PERSBERICHT, Amsterdam, 1 april 2009
Vorige week stemde de VN-Mensenrechtenraad voor de resolutie ‘Combating defamation of religions’: bestrijden van het belasteren van religies. Hiermee vindt een ongekende verschuiving plaats van beschermen van het individu –waarvoor de mensenrechten zijn opgesteld- naar beschermen van religie. De resolutie houdt twee gevaren in: beperking van de vrijheid van meningsuiting en beperking van de vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing. Ruim 200 organisaties waaronder het Humanistisch Verbond en de Humanistische Alliantie hebben landen opgeroepen tegen de resolutie te stemmen.
De resolutie ‘Combating Defamation of Religion’ is ingediend door Pakistan namens het OIC, een samenwerkingsverband van ruim 50 islamitische landen. De resolutie gaat feitelijk alleen over de islam. Onder ‘defamation’ wordt onder meer verstaan:
#8216;Defamation’ (smaad, belastering) wordt in internationale en nationale wetgeving gebruikt als ‘smaad’ van de goede naam en reputatie van personen. De toepassing op religie is een unicum in staande (inter)nationale wetgeving.
Het Humanistisch Verbond vindt dat het beledigen van religies geen mensenrechten-schending is en dat ook nooit moet worden. Mensenrechten horen toe aan individuen, niet aan religies, ideeën of ideologieën. “We moeten niet toestaan dat mensen de mond wordt gesnoerd met een verwijzing naar mensenrechten. Die kans is levensgroot als de VN-Mensenrechtenraad op deze manier doorgaat,” aldus Rein Zunderdorp, voorzitter van het Humanistisch Verbond. “De aangenomen resolutie dreigt niet alleen de vrijheid van meningsuiting in te perken, maar ook de vrijheid van religie. Een vrijzinnige interpretatie van de islam bijvoorbeeld, zou zomaar onder ‘smaad’ kunnen vallen. Het is volstrekt onduidelijk wie bepaalt wat smaad is, en wanneer een uitspraak onder smaad valt.”
Met deze resolutie lijken de OIC landen vooral geïnstitutionaliseerde religies in ‘bescherming’ te willen nemen ten koste van individuele vrijheden. Hiermee worden een open, kritisch debat en afwijkende meningen onmogelijk gemaakt. Wetten die het belasteren van religie tegengaan, worden in de OIC landen gebruikt om minderheidsgroeperingen, kritische individuen, journalisten en mensenrechtenactivisten het zwijgen op te leggen. Hoewel de resolutie niet bindend is, kan er wel een beroep op worden gedaan.
Een groeiend aantal organisaties wereldwijd vindt het zorgelijk dat individuele vrijheden via deze weg onder druk komen te staan, dat mensenrechten uit hun verband worden getrokken en van toepassing zijn verklaard op religies. Ruim 200 organisaties, waaronder islamitische, riepen met een verklaring op de resolutie af te wijzen. Met 23 stemmen voor, 11 tegen en 13 onthoudingen werd de resolutie echter op 26 maart aangenomen.
Gepubliceerd: 01-04-2009