaal en christelijk in het kabinet nog wel een maatschappelijke werkelijkheid weergeeft. Doordat de vastgetimmerde visies zich vooral met elkaar bezighouden, kan een echte maatschappelijke pluriformiteit nooit aan de orde komen. En die pluriformiteit bestaat al lang.

Het is dus zaak om bij alle aangekondigde onderzoeken en maatschappelijke debatten, niet te blijven hangen bij de inmiddels welbekende gesprekspartners en belangengroeperingen, maar te herkennen en erkennen, dat moraal veelzijdig is. Op ethisch gebied is beduidend meer beweging dan het kabinet toelaat. En hoezeer je die beweging ook wilt bevriezen in een compromis, uiteindelijk blijft het een compromis tussen zeer beperkte delen van de bevolking die vooral met elkaar in gesprek zijn. Dan heb je wel een debat, maar geen maatschappelijk debat.

Al bij het aantreden van dit kabinet spraken we onze zorg uit dat medisch-ethische thema's in de ijskast zouden belanden. Onderzoek en debat kan niet verhullen dat onze zorg terecht is. Het kabinet laat daarmee te veel mensen in de kou staan.

Christa Compas, directeur Humanistisch Verbond
Cop. Foto met dank aan Jinek