Vijftien jaar lang was Jerry Afriyie het gezicht van de strijd tegen Zwarte Piet. Dat felle maatschappelijke debat ging over racisme, traditie en de vraag van wie Nederland eigenlijk is. Hij organiseerde protesten en stelde een traditie ter discussie die voor velen onaantastbaar leek. Maar voor Afriyie draait de kern uiteindelijk om een fundamentelere vraag: hoe blijven we elkaar zien als mensen?
‘Als je iets eenmaal hebt gezien,’ zegt Jerry Afriyie, ‘kun je het niet meer ontzien.’ Het is een zin die veel zegt over hoe hij naar de wereld kijkt, de activist die het gezicht werd van de strijd tegen Zwarte Piet. Vijftien jaar lang stond Afriyie in het middelpunt van een van de felste maatschappelijke conflicten van Nederland. Een debat dat ging over racisme, traditie en de vraag van wie Nederland eigenlijk is. Hij organiseerde protesten, voerde gesprekken en stelde een traditie ter discussie die voor velen onaantastbaar leek. Het leverde verandering op, maar ook bedreigingen, geweld en een periode waarin hij rondliep met een kogelvrij vest. Maar dit gesprek gaat over iets anders. Voor Afriyie draait de kern uiteindelijk om een fundamentelere vraag: hoe blijven we elkaar zien als mensen?
Jerry Afriyie (44) werd geboren in Ghana, verhuisde op zijn elfde naar Nederland en woont sindsdien in Amsterdam-Zuidoost, in de Bijlmer. Als kind voelde hij al dat er dingen gebeurden die niet klopten. ‘Mijn afkeer van onrecht begon toen ik een jaar of zes of zeven was. Als kind zie je nog niet alles scherp, maar op een gegeven moment gaan je ogen open. En als je iets eenmaal hebt gezien, kun je het niet meer ontzien.’
In eerste instantie verwachtte hij dat volwassenen het zouden oplossen. Ouders, leraren, politici – zij richtten tenslotte de wereld in. ‘Je denkt: zij zijn verantwoordelijk. Niet alleen om mij eten te geven en een dak boven mijn hoofd, maar ook om ervoor te zorgen dat ik in een veilige wereld opgroeien kan.’ Langzaam groeide het besef dat die verantwoordelijkheid niet vanzelf werd genomen. ‘Dan ga je nadenken: wat kan jij doen?’ Voor Afriyie begon dat met schrijven. Niet omdat hij schrijver wilde worden, maar omdat hij wilde benoemen wat hij zag. ‘Mijn schrijven was eigenlijk reporting. Gewoon zeggen: dit is wat ik zie. Kijk, dit gebeurt hier. Het was een beetje alsof ik op de hoogste flat van de Bijlmer ging staan en riep: “Joehoe, hebben jullie gezien dat de buren gisteravond met honger naar bed zijn gegaan?”’ Schrijven werd tegelijkertijd een manier om zichzelf te bevragen. ‘Alles wat ik vroeg van anderen, moest ik ook neerleggen bij mezelf. Als ik vind dat iemand de wereld beter moet maken, moet ik mezelf ook afvragen: wat doe jij dan?’
Eenmaal volwassen realiseerde hij zich dat hij de verantwoordelijkheid die hij als kind bij volwassenen had gelegd, zelf moest oppakken. ‘Ik wilde de jonge versie van mezelf niet teleurstellen.’ Die verantwoordelijkheid kreeg later vorm in zijn activisme. Vijftien jaar lang organiseerde hij met enkele anderen protesten, gesprekken en campagnes in de strijd tegen racisme en de bewustwording rondom het Nederlands koloniaal en slavernijverleden. Wat begon als een kleine groep activisten groeide uit tot een beweging die het nationale debat over racisme en traditie ingrijpend veranderde.
Volgens Afriyie draait verandering niet om de strijd voor het moreel gelijk. ‘Je kan niet verwachten dat honderd procent van de bevolking het met je eens wordt. Dus je moet leren loslaten. Wanneer iemand zegt: “Ik geloof niet in wat je doet”, dan is dat oké. Lig daar niet wakker van. Je hebt nog zeventien miljoen mensen te gaan.’ Hij lacht. ‘Het gaat erom dat je genoeg mensen vindt om samen een vuist te maken voor verandering.’ Activisme betekent daarom voor hem niet alleen protest, maar ook in gesprek gaan en blijven zoeken naar mensen die wél bereid zijn te luisteren. De strijd had een prijs. Bedreigingen, vijandigheid en geweld werden onderdeel van zijn leven. ‘Ik zal nooit wennen aan bedreigingen. Als je eraan went, ga je het normaliseren en dat mag nooit gebeuren.’
