
Rein Zunderdorp, gefotografeerd door Marsel Loermans
22 februari 2010
Het kabinet is gevallen over een typisch voorbeeld van machtspolitiek vanuit een inhoudelijke minderheidspositie. Politiek heeft natuurlijk altijd met macht te maken. Maar machtspolitiek is pas een kunst als een partij erin slaagt een inhoudelijk minderheidsstandpunt in een gemeenteraad of parlement via het uitoefenen van machtsmiddelen toch door te voeren. In coalities zoals colleges van B&W en een regering is het dan zaak om de coalitiepartners te bewegen een standpunt te aanvaarden dat zij programmatisch eigenlijk afwijzen. Een deel van de uitruil bij coalitievorming heeft dit karakter. Gewiekste wethouders en ministers weten omstreden beleid zo toch aan een meerderheid te helpen. Meestal zijn die politici lid van de grootste partij, die desnoods ook wel weer een andere coalitie kan vormen. De kleinere partners worden zo gedwongen standpunten te accepteren die zij eerder bestreden. Een bijkomend voordeel vanuit machtspolitieke overwegingen voor de grootste partij is, dat daarmee de coalitiegenoot geleidelijk wordt gesloopt. Binnen die partij en bij de kiezers ontstaat onbegrip en ergernis over het gedraai. Burgers vinden het feit dat het minderheidsstandpunt wint vaak ondemocratisch.
In de landelijke politiek zien wij dit ook regelmatig. Het Humanistisch Verbond loopt er met zijn pleidooien voor zelfbeschikking en vrijheid ook regelmatig tegenaan. Terwijl het in het verleden wel logisch was dat ons maatschappelijke minderheidsstandpunt niet snel door de politiek werd overgenomen, is nu het omgekeerde het geval. Veel van onze opvattingen over medisch-ethische kwesties, de zondagssluiting en de gelijkberechtiging van vrouwen en homoseksuelen worden inmiddels door een meerderheid van de bevolking gedeeld. Toch slaagt een (voornamelijk christelijke) politieke minderheid er steeds weer in via wet- en regelgeving de ontwikkelingen te vertragen en soms zelfs terug te draaien. Dat komt door de politieke centrumpositie van deze minderheid, maar ook door de grote ervaring en bedrevenheid van deze partij met de minderheid wordt meerderheid strategie.
Enkele voorbeelden. De PvdA werd bij de kabinetsvorming gedwongen het gewenste onderzoek naar de steun aan de Irak-oorlog te laten vallen, waardoor de meerderheid in het parlement verviel. Totdat een onafhankelijk onderzoek jaren later onvermijdelijk werd. De kwestie Uruzgan leek minder controversieel. Er lag een besluit dat Nederland een (al verlengde) missie van beperkte duur, met een duidelijke einddatum, zou uitvoeren. In de loop van de tijd wilde het CDA de missie oprekken en de PvdA en de CU niet. In plaats van een ordelijk en open maatschappelijk debat te voeren, waarvoor over en weer zinnige argumenten zijn aan te dragen, werd de machtspolitieke kaart getrokken. Politicologen kunnen misschien genieten van de (bijna) perfectie van het door het CDA gevoerde machtsspel. Een waar bombardement van internationale oproepen tot verlenging werd uitgelokt. Een vilein balletje balletje werd gespeeld met de brief van de Secretaris-Generaal van de NAVO. Bos raakte in de war en wist niet meer onder welk hoedje het balletje uiteindelijk lag. Toen hij het verkeerde hoedje aanwees was hij volgens de voltallige oppositie in de Tweede Kamer een leugenaar. Overigens een debat dat alsnog kan worden meegenomen in de Zelfevaluatie van de Tweedekamer: in veel opzichten een beschamende vertoning.
Volgens de premier moesten alle opties toch bespreekbaar kunnen zijn, maar wel in de beslotenheid van het kabinet. Het besluit daarover moest zo zorgvuldig worden voorbereid dat het pas na de gemeenteraadsverkiezingen kon worden genomen. Verkiezingen die volgens de prognoses de PvdA zouden minimaliseren. De onduidelijkheid over Uruzgan zou bij de kiezers slecht vallen en de zaak nog erger maken. De optimale uitkomst voor het CDA was ongetwijfeld dat de PvdA-ministers zouden meegaan met het uitstel van besluiten en zo een conflict met de fractie, partij en/of kiezers zouden krijgen. Terwijl de PvdA in de steden zelf vaak bedreven is in deze tak van machtspolitiek, doorziet men het op landelijk niveau niet of te laat. Men zwemt eerst een eind de fuik in en begint te laat te spartelen, zoals eerder bij medisch-ethische kwesties. Nu zette men op de valreep de zaak op scherp. Het blijft jammer dat het besluit over Uruzgan nu de uitkomst is van een machtspolitiek conflict in plaats van een openbare inhoudelijke discussie.
De komende Kamerverkiezingen, en zeker de formatie daarna, zullen we weer volop voorbeelden van machtspolitiek vanuit minderheidsstandpunten zien. Het is onze taak als HV om, met verwante organisaties, de voor ons belangrijke punten die op een brede steun onder de bevolking kunnen rekenen, niet opnieuw in de diepvries te doen belanden.
Rein Zunderdorp
De oudere bijdragen van dit weblog zijn te vinden in het archief van het weblog. Meer weten over Rein Zunderdorp? Lees op deze website alles over zijn functie als voorzitter van het Humanistisch Verbond
Gepubliceerd:10-02-2010