Al 80 jaar is het Humanistisch Verbond een beweging van denkers en doeners. Voor ons jubileum komen humanisten van jong tot oud dichter bij elkaar om te onderzoeken wat humanisme voor hen betekent – vroeger, vandaag en in de toekomst.
Peris Shaban en Norbert de Kooter ontmoeten elkaar aan de rijk gedekte keukentafel bij Peris thuis. Norbert is 55 jaar en humanistisch geestelijk verzorger bij defensie. Peris doet hetzelfde werk binnen de ouderenzorg. Tachtig jaar humanisme zit ‘m misschien wel in dit soort momenten. Aan keukentafels. Waar mensen, in gesprek met elkaar, proberen te begrijpen wat het betekent om mens te zijn.
Norbert hangt zijn jas over de stoel en kijkt rond. ‘Je maakt er werk van.’
Peris glimlacht. ‘Ik kom uit Koerdistan, we zijn een gastvrij volk. En eten helpt mensen praten. Zeker over grote onderwerpen.’
‘Zoals humanisme,’ lacht Norbert.
Peris schenkt de soep in, linzensoep met citroensap, een gerecht uit het Midden-Oosten. In 1999 vluchtten haar ouders met het gezin naar Nederland. Peris was toen drie jaar en herinnert zich er weinig van. Wel heeft de vlucht naar Nederland bij haar allerlei vragen opgeroepen. De belangrijkste: ‘Hoe beweeg ik mij binnen de verschillende culturen met soms tegenstrijdige verwachtingen?’
Ze wijst op Norberts donkere ogen, misschien is hij van Turkse of Marokkaanse afkomst: ‘Heb jij dat ook?’
‘Nee, ik tik als Nederlandse man juist vele vinkjes aan.’
Het gesprek gaat over de verschillende generaties. Peris: ‘Ik denk wat heel kenmerkend is in mijn generatie is het stilstaan bij je mentale klachten. We worden online overspoeld met therapie en mooie quotes. Dat kan helpen, maar maakt het ook ingewikkeld: hoe maak je daar chocola van voor je eigen leven?’ Na een korte stilte: ‘Jij bent van de boomergeneratie toch?’
' Mensen zijn in staat tot het goede. '
Norbert lacht: ‘Nee, daar ben ik te jong voor met 55.’ Hij typeert zijn generatie vooral met optimisme en vooruitgangsdenken: ‘Op een gegeven moment viel de muur, was de sfeer in de wereld toch een beetje alsof het alleen maar beter kon en alleen maar beter zou worden. Dat is nu anders, maar ik houd toch nog altijd wel een soort van basisvertrouwen: mensen zijn in staat tot het goede.’
Peris voelt juist onder jongeren een bepaalde spanning. Daarmee doelt ze op onrust door oorlogen, politieke spanningen en online berichtgeving die veel stress oproept bij haar generatie.: ‘Op dit moment denk ik dat er iets gaat gebeuren in de wereld. Er hangt iets in de lucht.’
Norbert erkent dat gevoel deels, maar plaatst het in historisch perspectief. ‘Ik vind de ontwikkelingen in Amerika echt verontrustend. Hoe een democratisch bestel daar gewoon ondermijnd wordt. Aan de andere kant heb ik ook wel heel veel hoop dat we met elkaar in staat zijn om ons hier ook wel weer doorheen te slaan.’ Hij koppelt humanisme expliciet aan hoop en houvast, juist in onzekere tijden. ‘Humanisme biedt een basis om na te denken over grote vragen, wat het voor jou betekent en hoe jij je leven en plek in de wereld wilt vormgeven. Dan kun je misschien de wereldproblemen niet oplossen, maar in jouw leven heb je ook keuzes te maken.’
' Humanisme geeft me taal om te begrijpen waarom autonomie voor mij zo belangrijk is. '
Peris koppelt humanisme aan actie, rechtvaardigheid en verandering. ‘Ik denk dat humanisme oproept tot actie en maatschappelijke strijd. Ik ben blij dat mensen zich steeds meer uitspreken over onmenselijke behandeling en genocide. Dat het op tafel gelegd wordt en humane behandeling wordt geëist, het liefst morgen nog, vind ik heel typerend van deze tijd.’
‘Voor mij begint het bij vertrouwen’, zegt Norbert. ‘Vertrouwen dat mensen zelf zin kunnen geven aan hun leven. Zelfs, of misschien juist, in moeilijke omstandigheden. Ook bij defensie. Militairen staan vaak in de doe-stand, maar als er iets ingrijpends gebeurt, een uitzending, verlies, dan komen de vragen: ‘wie ben ik? Waar sta ik voor? Mijn werk is dan ruimte maken. Vragen stellen. Samen zoeken. Want al lijken militairen mensen van actie en niet van reflectie, onder de oppervlakte leven dezelfde vragen.’
