"Alain de Botton kiest in ‘Religie voor Atheïsten’ precies de juiste invalshoek voor de slepende atheïsme-versus-religie-kwestie," schrijft Esther Wit in een recensie van het boek van de populaire Engelse filosoof. "Hij wijst ons op het verborgen innerlijke van de seculiere mens die zijn diepere behoeften niet bevredigd ziet. En het bij gebrek aan beter bij de commercie zoekt".
Recensie door Esther Wit (programma-medewerker Maatschappelijke Discussie)

Religie biedt troost, ethische perspectieven, mooie kunst en veel gemeenschapszin. Regelmatig klinkt de zorgelijke constatering dat de seculiere mens in een overwegend seculiere samenleving veel mist. Helaas gaat religie ook gepaard met talloze onethische gedragspatronen, bedrukkende zoetheid, tenenkrommende hypocrisie en een conservatief gebrek aan creativiteit. Bovendien, het idee van een scheppende God is en blijft een vervlakking van de wonderlijke wereld, met zijn onbegrijpelijke natuurwetten en overdonderende aanwezigheid.
Vanaf de eerste pagina stelt Alain de Botton me gerust. Al mijn bezwaren tegen boeken die een revival van het religieuze, heilige en transcendente prediken, ruimt hij meteen goed uit de weg. Religie is voor hem geen bron van al het moois dat de seculiere mens mist, maar een bron van mooie dingen die al veel eerder waren bedacht en algemeen menselijk zijn. De destijds nieuwe Christendom was namelijk verbazingwekkend goed in het overnemen van heidense intuïties en praktijken. Zuiverheid van oorsprong is een romantisch ideaal dat de eerste kerkvaders niet deerde: als je de boodschap maar kunt overbrengen.
Wordt het geen tijd voor de hedendaagse atheïst om deze slimme strategie over te nemen? Het Christendom zelf is dan misschien geen inspiratie, maar het religieuze besef van geestelijke en psychische behoeften is bijzonder groot. En nog belangrijker, de religieuze manier om de mens te leiden in zijn dagelijkse strubbelingen, wekt indruk. Religies hebben uitstekende rituelen, handelingen en beelden ontwikkeld die een handvat bieden voor de zoekende, treurende, vergeetachtige en lijdende mens. Atheïsten schrijven mooie boeken met kritische argumenten, maar we hebben een werkelijk alternatief nodig. En dat alternatief, dat gaat De Botton ons bieden. Hij gaat te raden bij het instituut dat zich kan beroepen op eeuwen ervaring: religie.
Wie wijst ons de wegNatuurlijk zijn er wel degelijk seculiere instellingen die de mens ondersteunen bij de ontwikkeling van zijn innerlijk leven, schrijft De Botton. Kennisoverdracht vindt plaats op universiteiten. Schoonheid worden we geacht in musea te ervaren. Openbare ruimtes als restaurants, bieden de ruimte voor ontmoeting en talloze andere verlangens kunnen we op de markt bevredigen.
Maar helaas, al deze instituten zijn onvoldoende in staat onze directe geestelijke nood en emotionele verlangens te bevredigen. Openbare ruimtes zijn er eenvoudigweg niet op gebouwd om ontmoeting te begeleiden: we moeten het allemaal zelf uitvinden. In musea staan we vaak verbaasd naar een kunstwerk te kijken met de vraag wat het betekenen kan. De enige informatie die we krijgen, behandelt het materiaal, het tijdstip van productie, de kunstenaar en de stroming waartoe deze behoort. Iets soortgelijks overkomt ons op universiteiten. De markt laat ons vervolgens met een nieuwe Ipod of hippe schoenen achter.
En wat doen we met onze gekwetste gevoelens, onze trots, ons verlangen naar troost, onze hoop op verzoening, ons schuldgevoel, morele dilemma's en onze angst om te falen? Wie wijst ons de weg als we ons excuus willen aanbieden maar niet weten hoe je zoiets aanpakt? Waar kunnen we even uitrusten als we verdriet voelen?
De Botton toont een mens die wel goed en zinvol wíl leven, maar niet helemaal weet hóé. Hij toont de mens vooral als vergeetachtig wezen. In de beslommeringen van het dagelijks leven gaan we als eerste aan ons zelf voorbij. Dit gebrek is geen onwil, maar een 'onthand-zijn'. Het ontbreekt aan concrete manieren om bij onze geestelijke noden stil te staan en ze te bevredigen. Ons innerlijk leven heeft nu eenmaal materie, ontmoetingen, handelingen, vaste patronen en zelfs instituten nodig om zich goed te ontwikkelen. Verlangens, gevoelens en zielenroerselen vragen een rituele, beeldende, ruimtelijke en aan regels gebonden vorm.