Zijn tegenstanders vindt hij zelden verrassend. ‘Als een gemarginaliseerde groep een systeem bevraagt, reageert een dominante groep bijna altijd op dezelfde manier. De boodschap komt vaak neer op: ken je plek.’ Voor hem is dat geen reden om mensen af te schrijven. Integendeel. ‘Iemand die mij persoonlijk onrecht aandoet, vergeef ik niet snel. Maar ik kan niet de hele groep waartoe die persoon behoort daarvoor verantwoordelijk maken. Het bijzondere is: ik ben nog nooit bedreigd door iemand die me als mens heeft ontmoet. Als mensen elkaar écht spreken, verandert er iets.’ Juist daarom blijft hij geloven in ontmoeting. Vooroordelen gedijen op afstand; in gesprek ontstaat ruimte voor twijfel, nieuwsgierigheid en soms zelfs erkenning.
' Als iemand niet gelooft in wat je doet, is dat oké. Lig daar niet wakker van. Je hebt nog zeventien miljoen mensen te gaan. '
Dat vraagt volgens hem ook iets van jezelf. ‘Als ik jou ontmenselijk, wat maakt mij dan beter dan jou?’ Voor Afriyie is empathie geen zwakte, maar een vorm van kracht. ‘Je gaat boos worden. Je gaat verharden. Maar als jij de wereld beter wil maken, kun je niet dezelfde dingen gaan doen als de mensen die de wereld slechter maken. En uiteindelijk moet je jezelf steeds de vraag stellen: wat brengt mij dichter bij mijn doel?’ Voor Afriyie is het doel altijd groter geweest dan het winnen van een debat. ‘Je wil een samenleving waar iedereen een plek heeft. Dus je moet ook blijven kijken naar hoe mensen reageren als ze zich bedreigd voelen of het gevoel hebben iets kwijt te raken. Want als je verandering wil, moet je begrijpen wat mensen drijft.’
Die overtuiging ligt ook ten grondslag aan de initiatieven die hij met anderen opzette, zoals de Dag van Empathie. Die vindt jaarlijks plaats op 3 mei, aan de vooravond van de Nationale Herdenking en Bevrijdingsdag. ‘We kregen in 2011 veel haat over ons heen. Toen dachten we: we moeten iets doen met empathie. Hoe kan het dat we twee minuten stilte vragen van iedereen op 4 mei, maar de rest van het jaar doen alsof empathie niet in het woordenboek staat?’ De Dag van Empathie is bedoeld als een uitnodiging om elkaar opnieuw te leren kennen. ‘Niet alleen twee minuten stilstaan,’ zegt hij, ‘maar het hele jaar door een moment nemen voor elkaar.’ Op 5 december 2025 bereikte Afriyies beweging Nederland Wordt Beter haar doelstellingen. Nu, na vijftien jaar strijd, kijkt hij vooruit: hoe borg je wat er is bereikt? ‘Het is belangrijk dat het stokje wordt overgenomen door de nieuwe generatie. Zij zijn de aanstaande leiders van deze wereld.’ Met anderen werkte hij aan een handboek voor jonge activisten. ‘In dat handboek delen we kennis en ervaringen die wij hebben opgedaan. Dingen waarvan we denken: als wij dit eerder hadden geweten, hadden we misschien tien jaar kunnen doen over wat nu vijftien jaar heeft gekost.’
' Ik ben nog nooit bedreigd door iemand die me als mens heeft ontmoet. Als mensen elkaar écht spreken, verandert er iets. '
Maar uiteindelijk gaat het hem niet alleen om strategie. ‘Ik probeer eigenlijk gewoon volledig mens te zijn. Dus ik kan boos worden als ik in een hoek word gedreven. Maar ik ben ook zacht. Ik blijf mijn armen openen voor mijn medemens.’ Hij is even stil. ‘Ik houd mijn hart altijd op een kier. Niet wagenwijd open, want niet iedereen mag zomaar naar binnen. Maar wel op een kier, want er lopen zo veel mooie mensen rond.’ Hij glimlacht. ‘En als je je hart helemaal dichtdoet, dan mis je al die mensen.’
Mens-zijn ziet hij als een oefening. ‘We beoefenen al heel lang kapitalisme. Daar zijn we erg goed in geworden. Kijk hoeveel rijkdom we hebben vergaard, over de rug van mens, dier en milieu. Maar laten we ook oefenen in mens-zijn. En dat ook de tijd geven. Ik weet zeker: over een paar honderd jaar heb je de hemel op aarde. Dan ga je zien hoe mooi mensen kunnen zijn.’ Hij glimlacht. ‘Zodra je een mooiere wereld hebt gezien, kun je die ook niet meer ontzien.’
Gratis special: Leven als humanist, hoe doe je dat?
Al tachtig jaar vormt het Humanistisch Verbond een vereniging van denkers én doeners die humanisme in de praktijk brengen. Die dicht bij zichzelf én bij de ander blijven. In deze HUMANIST lees je verhalen van Marjolijn van Heemstra over herstel en hoop, van Jerry Afriyie over het hart op een kier houden, en van humanisten die leven naar hun waarden.
HUMANIST prikkelt de geest met journalistieke interviews, verdiepende essays en verhalen van mensen over menselijkheid. Vul het formulier in en krijg het tijdschrift gratis thuisgestuurd!