Al 80 jaar is het Humanistisch Verbond een beweging van denkers en doeners. Voor ons jubileum komen humanisten van jong tot oud dichter bij elkaar om te onderzoeken wat humanisme voor hen betekent – vroeger, vandaag en in de toekomst.
Letje van der Molen (90) en Martijn Zwiers (36) gaan met elkaar in gesprek. Al snel is duidelijk dat humanisme zich niets van generaties aantrekt. Letje en Martijn delen dezelfde waarden, al komen ze uit een heel andere tijd.
Letje groeide op in de jaren veertig en vijftig, op het platteland in Gelderland, waar geloof het leven in hokjes verdeelde. Katholiek, gereformeerd, hervormd – zelfs schooltijden werden aangepast zodat kinderen van de verschillende scholen elkaar maar niet zouden tegenkomen op straat, want dat kon op knokken uitdraaien.
‘Toen ik een jaar of twaalf was, heb ik daar een keer naar gevraagd’, vertelt Letje. ‘Mijn vader zei: er zijn verschillende geloven, en iedereen denkt het ware geloof aan te hangen. Dus: houd het open.’ Dat zinnetje is haar altijd bijgebleven.
Voor Letje was humanisme nooit een strijd tegen religie, maar een keuze voor eigen verantwoordelijkheid. ‘Een hemel zag ik nooit zitten’, zegt ze nuchter en werpt een blik naar buiten. ‘Je moet het híer doen. Goed zijn voor elkaar en de natuur.’
' Een hemel zag ik nooit zitten. Je moet het híer doen. '
Martijns weg naar humanisme liep anders, maar kwam uit op dezelfde plek. Hij studeerde humanistiek, aangetrokken door de grote levensvragen. ‘Wat doen we hier eigenlijk? En als je die vragen niet vanuit een religie beantwoordt, wat is dan je grond?’ Tijdens zijn studie was hij kritisch op het Humanistisch Verbond als organisatie. Te institutioneel, te veel een club misschien. ‘Zodra je iets organiseert, sluit je ook mensen buiten. Daar had ik moeite mee.’
Ironisch genoeg werd hij lid omdat het moest voor zijn werk als humanistisch geestelijk verzorger bij Defensie. ‘Ik vind het belangrijk om kritisch te blijven’, zegt hij. ‘Maar wel van binnenuit.’ In zijn werk ging het hem nooit om zenden of overtuigen. ‘Ik bracht geen ‘humanistische antwoorden’. Ik ging mee in de vragen van mensen. Militairen die worstelen met wie ze zijn: een goede soldaat, een goede vader, een goed mens. Hoe combineer je dat? Voor mij zijn dat geen abstracte vragen. Dat is het leven.’
Letje koos voor een loopbaan waarin rechtvaardigheid centraal stond. Ze begon met rechten, gedreven door een scherp gevoel voor onrecht. Dat had alles te maken met de oorlog. Haar vader, arts, weigerde in 1942 een loyaliteitsverklaring aan de Duitse bezetter te tekenen. Zijn praktijk werd gesloten, maar hij zag zijn patiënten nog wel ondergronds, soms letterlijk in een schuilkelder. Maar op een dag stonden er twee mannen voor de deur, een SS’er met de veldwachter. Mijn vader zei dat hij zou meekomen maar nog even zijn vrouw gedag wilde zeggen die achter in de keuken was. Toen is hij via de achterdeur gevlucht, hij is het graanveld in gerend. Hij overleefde, werd na de oorlog geprezen. Maar hij weigerde te oordelen over collega’s die wél hadden getekend. ‘Dat vond ik zó sterk. Niet jezelf verheffen, niet neerkijken op anderen. Dat vond ik humaan.’
' Neem verantwoordelijkheid waar het kan en verschuil je niet achter machteloosheid. '
We leven in spannende tijden, Martijn spreekt trouwens liever van ingewikkelde tijden. Letje betreurt het egoïstische van de huidige mens: als je er zélf maar beter van wordt. Martijn is minder pessimistisch. ‘Ik zie veel betrokkenheid in Nederland, er zijn nog nooit zoveel demonstraties geweest. Ik ben het niet met alle demonstraties eens, maar dan kom je weer bij de vraag: wat is het goede? Daarover mag iedereen van mening verschillen.’