Onze cultuur is rijk genoeg, daar ligt het niet aan. Maar deze rijkdom ligt er ontgonnen bij. We laten de innerlijke mens over aan de commercie, die zich geweldig organiseert maar van levensbeschouwelijke behoeften weinig kaas heeft gegeten. Bovendien is de markt gebaat bij een snelle doorloop, terwijl een levensles pas door herhaling goed gedijt.
Commerciële organisaties domineren als aanbieders van diensten en producten, en De Botton gebruikt ze niet voor niets. Commercie en religie hebben sterke overeenkomsten. Ze buiten hun ‘merk’ uit, zijn overal herkenbaar (zie een McDonald's of een Kerk en je weet waar je aan toe bent), bieden een standaard-aanbod, zijn goed georganiseerd en zijn uitstekend in hun reclame of propaganda. Daarnaast hebben ze mensen in dienst met heldere rollen en taakverdelingen met bijbehorende kledij en terminologie. Kortom, kerk en commercie zijn duidelijk, helder en gaan concreet in op onze verlangens.
Waarom zouden seculiere instituten dit niet kunnen? Een universiteit kan zijn lessen aanbieden op basis van levensechte vragen: Leren samenleven, Omgang met de dood, Huwelijksproblemen. Met vakgroepen ‘Relaties’, een Sterfinstituut en een Centrum voor Zelfkennis. We kunnen in onze openbare ruimtes - naast de reclame voor een Ipod of nieuwe schoenen - ook reclame maken voor deugden als vergevingsgezindheid. Of een seculiere elektronische klaagmuur waar we onze onoplosbare onvolkomenheden kunnen delen. We kunnen ‘ervaringsplaatsen’ maken waar we angst voor verlating architectonisch vormgeven, in rust kunnen baden, kortom, in drie dimensies door onze emoties kunnen struinen. Om te voorkomen dat we alles van betekenis weer vergeten, kunnen we jaarlijkse momenten inlassen om eindelijk eens ons excuus aan te bieden of samen de geweldige sterrenhemel te bewonderen; een jaarkalender van ons innerlijk leven. Mogelijkheden genoeg om het geestelijk leven concreet, deelbaar, gestructureerd een plek te geven. Want daar komt het op neer: een plek geven, vrij letterlijk.
De atheïst heeft het religieuze antwoord afgewezen, maar zijn diep menselijke vragen en behoeften blijven. Kunst en cultuur treffen we versnipperd aan, we zijn net iets te verlegen om het helemaal zonder sociale rituelen te stellen, net iets te gevoelig en kwetsbaar om alles zelf te kunnen. De Botton heeft ontegenzeggelijk een punt.
Het enige bezwaarMijn enige bezwaar tegen dit indrukwekkende boek, is dat het niet klopt. Voor zover mij bekend, is de religieuze mens niet deugdzamer, gelukkiger, aandachtiger of meer getroost dan de atheïst. Ook weet de religieuze mens niet beter hoe hij moreel moet handelen, hoezeer hij dan ook de religieuze taal en beeltenissen kent, concrete ontmoetingsplekken en een jaarkalender vol heilige dagen heeft. Blijkbaar is het ook voor religieuze instituten moeilijk om hun taak goed uit te voeren.
De Botton schildert dan ook niet zozeer de religieuze volheid, als wel het atheïstische verlangen naar religieuze volheid. Hij wijst ons op het verborgen innerlijke van de seculiere mens die zijn diepere behoeften niet bevredigd ziet en het bij gebrek aan beter bij de commercie zoekt. Deze diagnose maakt het boek het lezen meer dan waard. En dan heb ik het nog niet eens over de echt rijkdom: Botton’s praktische voorbeelden. De ondertitel van het boek is niet voor niets: 'Een heidense gebruikersgids'. Geïnspireerd door religies, doordacht voor ons. De Botton zet een belangrijke stap verder en doet een oproep die je na lezing, niet naast je neer kunt leggen.
Je kunt het boek Religie voor atheïsten onder meer via bol.com bestellen
Ga naar www.alaindebotton.com Op het youtube-kanaal van Brandstof vind je een aantal filmpjes over het boek van De Botton, waaronder het filmpje hieronder: dat gaat over
de protestantse visie op werk die ook voor seculieren interessant kan zijn.