Hoe is het met de oorlog in de klas?

23 juni 2017

Hoe is het met de oorlog in de klas?

Door webredactie

Godsdienstoorlogen en pesten in de klas: ze hebben van alles met elkaar gemeen, merkte Willem van Katwijk(72), actief lid van het Humanistisch Verbond. Hij was tussen 2002 en 2004 EU-monitor tijdens een vredesmissie op de Balkan. Na de missie gebruikt hij zijn ervaringen om lessen te geven in groep 8 over pesten. Een verhaal over oorlog in de klas.

Hij was de man in wit, de kleur van de neutraliteit, de peace keeper, en een van de eerste 'niet-beroeps' in Nederland die op vredesmissie ging. Van Katwijk werd in 2002 uitgezonden. Hij had zijn voorkeur uitgesproken voor Kosovo. De oorlog daar was eind 1999 afgelopen. Samen met ongeveer honderd andere waarnemers werkte hij in Zuidoost-Europa mee aan de European Union Monitoring Mission. “Ik was geïntrigeerd door de situatie en wilde graag bijdragen om verschillende religieuze, etnische en culture groepen bij elkaar te brengen.“

Wat was jullie taak?

“Wij waren de ogen en oren van  Brussel. Alles wat in het verdrag van de Veiligheidsraad was vastgesteld moest worden nageleefd. De universele rechten dus: vrije verkiezingen, democratische orde, de vrijheid van vereniging, vrijheid van geloof, vrijheid van meningsuiting. Vaak kwamen mensen naar ons toe. Daarna gingen wij op onderzoek uit en in gesprek met de verantwoordelijken.”

Niet altijd gemakkelijk...

“Nee, vaak zeiden de verantwoordelijke legerleiders of burgermeesters dat ze niet wisten dat hun gedrag in strijd was met een verdrag. Ontkenning dus. Maar daarachter ging natuurlijk vaak  eigenbelang schuil. Een voorbeeld. In een verdrag was bepaald het persooneelsbestand van de overheid een weerspiegeling moest zijn van de demografische samenstelling.
In het dorp Gnjilane, waar ik toen was, moest de brandweer twee Kosovaarse Serviërs aannemen om het verdrag te volgen. Wij hadden een personeelsadvertentie gezien die niets daarover zei. Toen zijn we er naar toe gegaan en hebben de brandweercommandant ermee geconfronteerd. Weet u wat de gevolgen zijn? Nee, zei hij. Nou, dat er hier geen geld naar toe komt voor de wederopbouw. Dat werkte over het algemeen wel."

Ik kan met voorstellen dat je soms omzichtiger moest handelen?

"Dat klopt. Er was in een verdeeld dorp (de helft Serviërs en de helft Albanezen) een conflict over een huisartsenpost. Wij werden al snel gevraagd omdat wij een symbool én waarborg van zekerheid en veiligheid waren. Allereerst moest er het basisvertrouwen terugkomen, dus dan ontmoetten wij die mensen en werden er handen geschud. Ik had bedacht dat in deze cultuur de oudste in het dorp het meeste respect heeft. Dus ik ging naar de oudste man toe en vroeg hem waarom ze er niet uitkwamen. 
‘Het vertrouwen is weg,’ zie hij. Toen heb ik een heel praktisch voorstel gedaan.'s Morgens de Serviërs en ’s middags de Albanezen. Zo kwamen zij elkaar dan toch bij de wisseling wel tegen en moesten wel wat contact hebben. Daar had niemand aan gedacht."

Je werkt voor Veteraan in de klas. Je vergelijkt pesten met godsdienstoorlogen. Geen gekke vergelijking?

"Nee, vind ik niet. Het begon met mijn kleinzoon die in groep 8 in Ridderkerk naar school ging. In groep 7 waren drie kernen van pesters in de klas. Pedagogen en psychologen waren er intensief mee bezig: maar het werkte niet. Waarom niet? Omdat ouders niet geloofden dat hún kind zoiets deed. Toen kwam de link met de missie. Daar zag ik veel intolerantie. Pesten is ook een gebrek aan tolerantie. Dat je de ander niet de vrijheid gunt om anders te zijn, te voelen, te denken, te uiten en te geloven.  Door het verhaal van kleinzoon zag ik ineens de link tussen godsdienstoorlog en pesten. Toen heb ik over pesten een les ontwikkeld."

Hoe werkt die les?

"Het is eigenlijk een les over burgerschap. Ik vertel eerst waar ik ben geweest. En dan vraag ik: Hoe is het met de oorlog in Ridderkerk? Stilte.... 'Er is geen oorlog in Ridderkerk'. En in deze klas? 'Nee, ook niet?' Ook geen ruzie? 'Ja, wel af en toe pesten', zeggen sommige kinderen dan.  Ik vraag dan altijd door over het pestgedrag en laat de gepesten uitgebreid aan het woord."

Wat gebeurt er dan?

"Het wonder ontstaat als kinderen zien dat de gepeste niet alleen voor dat moment gepest wordt, maar dat het voor het hele leven is. Want het pesten begint vaak al vroeg. Dat hebben ze zich nooit gerealiseerd. Ik laat de kinderen inzien dat pesten niet bij liefde hoort, maar bij haat. Dat is de basis. Daarna laat ik ze een belofte  tekenen dat ze hun best doen niet te pesten. Dat nemen ze ook mee naar huis. De ouders zien dit en paraferen het. Zo krijg je ook thuis het gesprek op gang.

Verder vraag ik ook aan ze: wat kun je doen als iemand je pest? Daar komen  briljante oplossingen uit. Zoals: gewoon weglopen, iemand de rug toe keren, heel hard gaan lachen, of joh, ga de meester pesten als je durft. Kinderen zijn enorm creatief."

 

Wat ga je morgen op Veteranendag doen?

"Morgen ga ik naar het Malieveld. Er zijn, maten ontmoeten, afscheid nemen van de VI-projectleidster Veteranen in de Klas, en langs bij de SVK, Stichting VeteranenKunst, waar ook werk van mij hangt."

Hoe voedt het humanisme jou bij dit werk?

“Nou, het gaat om zelf denken, dat je eigen keuzes kunt maken, persoonlijke vrijheid. Ik ben ook een liberaal en vind het dus belangrijk dat niemand jouw die vrijheid ontneemt. Misschien nog simpeler gezegd, gaat het om gelijkwaardigheid. Als je jouw mens-zijn, gelijk stelt met het mens-zijn van iemand anders, dan is het onmogelijk dat jij gaat pesten.“

Lees verder op de site van Veteranendag.


Verschillende humanistische raadslieden zijn actief op het terrein van de geestelijke zorg voor veteranen. Lees ook het interview met Erwin Kamp hierover.
Humanistische geestelijke verzorgers zijn beschikbaar voor individuele begeleiding van personeel van de krijgsmacht. Overal waar militairen gaan, zijn de humanistisch raadslieden actief ten behoeve van het welzijn van het personeel van de krijgsmacht.