'''Bezinning en oefening, waardenonderzoek, vriendschap en omgaan met tijd, dat zijn de vier thema's die Dohmen in het lemma levenskunst onderscheidt. Positieve vrijheid is de kern van de actuele levenskunst: Wat is voor mij een authentiek, goed en mooi leven?
Dat gaat verder dan de ‘smalle moraal van zelfbeschikking’ waarin vrijheid slechts wordt gezien als ‘niet inmenging’. De Franse filosofen Pierre Hadot en Michel Foucault legde de basis voor de actuele levenskunst '''
“Wat mij opvalt, is dat kunst in onze samenleving iets geworden is wat met voorwerpen te maken heeft, en niet met mensen of met het leven. Kunst is een specialiteit van experts die men kunstenaars noemt. Maar waarom zou niet iedereen een kunstwerk van zijn leven kunnen maken? Waarom is die lamp, dit huis wel een kunstwerk en mijn leven niet?”
[Michel Foucault, in Rabinov, 1984]
Levenskunst is een recente vorm van ethiek die terugkijkt naar de klassieke Oudheid. Het gaat over het ‘goede leven’. Levenskunst komt op in een tijd van individualisering, secularisering en de smalle moraal van zelfbeschikking. Met een ‘smalle moraal van zelfbeschikking’ wordt bedoeld dat moderne mensen hun vrijheid vooral interpreteren als ‘niet inmenging’. Daarmee dreigt een samenleving van mensen die menen dat ze zich kunnen ontwikkelen los van anderen en los van algemeen erkende waarden.
De actuele levenskunst wil expliciet een halt toeroepen aan deze ontwikkeling. Vrijheid is immers altijd relationele autonomie. Mijn vrijheid staat in verhouding tot die van anderen. Bovendien is vrijheid altijd relatieve autonomie. Het gaat om graden van vrijheid en van onvrijheid. Echte vrijheid is alleen maar te bereiken dankzij daadwerkelijk zelfbeheer. Het gaat in de levenskunst niet om negatieve vrijheid (Niemand mag zich met mijn leven bemoeien!) maar om ‘positieve vrijheid’ (Wat is voor mij een authentiek, goed en mooi leven?).
Aan de basis van deze nieuwe ethiek staan de Franse filosofen Michel Foucault en Pierre Hadot.
Zij ontdekten in de klassieke Oudheid het bestaan van een algemeen aanvaarde cultuur van levenskunst (ars vitae). Deze cultuur draaide om het gebod: ‘Draag zorg voor jezelf.’ De Grieken en de Romeinen droegen zorg voor zichzelf en oefenden in tal van omgangsvormen met het oog op een vrij en soeverein leven. Vandaar Foucaults omschrijving van levenskunst als een ‘vrijheidspraktijk’.
In het voetspoor van Foucault en Hadot pleiten steeds meer filosofen en humanisten voor een herleving van deze klassieke levenskunst en de opkomst van een laatmoderne, eigentijdse ‘cultuur van het zelf’.
Levenskunst, opgevat als zorg voor zichzelf, is een holistisch concept. Denken (bezinning, kritische reflectie), voelen en willen (verlangen), oefenen en waarderen vormen de nauwe samenhang van een persoonlijk leerproces. Het doel is het bereiken van een eigen levenshouding.
Alleen door toewijding en veelvuldig oefenen kan iemand erin slagen om een persoonlijke levenshouding te verwerven. De ethiek van de levenskunst wil een concrete en praktische invulling van positieve vrijheid zijn.
In de actuele levenskunst zijn verschillende concrete thema’s aan de orde:
Het ideaal van de ethiek van de levenskunst is een moderne gemeenschap van weerbare, op elkaar betrokken individuen.
Joep Dohmen, hoogleraar wijsgerige en praktijkgerichte ethiek, Universiteit voor Humanistiek.
Joep Dohmen, Tegen de onverschilligheid. Pleidooi voor een moderne levenskunst (2007), Het leven als kunstwerk (2008);
Michel Foucault, Het gebruik van de lust (1985); De zorg voor zichzelf (1985);
Pierre Hadot, Filosofie als een manier van leven (2004);
Erwin Kamp kiest Savater met Het goede leven
Joep Schrijvers kiest Gracian (Handorakel)
Naast Aristoteles, Seneca, Montaigne, Kierkegaard, Nietzsche en Camus:
Zygmunt Bauman, The art of life (2008);
Alain de Botton, De troost van de filosofie (2000);
Otfried Höffe, Lebenskunst und Moral (2007);
John Kekes, The art of life (2002);
Dick Kleinlugtenbelt, Mensbeelden en levenskunst (2005);
Alexander Nehamas, The Art of Living (1998);
Michel Onfray, Levenskunst. Naar een esthetische moraal. (1996).
Wilhelm Schmid, Filosofie van de levenskunst. Inleiding in het mooie leven (2001); Handwerk van de levenskunst (2006);
Richard Shusterman, Pragmatist Aesthetics (1992).
Gepubliceerd:31-10-2008