‘Gelukkig maar,’ lacht Letje. ‘Daarom ben ik er geen voorstander om politiek te worden als Humanistisch Verbond. Door stelling te nemen, sluit je mensen uit. Dat vind ik geen goede ontwikkeling.’
‘Maar je ontkomt er niet aan,’ zegt Martijn, ‘humanistische waarden zie je terug in de politiek. Tegelijkertijd ben ik het met je eens: humanisme moet de politiek overstijgen. Het zou meer in onszelf moeten zitten, een houding, en dan vandaaruit handelen. Bij mondiale problemen, zoals het klimaat, geopolitiek of mensenrechten, denken mensen misschien: wat kan ik nou in mijn eentje doen? Maar op persoonlijk vlak kan je wel degelijk invloed uitoefenen door een morele positie in te nemen. Dit doe je voor jezelf en wellicht voor de mensen om je heen. Ook al verandert dat het probleem niet, verantwoordelijkheid nemen waar het kan en je niet verschuilen achter machteloosheid, vormt een essentieel onderdeel van hoe ik mijn humanisme beleef.’
De twee pleiten voor dialoog, voor het open gesprek met andersdenkenden. Niet vanuit gelijk willen halen, maar vanuit nieuwsgierigheid. ‘Er zijn altijd meerdere kanten aan een verhaal’, zegt Letje. ‘Lees verschillende kranten. Praat met mensen buiten je bubbel.’
' Lees verschillende kranten. Praat met mensen buiten je bubbel. '
Aan het einde van het gesprek is er een gedeeld besef. ‘Onze levens zijn anders,’ zegt Martijn, ‘uw generatie werd gevormd door oorlog, schaarste en verzuiling. Mijn generatie door welvaart en keuzevrijheid, maar in beide werelden was de kern van humanisme hetzelfde: gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid, vrijheid.’ ‘En verantwoordelijkheid nemen,’ haast Letje te zeggen.
Het draait om vragen stellen, benadrukken beiden. ‘Waarom doe je wat je doet?’ zegt Martijn. ‘Waarom stem je zoals je stemt? Waarom vind je dit normaal?’ Voor hem is vragen stellen een manier om bewust te leven: niet doen wat de buren ook doen, niet meegaan met de norm zonder reflectie, maar keuzes maken die van jou zijn.
Ook Letje verbindt vragen stellen aan niet oordelen: eerst begrijpen, dan pas een mening vormen. Nieuwsgierig buigt ze zich over de tatoeage op Martijns rechterarm, waar een mooi verhaal achter blijkt te zitten. De tatoeage dient voor hem als een innerlijk kompas, een blijvende herinnering aan het idee dat het leven op zichzelf geen zin heeft, maar dat je die zélf moet maken. ‘Voor mij draait het leven om betekenisvolle relaties aangaan, je laten inspireren en anderen inspireren. De wereld een beetje mooier maken dan dat je hem aantreft, elke dag opnieuw.’
Letje: ‘Daarom verheugt het me zo dat er binnen het Humanistisch Verbond meer aandacht is voor de natuur en dat humanisten de mens niet boven de natuur zetten maar er onderdeel van laten zijn. Dat brengt automatisch een grotere verantwoordelijkheid met zich mee om er goed mee om te gaan.’
Al 80 jaar dichtbij
Stilstaan waar alles doordendert.
Het gesprek kiezen waar muren lonken.
Zachter worden wanneer de wereld verhardt.
Niet wegkijken, maar dichtbij blijven.
Dat is het Humanistisch Verbond.
Dicht bij jezelf, dicht bij de ander.
Vandaag. Al 80 jaar. Nog 80.
In ons jubileumjaar prikkelen we je
om extra dichtbij te komen – bij jezelf én bij de ander.
Oefen. Denk mee. Doe mee.