
Waarom lopen de meer dan 10.000 ambtenaren bij de Koninklijke Marine met een kruis boven op hun pet? Wat moet een humanist daarmee? Erwin Kamp, humanistisch geestelijk raadsman bij defensie, pleit in een column voor deze website voor levensbeschouwelijk onafhankelijke kledingstukken bij de krijgsmacht.
Eind vorig jaar werd in de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de volksvertegenwoordiging zich uitspreekt tegen het dragen van hoofddoeken door politieagenten. De kleine christelijke partijen steunden de motie niet. Het argument dat de doorslag gaf bij aanname van de motie is dat er in Nederland een scheiding tussen kerk en staat is. Overheidsdienaren moeten zich onafhankelijk opstellen. ‘Uitingen van hun religieuze of godsdienstige overtuiging door middel van kledingstukken of sieraden zijn hierbij absoluut onwenselijk,’ aldus de Tweede Kamer.
Ten aanzien van de vraag of overheidsdienaren hun politieke of levensbeschouwelijke voorkeur kenbaar moeten maken tijdens de uitoefening van hun beroep, heb ik zelf ook een mening. Gezien het bijzondere karakter van het beroep van militair - militairen hebben als enige een geweldsmonopolie - vind ik religieuze uitingen ongepast. Echter, in deze kwestie is dit voor mij van ondergeschikt belang. Wat ik veel belangrijker vind, is dat de overheid consequent is in haar gedrag en oordeelsvorming over dit soort vragen. Er zijn ontegenzeggelijk argumenten aan te voeren die pleiten voor de mogelijkheid om wel een levensbeschouwelijke voorkeur kenbaar te maken door ambtenaren. Een veelgehoord argument is dat de politie bijvoorbeeld een afspiegeling van de Nederlandse samenleving dient te zijn.
Waar het mij echt om gaat is dat de Nederlandse overheid geen rechtsongelijkheid in de hand werkt. Immers, een belangrijk uitgangspunt in onze wetgeving is dat iedereen voor de wet gelijk is. Dit kan mijns inziens maar tot één conclusie leiden: de ene levensbeschouwelijke groepering mag niet voorgetrokken worden ten opzichte van de andere levensbeschouwelijke groepering. Die ongelijkheid is er op dit moment echter wel. Heel concreet vraag ik me af waarom de meer dan 10.000 ambtenaren werkzaam bij de Koninklijke Marine met een kruis boven op hun pet lopen. Bovenop het anker op de witte marinepet staat een kroon met daar bovenop een kruis. Weliswaar een heel klein kruis, maar toch. Ik hoor al verschillende mensen denken: ‘Moet je je daar nu druk over maken? Dit is toch een traditie die met de jaren zo is ontstaan waar je niet aan moet tornen.’
Ik denk daar anders over. Sterker nog, ik heb het kruis op mijn pet uit stil protest verwijderd. Wat moet ik als humanist met een kruis op mijn pet terwijl dit helemaal niet mijn levensbeschouwing vertegenwoordigt? Waarom zal ik met een kruis op mijn pet lopen als moslims tijdens de uitoefening van hun werk niet een hoofddoek mogen dragen? Ik vind dan ook dan alle marinepetten ontdaan moeten worden van een kruis na de uitspraak van de Tweede Kamer over hoofddoeken bij de politie. Ik weet niet hoe het met religieuze uitingen op kledingstukken zit bij andere krijgsmachtdelen, maar ik vind principieel dat deze niet langer mogen worden gedragen door ambtenaren tijden hun dienstuitoefening.
Het is te gemakkelijk om vast te houden aan het argument van traditie of te stellen dat anderen er zich weinig aan storen. Waar het hier om gaat, is dat de overheid zich consequent opstelt en waarborgen biedt dat eenieder voor de wet op gelijke wijze tegemoet wordt getreden. Ik stel dan ook voor dat er vanaf nu alleen nog maar binnen de krijgsmacht kledingstukken worden geproduceerd die levensbeschouwelijk onafhankelijk zijn. En tot die tijd moeten alle uitingen van religie op kledingsstukken bij de krijgsmacht worden verwijderd. Een parlement en regering die hier actief inhoud aan geeft, draagt bij aan zijn eigen geloofwaardigheid.
Gepubliceerd: 07-01-2008