Harry Kunneman
Het dikke-ik is in opmars. Lomp gedrag, anderen opzij duwen, alleen voor je eigen belangen gaan, minachting voor andersdenkenden, onverzadigbaarheid en zelfingenomenheid: dat zijn enkele kenmerken van het dikke-ik dat zich inmiddels in ons land in vele gedaanten opdringt, variërend van zelfverrijkende managers en ijdele politici, tot kijvende columnisten en gewelddadige voetbalsupporters. Het dikke-ik is vrij, autonoom en welvarend - en tegelijk hoogst ontevreden. Het vormt een verontrustende uitvergroting van het autonome individu dat zich bevrijd heeft van alle vormen van moreel gezag en zich door niemand iets laat zeggen. Een terugkeer naar bindende normen en waarden en de bijbehorende verticale gezagsverhoudingen is echter voor velen evenmin acceptabel.
De vraag rijst hoe voorbij het dikke-ik te komen: in naam van welke waarden kan de autonomie van het dikke-ik begrensd worden zonder diens vrijheid aan te tasten? In dit boek wordt deze vraag beantwoord vanuit een kritisch-humanistisch perspectief met behulp van de begrippen diepe autonomie, horizontale transcendentie, normatieve professionaliteit en maatschappelijk verantwoord organiseren.
Harry Kunneman is hoogleraar sociale en politieke theorie aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht en publiceerde onder meer ‘Van theemutscultuur naar walkman-ego’ en het essay ‘Postmoderne moraliteit’.
Uitgave: SWP Publishers, Amsterdam 2005
ISBN: 90 6665 570 4
285 pagina's
Prijs: € 24,00