
22 juli 2011
Al eeuwen zijn filosofen bezig met de vraag of er zoiets bestaat als de Vrije Wil. Eerst moest die vrijheid worden bevochten op God of tenminste op de theologen. Nu die slag grotendeels gewonnen is zijn het vooral neurowetenschappers die een (andere) deterministische visie aanhangen. Als denken als fysisch proces in de hersenen gelokaliseerd kan worden, wie kan dan op basis van vrije wil daarop invloed uitoefenen en hoe zou dat moeten?
Dat is een leuke confronterende vraag juist in een tijd waarin het idee van de persoonlijke vrijheid algemeen verbreid is. Zo is de Vrije Wil het eindexamenonderwerp geworden van het vak filosofie in het Voortgezet Onderwijs dit jaar. Publicaties met titels als ‘De Vrije Wil bestaat niet’ trekken veel belangstelling. Ik volg nu een weekcursus over de Vrije Wil aan de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) op hun mooie landgoed in Leusden.
Een keur van hooggeleerde inleiders, waaronder neurowetenschappers en filosofen trekt langs voor een uitzonderlijk grote groep van 70 deelnemers.Voor humanisten een relevante kwestie natuurlijk. Waar blijven wij met onze voorkeur voor individuele autonomie en verantwoordelijk leven als we op ons eigen gedrag niet eens invloed kunnen uitoefenen? Ik heb de indruk dat de provocerende stelling ‘de Vrije Wil bestaat niet’ vooral goede marketing is. De conclusies en de bewijsvoering blijken al gauw minder extreem. Voor onze discussie over moreel handelen en eigen verantwoordelijkheid is niet de simpele ja/nee vraag interessant, maar wel de vele aspecten en overwegingen die vervolgens in de discussie opduiken.
Een interessant aspect is bijvoorbeeld de relatie tussen het bewuste (bewustzijn) en het onbewuste deel van ons brein. Als we Swaab volgen met zijn ‘Wij zijn ons brein’ en het blijkt dat het onbewuste deel van onze hersenen een grote rol speelt bij ons handelen, is daarmee dan de Vrije Wil sterk teruggedrongen of zelfs verdwenen? Of is het mogelijk vanuit ons bewustzijn die onbewuste processen aan te sturen of er grenzen aan te stellen of op een bepaalde manier aan het werk te zetten? Dat gebeurt immers bij cognitieve gedragstherapie. En wie of wat stuurt of controleert dan? Het zelf, de eigen identiteit? En werkt het anders bij de directe beslissingen over praktische handelingen die neurowetenschappers bestuderen, dan bij belangrijke richtinggevende beslissingen in het leven? Is ons bewustzijn effectief bij bewuste beslissingen over intenties voor de langere termijn? Volgens een zeer helder betogende inleider Marc Slors wel. Anderen relativeren het weer.
Daarnaast komen belangrijke, meer filosofische en morele, kwesties aan de orde rond verantwoordelijk houden voor en de verwijtbaarheid van gedrag. De slotronde volgt vanavond en morgen. Maar de volgende cursussen staan al weer op de agenda. Wij zijn er nog lang niet mee klaar en het is een bon van relevante informatie en overwegingen. Wij nemen het mee!