Humanistisch Verbond op Twitter Humanistisch Verbond op Facebook Humanistisch Verbond op YouTube

Zoeken

Zijn humanisten vooral rationeel?

Een van de uitgangspunten van humanisme is de erkenning van het menselijk vermogen tot redelijkheid. Dit houdt in dat mensen onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, mooi en lelijk, rechtvaardig en onrechtvaardig. Mensen zijn dus in staat om morele oordelen te vormen. Zij baseren zich daarbij op zowel gevoel als verstand.

Een bekend misverstand ten aanzien van de humanistische levensbeschouwing is dat het een rationalistische benadering van de werkelijkheid zou zijn, die haar kracht zoekt in het verstandelijk redeneren en het gevoel verwaarloost of onderwaardeert. Niets is minder waar. Humanisten gaan juist uit van evenwicht tussen beide.

De manier waarop we de werkelijkheid ervaren bepaalt voor een groot deel de kwaliteit van ons bestaan. Het humanisme acht het van belang dat mensen hun verstand met gevoel en hun gevoel met verstand gebruiken. Het ‘ken u zelf’ van de oude Grieken was al gebaseerd op de interne dialoog bij het individu tussen ratio en intuïtie, en de externe dialoog met de (sociale) omgeving.

Het misverstand komt waarschijnlijk voort uit het feit dat humanisten meer dan in menige religie het zelf denken een waardevol instrument vinden. Het is een illusie dat men zou kunnen leven door voortdurend te doen wat het gevoel ingeeft. Ten eerste omdat mensen tegelijkertijd meerdere, vaak tegenstrijdige gevoelens hebben en een afweging moeten maken. Ten tweede is menselijk samenleven onmogelijk wanneer de individuen niet bereid zijn na te denken over de gevoelens van anderen en rekening met hen te houden.

Een beroep doen op uitsluitend gevoelens om het eigen gedrag te rechtvaardigen, is een te smalle basis. Dan zou men zich bijvoorbeeld moeten neerleggen bij racistisch gedrag, wanneer de dader zou zeggen: ‘Zo voel ik het, ik kan niet anders’. Om deze reden hechten humanisten zoveel waarde aan de bereidheid van het individu het eigen handelen te verantwoorden. Het stimuleren van het vermogen om zorgvuldige afwegingen te maken tussen eigen belang en dat van anderen, neemt binnen de humanistische visie op opvoeding en onderwijs en in de humanistische geestelijke verzorging een belangrijke plaats in.

oud