Tijdens het IHEU-congres in Oslo ervaarde Ineke de Vries (Directeur van het Humanistisch Verbond) dat bepaalde religieuze gebruiken ook seculieren de mogelijkheid geeft beter om te gaan met de menselijke behoefte in harmonie samen te leven en verdriet te delen. Maar humanisten zullen die behoefte echter op eigen wijze vorm moeten geven.

Het Oslo Congrescentrum staat midden in het gebied waar de bom is ontploft. Delen van de omliggende straten zijn afgesloten met hekken waaraan steeds weer verse bloemen worden gehangen. Het land is in rouw, op straat en op het congres. Als bij de opening het humanistenkoor het lied ‘For the youth’ zingt, zijn de Noorse congresgangers diep geraakt en het laat niemand onberoerd.
Traditioneel wordt dit lied gezongen bij humanistische ceremonies en tot verrassing van de Noorse humanisten was het lied de afgelopen drie weken overal bij herdenkingsbijeenkomsten te horen. Met de vele vermoorde jongeren in gedachten krijgt de tekst een diepe lading. Het zingen biedt voelbaar troost en verbindt de mensen, Noren en niet-Noren. Anders dan wij, kennen de Noorse humanisten een sterk gemeenschapsgevoel. Er zijn humanistische ceremoniën bij de geboorte van een kind, bij de overgang naar puberteit, bij een relatieverbintenis of huwelijk en bij overlijden, waarvan altijd een bepaald lied of gedicht deel uitmaakt.
Ik ben aanwezig bij een ceremonie voor jongeren in de leeftijd van 12 tot 14 jaar. Het is de afronding van een zomerkamp waarin ze onderricht hebben gehad over mensenrechten, het belang van humanistische waarden, van kunst en wetenschap. Een feestelijke bijeenkomst die echt niets oubolligs, knulligs of benauwds heeft. Professionele musici en zangeres laten mooie muziek horen, er worden gedichten - klassiek en modern – voorgedragen, een bekende Zuid-Afrikaans/Noorse schrijfster spreekt de jongeren vol humor toe over wat er komt kijken bij opgroeien en hoe belangrijk het is dat ze hun eigen weg en hart daarin volgen. Aan het eind wordt door iedereen het lied ‘Mijn gedachten zijn vrij’ gezongen. Voor ons is dit vreemd. We hebben dit soort samenzijn afgezworen, zijn het vergeten, of vinden het iets wat niet bij ons maar bij de kerk hoort. Ook ik ben daartoe geneigd. En toch ervaar ik dat het samen zingen en zo op een niet-rationele manier gezamenlijk uitdrukking geven aan belangrijke waarden zoals vrijheid van meningsuiting en expressie, iets moois heeft, een fijn gevoel geeft.
De Noorse humanisten doen wat Alain de Botton betoogt in zijn nieuwe boek "Religie voor atheïsten": religieuze ideeën en gewoonten vertalen naar de seculiere wereld. Zijn betoog is dat je kunt leren van de manier waarop religies moreel besef stimuleren en gemeenschapszin opwekken. Bepaalde gebruiken bieden de seculiere samenleving mogelijkheden om beter om te gaan met de menselijke behoefte om in harmonie samen te leven in gemeenschappen en om het hoofd te bieden aan verdriet en leed dat onlosmakelijk met het leven is verbonden. Hij laat zien dat wat wij als christelijke gebruiken bestempelen, destijds door christenen van de heidenen is overgenomen. Zoals het ideaal van filosofische gemeenschappen van Epicurus.
Maar omdat het idee van gemeenschappen zo naar religie ruikt, wijzen we het af en voelen we ons ongemakkelijk bij praten over deugdzaamheid, dankbaarheid, of bij het samen zingen met vreemden. Maar door dit af te wijzen, beperken we onszelf en geven we religies de exclusieve zeggenschap over dit soort ervaringen, aldus De Botton. Zijn redenering spreekt me aan, ook al ben ik geneigd te zeggen: laten we te rade gaan bij de bron, onze eigen klassieken. Bijvoorbeeld, bij Aristoteles’ oefeningen in deugdzaamheid, voordat de christenen met deze notie aan de haal gingen.
Wel deel ik De Bottons uitgangspunt dat we te eenzijdig zijn gericht op rede en rationaliteit en verwijderd zijn geraakt van andere ervaringsgebieden.We hebben anderen nodig om onze eigen grenzen te verleggen. Een mens is altijd op zoek naar iets wat groter is dan hij of zijzelf, naar iets, een gemeenschap, waar je bij wilt horen. Toch willen we niet dat ons zelfbeeld samenvalt met dat van een gemeenschap; we zijn anders dan anderen en hechten aan onze ‘eigenheid’.
Hoe gaan we om met deze onoplosbare spanning tussen individu en gemeenschap? Niet door alles wat met het vieren van gemeenschapszin te maken heeft af te wijzen, maar wel door te zoeken naar eigen manieren om aan deze behoefte tegemoet te komen. In dat opzicht was het bezoek aan Noorwegen heel leerzaam.
Ineke de Vries is directeur van het Humanistisch Verbond. Deze tekst verschijnt in september in HUMUS 3, 2011. HUMUS is het ledenblad van het Humanistisch Verbond.
Lees meer blogs uit Oslo van Rein Zunderdorp en Joris de Lathouder.
23-08-2011