‘Als Tata Steel verdwijnt, gooien we het probleem enkel over de schutting’
In aanloop naar de Klimaatmars vertellen bewoners uit de IJmond wat het betekent om te leven in de nabijheid van Tata Steel. Wie hier woont, leeft met een industrie die al generaties lang deel uitmaakt van het landschap. De fabriek bracht werk en welvaart, maar de gevolgen van de uitstoot zijn steeds moeilijker te negeren. Lia uit in IJmuiden zag de manier waarop haar omgeving naar ‘de hoogovens’ kijkt langzaam veranderen.
‘Ik ben geboren en getogen in IJmuiden. De hoogovens, zoals wij het hier nog steeds zeggen, hoorden vroeger gewoon bij het leven. Eigenlijk iedereen die je kende werkte er. Ook voor mijn eigen familie was het bedrijf belangrijk.’ Het is bovendien altijd veel meer dan alleen een werkgever geweest; het is diep verweven met het sociale leven in de regio. ‘Het was altijd een heel sociaal bedrijf. Er waren fondsen voor mensen met wat minder inkomen, mensen konden naar vakantieparken, er waren sinterklaasmiddagen. De hoogovens hebben deze regio heel veel welvaart gebracht.’
Juist die geschiedenis maakt het debat over Tata Steel volgens Lia zo ingewikkeld. Voor veel inwoners is het bedrijf zowel bron van welvaart als bron van zorg. ‘Ik begrijp dat mensen denken: waar hebben jullie het over? We hebben onze welvaart toch ook aan dat bedrijf te danken? Dat sentiment snap ik. Maar dat betekent niet dat alles zo kan blijven. Ze moeten verduurzamen. Er moet iets gebeuren.’
Lastig te bewijzen
Voor Lia zelf is de vervuiling geen abstract begrip. Ze ziet haar terug in haar dagelijkse omgeving: ‘Ik woon in een flat en op het balkon ligt iedere week weer fijnstof. En dat geldt voor iedereen die hier woont. Het is gewoon aanwezig.’ Gelukkig is er inmiddels veel meer aandacht voor de mogelijke gevolgen voor de gezondheid, vervolgt ze. Tegelijkertijd zijn die gevolgen voor individuele bewoners moeilijk rechtstreeks aan te wijzen. ‘Ik heb zelf gelukkig nooit gezondheidsproblemen gehad waarvan ik kan zeggen dat ze door Tata Steel komen. En ik ken ook niet van heel dichtbij iemand bij wie echt bewezen is: hierdoor ben ik ziek geworden. Maar dat betekent natuurlijk niet dat die mensen er niet zijn.’
Vroeger werd er ook heel anders naar gezondheid gekeken, vervolgt Lia. ‘Gezondheid werd heel lang helemaal niet zo belangrijk gevonden. Het ging vooral om welvaart: is er werk, kunnen we dingen kopen? Pas veel later zijn we kritischer gaan kijken naar wat industrie met mensen en hun omgeving doet.’
Dat maakt de huidige discussie volgens haar des te urgenter. De gevolgen gaan niet alleen over wat mensen op hun vensterbank of auto terugvinden, maar ook over de vraag hoe gezond het is om hier op lange termijn te wonen. ‘Ik wil gewoon dat mensen hier gezond kunnen leven. Mijn familie woont hier, mijn kleinkinderen wonen in de buurt. Ik hoop dat zij hier kunnen wonen zonder dat dit nog een extra belasting is, boven op alle klimaatproblemen die er al zijn.’
Toch wil Lia niet dat het gesprek wordt teruggebracht tot de simpele conclusie dat Tata Steel dan maar moet verdwijnen. ‘Ik vind het te makkelijk om te zeggen: de hoogovens moeten weg. Als we de staalproductie vervolgens naar een ander werelddeel brengen, is de aarde daar dan beter van geworden? Ik denk het niet.’ Volgens haar bestaat het risico dat Nederland daarmee vooral zijn eigen omgeving schoner maakt, terwijl de vervuiling elders doorgaat: ‘Dan verdwijnt het probleem misschien hier, maar leggen we het op de stoep van iemand anders. Misschien zijn daar de regels minder streng of worden arbeiders slechter betaald. Oplossingen zullen we daarom met elkaar moeten vinden: met betrokken inwoners, actiegroepen en de politiek. En daarbij moeten we niet alleen kijken naar het kleine stukje waar wij wonen, maar naar de hele aarde.’
‘Het is mijn thuis’
Verhuizen komt in ieder geval niet bij haar op, net als bij veel andere omwonenden, en ook voor Lia is die verbondenheid sterk. ‘Ik wil zelf niet weg uit deze regio. Ik ben hier geworteld en voel mij hier thuis, en Tata is daar onderdeel van. Voor Lia ligt de oplossing daarom vooral in een fundamentele verandering van de manier waarop staal wordt geproduceerd. ‘Er moet een schonere fabriek komen, met andere productieprocessen. Ik hoor dat staal veel groener geproduceerd kan worden. Dan moeten we dus zorgen dat die omslag hier plaatsvindt.’ Ook als daar overheidsgeld voor nodig is, moeten volgens haar duidelijke voorwaarden gelden. ‘Als de overheid miljarden in Tata Steel wil stoppen, vind ik het terecht dat daar een heel goed plan tegenover moet staan. Ze moeten echt laten zien hoe ze gaan verduurzamen. Je kan niet zomaar geld geven en dan hopen dat het goed komt.’
Haar boodschap aan Tata Steel en andere vervuilende bedrijven is uiteindelijk eenvoudig. ‘Wees niet onverschillig. Verdiep je in wat er gebeurt. Luister naar wat mensen in de omgeving zeggen en doe daar ook echt iets mee. Laat zien dat je wil veranderen.’ Dat geldt volgens haar ook voor de samenleving als geheel. ‘Ik hoop dat mensen niet denken: het is toch niet op te lossen, dus laat maar. Er zijn heel veel oplossingen mogelijk.’
Voor Lia is juist dat de kern van de situatie rond Tata Steel: erkennen dat de fabriek schade veroorzaakt, zonder te doen alsof er één eenvoudige uitweg bestaat. ‘Het gaat me aan het hart. We zullen er samen iets aan moeten doen: de industrie, de politiek en de mensen die hier wonen. Dat zal nog een lange weg worden. Maar onverschillig worden, dat kan voor mij niet.’
Kom naar de Klimaatmars!
Loop met ons mee door Amsterdam. Neem je vrienden, buren, familieleden en collega’s mee en laat van je horen!