Humanistisch Verbond op Twitter Humanistisch Verbond op Facebook Humanistisch Verbond op YouTube

Zoeken

Wie was Jaap van Praag (1911-1981)?

Jaap van Praag was een van de oprichters van het Humanistisch Verbond. Van 1946 tot 1969 was hij voorzitter van het Verbond. Voor velen was hij in die tijd het gezicht, de stem en de pen van het Nederlandse humanisme. In 1969, bij zijn vertrek als voorzitter van het Humanistisch Verbond, werd de Van Praag-prijs ingesteld.

Jaap van Praag werd geboren op 11 mei 1911 in Amsterdam en groeide daar op in een modern niet-godsdienstig joods en socialistisch milieu. Na in 1930 het staatsexamen gymnasium bèta en een jaar later het staatsexamen alfa te hebben afgelegd, studeerde hij Nederlandse letteren en wijsbegeerte en werd hij in 1938 leraar bij het Gemeentelijk Lyceum in Dordrecht. Hij was actief, onder andere als voorzitter, in een aantal vooroorlogse jeugdbewegingen zoals de Nederlandse Bond van Abstinent Studerenden, de Studenten Vredes Actie en de Jongeren Vredes Actie.

Tijdens de bezetting van Nederland was hij van 1943 tot 1945 ondergedoken bij Fenco van den Berkhof. Hij gebruikte deze tijd onder meer voor het schrijven van zijn boek 'Modern humanisme: een Renaissance', een inspirerend en grondleggend werk dat in 1947 zou worden gepubliceerd. Van Praag was ervan overtuigd dat fascisme en racisme pas geen kans meer zouden krijgen wanneer voldoende mensen een levensovertuiging hadden die geestelijk doordacht en zedelijk verantwoord was. Vanuit die gedachte was hij een van degenen die na de bevrijding van Nederland in mei 1945 het initiatief namen tot het oprichten van een vereniging van humanisten.

Zo ontstond in februari 1946 het Humanistisch Verbond. Vanaf het begin had Van Praag er de feitelijke leiding in handen. In september 1946 werd hij ook officieel voorzitter, een functie die hij bijna tweeëntwintig jaar lang bleef vervullen, tot mei 1969. Hij was in die hoedanigheid het gezicht, de stem en de pen van het Nederlandse humanisme. Hij maakte zich steeds sterk voor levensbeschouwelijke en politieke pluriformiteit binnen het Verbond.

Na aanvankelijk weer het leraarschap ter hand te hebben genomen, werd hij in 1954 lid van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Hij werd ook benoemd als een van de eerste hoogleraren in de humanistiek, aan de Universiteit Leiden (1964-1979). Het woord humanistiek was een vinding van hemzelf.

Ook voor het internationale humanisme heeft hij zich ingezet. Een belangrijk initiatief was het voorbereiden en oprichten van de International Humanist and Ethical Union (IHEU), een internationale federatie van humanistische organisaties waarvan het oprichtingscongres in 1952 in Amsterdam plaatsvond. Van Praag werd voorzitter en bleef dat tot 1975.

Van Praag was niet alleen een efficiënt organisator maar ook een genuanceerd denker. Daarvan getuigen zijn vele publicaties, waaronder het standaardwerk 'Grondslagen van humanisme', dat in 1978 verscheen en vier jaar later ook in Groot-Brittannië werd uitgebracht. Van Praag overleed op 12 april 1981.

Het kenmerkende van de humanistische levensbeschouwing van Van Praag is de afwezigheid van een transcendent interpretatiekader: de wereld heeft geen doel of richting, het zijn de mensen zelf die zin en richting aan de wereld geven. Van Praag stelde tien postulaten op: voor humanisten algemeen aanvaarde, gemeenschappelijke uitgangspunten die de kern van het bestaan raken.

De mens is volgens de postulaten van Van Praag: natuurlijk (in plaats van bovennatuurlijk), verbonden (in plaats van geïsoleerd), gelijk (in plaats van ongelijk), vrij (in plaats van onvrij), redelijk (in plaats van onredelijk). In het wereldbeeld van Van Praag is de wereld: ervaarbaar (in plaats van gedacht), bestaand (in plaats van een verschijning), volledig (in plaats van onvolledig of verwijzend naar iets anders), toevallig (in plaats van bedoeld) en dynamisch (in plaats van onveranderlijk).

Zoals geen enkele auteur vanuit het niets schrijft, was ook Van Praags denken een reactie op de maatschappelijke toestand in de samenleving van zijn tijd. Deze reactie wordt vaak omschreven als een tweevoudige strijd: de grote strijd en de kleine strijd. De kleine strijd richt zich tegen het overheersende christendom, preciezer gezegd, tegen iedere vorm van religieuze dogmatiek. De grote strijd keert zich tegen iedere vorm van nihilisme, om zodoende de geestelijke weerbaarheid van humanisten en niet-humanisten te vergroten. Weerbaarheid speelt een belangrijke rol in de denkwereld van Van Praag. Het onderliggende idee is dat een bewust christen of humanist zich minder gemakkelijk door het nazisme zou hebben laten verleiden.

In het werk van Van Praag is de combinatie van opbouwende hoop en maatschappijkritiek, van optimisme en pessimisme opvallend. Dit is gezien de historische situatie niet verwonderlijk. Zijn levensovertuiging lijkt gevoed te worden door een voortdurend besef van het kwaad dat mensen elkaar kunnen aandoen. Tegelijk sprak hij over vertrouwen en een nieuwe toekomst. Misschien wel het meest intrigerende van Van Praags denken is zijn geloof in de vorming tot menselijkheid. Dit positieve ideaal wordt niet waargemaakt vanuit het idee van eeuwige morele wetten maar ook niet op basis van pure en grenzeloze vrijheid. Het gaat om de begeleiding tot autonomie: de vrijheid om eigen kaders en perspectieven te ontwikkelen.

Meer kijken, luisteren en lezen

Bekijk hier videofragmenten waarin Jaap van Praag vertelt over:

Let op: het laden van de filmpjes kan, afhankelijk van de internetverbinding 20 tot 40 seconden duren.

Over ons