Mensen en weefsels hebben met elkaar gemeen dat ze een open eind hebben.
Zowel in het humanisme als in de kunst gaat het om steeds nieuwe antwoorden op de vraag: hoe vrij kan ik worden? Hilda Schipper-Baptist is humanistisch geestelijk verzorger en ze maakt als tegenwicht tegen het 'hoofdwerk' weefsels die ze in haar eigen atelier exposeert.
Hilda Schipper-Baptist werkt in de woonzorgcentra A.G. Wildervanckhuis en Westerhaven te Veendam.
De begeleiding begint vaak al wanneer een bewoner nieuw binnenkomt. In de zorg voor de dagelijkse levensbehoeften wordt dan voorzien en er komt energie vrij om nieuwe contacten te leggen, nieuwe activiteiten op te pakken. Hilda werkt nauw samen met de activiteitenbegeleiding en met de vrijwilligers in de zorgcentra. Samen lukt het om bewoners verder te laten kijken dan ze deden, sjablonen te doorbreken, nieuwe activiteiten uit te proberen.
Daarnaast stimuleert ze medewerkers meer te doen dan de directe zorgtaken en reacties als zeuren aan te grijpen als mogelijkheid om verandering van levenssfeer te zoeken.
Thuis begeleidt Hilda, samen met haar man Klaas, acht mensen met een beperking. Die doen maatschappelijke stage of doen werkervaring op in de boomgaard. Uitgangspunt is ze te laten zien wat ze wél kunnen en stapje voor stapje hun mogelijkheden te vergroten.
Als tegenwicht tegen het vele hoofd-werk maakt Hilda weefsels en exposeert die in haar eigen atelier. Dat weven vraagt aardig wat rekenwerk en wiskundig inzicht en bovenop de ambachtelijkheid ontstaat het creatieve, kunstzinnige. Weven wordt zo een vorm van kunstnijverheid, van kunst.
Weven is heel oud. In Yde, een dorp in de buurt van Eelde, werd een veenlijk gevonden van een meisje van rond het begin van onze jaartelling. Bij de opgraving werden ook twee stukken geweven stof gevonden en dat weefsel was toen al heel mooi gemaakt. Heel lang werkten vrouwen thuis aan weefsels, de textielindustrie produceerde ze ambachtelijk en nu wordt het creëren van weefsels kunstnijverheid en kunst.
De technische vaardigheid is ook voor Hilda de basis maar daarbovenop komt de creativiteit. Zij werkt met bijzondere technieken (dubbelweven, verven op de ketting, transparant weven) en leert sjablonen los te laten. Het van het getouw afhalen van het weefsel is een spannend moment en het vergt durf om de schaar te zetten in het eigen werk, Hilda knipt soms een weefsel in stukken om ze opnieuw maar dan in een hele nieuwe vormgeving in elkaar te zetten. Zo ontstaan ook spannende kleurcombinaties en met ongebruikelijke materialen, metseltouw of filmband groeien er nieuwe creaties. Het gaat er - net als in het verzorgingshuis - om sjablonen los te laten en te experimenteer met nieuwe vormen.
Soms zetten mensen die een cursus volgen in Hilda's atelier na een rij vaste oefeningen met borduursteken in het vrije werkdeel een koe in een weiland. Hilda zet er dan een wolf in, een dier dat juist niet de kudde volgt maar zelfstandig zijn weg zoekt in de weidse natuur.
Mensen en weefsels hebben met elkaar gemeen dat ze een open eind hebben, spannender en mooier worden, als de creativiteit de ruimte krijgt. De grens van de kunstnijverheid naar de kunst wordt overschreden als er een bijzonder werkstuk ontstaat dat laat zien hoe de vrijheid kleur en vorm krijgt. Zo gezien gaat het in het humanisme en in de kunst om steeds nieuwe antwoorden op de vraag: hoe vrij kan ik worden?
Ga naar de virtuele tentoonstelling
Tekst: Jan Schrauwen
Foto's: Tijs Aeneae Venema
Gepubliceerd: 19-03-2010