‘Zoals?’
‘Schuld. Loyaliteit. Grenzen. Levensvragen.’
Peris: ‘In de ouderenzorg hebben mensen ook levensvragen. Ze vragen: was mijn leven goed? Heb ik het goed gedaan? Wat laat ik achter?’
Ze breekt een stuk brood af. ‘Voor mij persoonlijk heeft humanisme vooral met vrijheid te maken. Vrijheid om zelf te onderzoeken wie je bent. Los van verwachtingen.’
‘Heeft dat met jouw achtergrond te maken?’
‘Zeker.’ Ze vertelt over haar familie, over opgroeien tussen culturen, over botsende verwachtingen. ‘Humanisme geeft me taal,’ zegt ze. ‘Taal om te begrijpen waarom autonomie voor mij zo belangrijk is.’
Norbert: ‘Er is ook kritiek op humanisme. Dat humanisme té individualistisch zou zijn, te veel nadruk legt op persoonlijke vrijheid en autonomie.’
Peris schudt haar hoofd. ‘Persoonlijke vrijheid zonder verbondenheid bestaat niet.’
Norbert: ‘Inderdaad. Jij kunt alleen vrij zijn als anderen dat ook zijn.’
‘En als de wereld leefbaar blijft,’ vult Peris aan.
Beiden zijn blij dat het Humanistisch Verbond zich ook bezighoudt met de natuur, met ecohumanisme. ‘Eigenlijk logisch,’ zegt Norbert. ‘We zijn als mens onderdeel van de natuur, we staan er niet boven. Spinoza zei het al: God is natuur.’
Peris staat op om koffie te maken. Dan: ‘Denk je dat humanisme urgenter is geworden?’
Norbert denkt na. ‘Ik denk dat de noodzaak zichtbaarder is geworden. Mensen groeien minder op in één vast wereldbeeld. Ze moeten zelf kiezen hoe ze willen leven. Humanisme biedt geen pasklare antwoorden, maar wel gereedschap. Reflectie. Dialoog. Verantwoordelijkheid.’
Peris: ‘In mijn generatie voelt humanisme ook activistisch. Mensen spreken zich uit over vrouwenrechten, klimaat, oorlog, ongelijkheid.’
‘Vind je dat belangrijk?’
' In mijn generatie voelt humanisme ook activistisch. Mensen spreken zich uit over vrouwenrechten, klimaat, oorlog, ongelijkheid. '
‘Ja. Want hoe kun je humanistische waarden hebben zonder ze maatschappelijk te verdedigen? Ik voel veel verbinding met de Jin-Jiyan-Azadi beweging; een beweging die opkomt voor de rechten, veiligheid en vrijheid van vrouwen. Een onderwerp dat ook hier in Nederland steeds relevanter wordt. Maar ik zie ook in andere acties zoals demonstraties voor Gaza, het klimaat en femicide, hoe mensen opkomen voor minderheden of zij die geen stem hebben. Dat vind ik zo mooi aan mensen. Ook wanneer we ontwricht worden kunnen we kracht en steun vinden in elkaar.’
Norbert: ‘Ik werk liever kleinschalig dan dat ik naar demonstraties ga. Ik houd ervan om gesprekken te voeren. Binnen defensie zijn mensen het politiek gezien niet altijd met me eens. Dan ga ik met ze in discussie op een geïnteresseerde manier. De dialoog, daar geloof ik in. Blijf nieuwsgierig naar de ander en blijf met elkaar praten. Zelfs als je het fundamenteel oneens bent met elkaar.’
‘Waar hoop jij op voor de toekomst voor het Humanistisch Verbond?’ vraagt Norbert tot slot. Peris: ‘Dat humanisme toegankelijker wordt. Minder theoretisch, meer geleefd. Dat jonge mensen het niet als label zien, maar als houding.’ ‘Wat voor houding?’ ‘Dat je kritisch denkt, maar ook empathisch bent. Dat je vrijheid belangrijk vindt, maar niet ten koste van anderen. Dat je in actie komt bij onrecht.’
Norbert knikt. ‘Humanisme als praktijk.’
Al 80 jaar dichtbij
Stilstaan waar alles doordendert.
Het gesprek kiezen waar muren lonken.
Zachter worden wanneer de wereld verhardt.
Niet wegkijken, maar dichtbij blijven.
Dat is het Humanistisch Verbond.
Dicht bij jezelf, dicht bij de ander.
Vandaag. Al 80 jaar. Nog 80.
In ons jubileumjaar prikkelen we je
om extra dichtbij te komen – bij jezelf én bij de ander.
Oefen. Denk mee. Doe mee.