22 oktober 2006
Tijdens de druk bezochte Nacht van de Geschiedenis in Hotel Krasnapolski (zaterdag 21 oktober) ging ik in de grote zaal in debat over de vraag of God weer terug moest achter de voordeur. Dit in verband met het festival thema: Geloof en Bijgeloof. De andere deelnemers waren hulpbisschop Gerard de Korte, predikant en emeritus hoogleraar Anton Wessels en ex voorzitter van Milli Görös, Haci Karacaer. Het debat verliep in een gezellige maar rumoerige omgeving. Er kwam van alles aan de orde maar de kernvragen waren toch de opleving van geloof en/of bijgeloof, de wenselijkheid van religie in de publieke ruimte, inclusief de religieuze kentekenen van individuen, en hoe strikt de scheiding tussen kerk en staat zou moeten zijn. Het bleek al gauw dat de debaters het onderling niet erg oneens waren, namelijk voor veel ruimte voor geloof resp. levensovertuiging in de publieke ruimte. Wel legden we verschillende accenten en verbonden er ook andere voorwaarden aan. Hieronder geef ik de kern van mijn betoog weer zoals dat in de loop van het gesprek zo'n beetje aan de orde kwam.
De eerste vraag aan mij was hoe het in deze tijd met het HV ging. Mijn stelling was dat opleving van belangstelling voor levensbeschouwing belangrijk en positief is, ook voor niet godsdienstige levenbeschouwingen zoals het Humanisme. In dat verband wees ik erop dat (class="esnParagraphText")voor zingeving en ethiek geloof of bijgeloof dus niet nodig is. En dat de belangstelling voor het HV en andere humanistische organisaties ook toeneemt.
Hoeveel ruimte moet godsdienst in de publieke ruimte hebben?
Mijn stelling is dat vrijheid van meningsuiting een mensenrecht is. Het is zelfs de kern van de democratie. Het is de kroon op de vrijheid van meningsuiting en van vereniging en van expressie. Dat betekent inderdaad (vaste vraag in elk debat en interview) dat mensen religieuze kentekenen (hoofddoekjes, keppels, kruisjes etc.) mogen dragen. Niet in een rol als vertegenwoordiger van de neutrale staat, maar verder wel. Mensen zijn daarvoor zelf verantwoordelijk, evenals voor de bedoelde en onbedoelde gevolgen die dat met zich mee kan brengen. Anderen zullen het signaal immers oppakken en daar het hunne weer mee doen. Het zal sommige contacten bevorderen en andere afremmen, daar kies je dan voor.
Over de verhouding tussen individu en instituties heb ik het volgende gezegd. Levensovertuiging is voor veel mensen de belangrijkste overtuiging. Dat geldt voor aanhangers van godsdienstige en van seculiere overtuigingen in gelijke mate. Vrijheid van levensovertuiging is een fundamenteel mensenrecht. Het geldt primair voor individuen en vervolgens is het recht op vereniging en vergadering van toepassing. Ieder mens heeft het recht een geloof te kiezen, een eigen geloof te ontwerpen, van geloof te veranderen en tot een geloofsgemeenschap toe te treden of die te verlaten. Zonder daartoe gedwongen te worden en zonder daarbij enig (veiligheids)risico te lopen.
Vrijheid van levensovertuiging is (class="esnParagraphText")een individueel mensenrecht, niet het recht van kerken, sekten, partijen, families of welke organisatie dan ook, om een overtuiging aan zijn leden op te leggen en uittreding te bestraffen.
Scheiding van kerk en staat?
Ja, de scheiding van kerk en staat is een voorwaarde voor democratie. Het garandeert burgers dat niet één of enkele geloofsrichtingen hun wil via wereldlijke macht aan anderen kunnen opleggen. De rechtsstaat moet levensbeschouwelijk neutraal zijn.
Maar (class="esnParagraphText")de staat mag wel actief de pluriformiteit van de samenleving bevorderen, door bijvoorbeeld ruimte en middelen te geven aan geestelijke verzorgers in de krijgsmacht, in gevangenissen en in de gezondheidszorg, aan pluriform levensbeschouwelijke onderwijs en aan levensbeschouwelijke publieke omroepen. De staat moet hierbij strikt neutraal, volgens objectieve criteria, te werk gaan.
In een land met veel verschillende, al dan niet godsdienstige, levensovertuigingen kan dit leiden tot een tolerante, pluriforme en vreedzame samenleving.
Een alternatief is een staat die zijn neutraliteit bewaart door levensbeschouwingen te beperken tot de privésfeer: de laïcité, zoals we die kennen uit Frankrijk en Turkije. Dit is begrijpelijk in landen met één sterk overheersende geloofsrichting, die al gauw een bedreiging kan vormen voor minderheden en voor de staat en de democratie zelf. Hun geschiedenis heeft daarvan pijnlijke voorbeelden laten zien. Onze geschiedenis leert dat wij ons de actieve pluriformiteit gelukkig wel kunnen veroorloven. Laten we er verstandig gebruik van maken.
Na afloop werd ik nog geïnterviewd voor het programma Kruispunt dat zondag 22 oktober op radio 1 is uitgezonden, toevallig direct na een reclameboodschap van het HV. Dit alles is te horen via (class="esnParagraphText")www.uitzendinggemist.nl of rechtstreeks via kruispuntradio
Rein Zunderdorp(class="esnParagraphText")