Gefascineerd laat Baukje Scheppink zich meevoeren door de kracht van de letters van het alfabet in hun eindeloze variatie van rangschikking, vorm en inhoud.

Je zit in de trein en leest de krant. De inhoud neem je tot je, de krant laat je bij het uitstappen achteloos liggen. Je leest een roman, begerig plukken je ogen de woorden en zinnen van het papier, opdat het verhaal snel en beeldend tot leven kan komen. Je leest een gedicht en herleest het, want alle facetten van de tekst, de typografie en de vormgeving zijn nog belangrijker geworden. Zo’n wereld van verschil kent de handeling van het schrijven ook. Een boodschappenlijstje krabbel je nog met een pen neer, voor het meer omvangrijke werk neem je je toevlucht tot een machine en schoonschrijven doet nog maar een enkeling. Mij gaf het een schok om opeens weer bij dat schijnbaar heel gewone van het schrijven en bij het mysterie van het alfabet stil te staan. Het kleine wonder van het eerste schoolschriftje ben ik kennelijk allang vergeten.

Pen als toverstaf

Baukje Scheppink laat me stilstaan en kijken in haar wereld zoals die onder de letters verborgen ligt en in intrigerende bladen gestalte krijgt. Gefascineerd laat zij zich meevoeren door de kracht van de letters van het alfabet in hun eindeloze variatie van rangschikking, vorm en inhoud. Zo worden het eigentijdse miniaturen waarbij de betekenis van het woord en de herkenbaarheid van de letters langzaam kunnen schuilgaan of zelfs geheel verdwijnen onder een nieuw en abstract beeld. Want zij verstaat de kunst om met haar pen als toverstaf een andere wonderlijke wereld onder het schrift vandaan te toveren. Uit haar werk wordt ook duidelijk dat zij erg genieten kan van de schoonheid van vroege Latijnse en Italiaanse versregels juist door de visuele aantrekkelijkheid en volgorde van de letters, zoals je ook nu giardino een mooier woord kunt vinden dan tuin; een ‘visueel bel canto‘ waar zij heel gevoelig voor is.