Mensen die hun leven willen beëindigen om existentiële redenen kunnen geen hulp krijgen van een arts binnen de euthanasiewet, dat vindt de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG). Het Humanistisch Verbond is van mening dat ouderen die lijden aan het leven stervenshulp moeten krijgen. Artsen kunnen kunnen daarbij samenwerken met geestelijk verzorgers.
'De KNMG vindt dat bij lijden in het kader van levensbeëindiging door artsen er mede sprake moet zijn van een medische grondslag, ofwel een conditie die als ziekte of combinatie van ziekten en klachten kan worden aangemerkt.' Zo valt te lezen in het concept-standpunt op de site van de KNMG.
Dit wil zeggen dat er geen sprake hoeft te zijn van een terminale ziekte, maar dat de optelsom van fysieke kwalen en het verlies van levenslust samen reden kunnen zijn voor verlening van hulp bij zelfdoding door de arts. Als de wens te sterven geen medische grond heeft, maar puur existentieel is, mogen artsen geen euthanasie of hulp bij zelfdoding verlenen, aldus het KNMG-standpunt.
De reden: artsen hebben vooral medische expertise.
In een brief van 26 januari laat het Humanistisch Verbond weten verheugd te zijn dat de KNMG helderheid schept over de vraag wat de verantwoordelijkheid van de arts is bij verzoeken om hulp bij het zelfgekozen levenseinde. Echter, we zijn niet blij met de beperking dat er een medische grondslag moet zijn voor het verzoek om hulp om waardig te kunnen sterven. Dit betekent immers dat artsen hulpverzoeken vanwege existentieel lijden zonder medische grondslag (lijden aan het leven) niet kunnen honoreren.
Daarmee worden sommige mensen aan hun lot over gelaten. Er zijn namelijk sommige ouderen die lijden aan het leven, zij zien op tegen de komst van een elke nieuwe dag, ervaren het leven als last en zijn niet meer in staat te leven op een manier die ze waardevol en waardig achten. Ze zijn klaar met leven, maar hebben geen lichamelijke aandoening of ziekte. Deze mensen kunnen dus in de visie van de KNMG geen euthanasie of hulp bij zelfdoding ontvangen van een arts.
Het Humanistisch Verbond nodig de KNMG uit om te praten over een mogelijke samenwerking tussen artsen en humanistisch geestelijk verzorgers bij verzoeken om hulp bij levensbeëindiging vanwege voltooid leven. De euthanasiewet beperkt zich niet tot medisch lijden, het oordeel van de arts mogelijk wel. De HGV'er zou het verzoek vanuit diens expertise op het gebied van existentiële vragen kunnen beoordelen en de arts kunnen adviseren al dan niet op het verzoek in te gaan. Het begeleiden van mensen bij existentiële vragen behoort tot de deskundigheid van de (humanistisch) geestelijk verzorger.
Ons streven is dat hulp om waardig te sterven beschikbaar komt voor alle mensen die hun leven als voltooid (voltooid leven) beschouwen en het willen beëindigen. Daarom steunen wij initiatieven die verantwoorde stervenshulp dichterbij brengen, zoals het wetsvoorstel van Uit Vrije Wil en mogelijkheden op het vlak van de autonome route zoals de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) die onderzoekt.
Het Humantisch Verbond staat een situatie voor ogen waarin artsen mensen met levensvragen en existentiële problemen doorverwijzen naar een geestelijk verzorger, die verbonden is aan de huisartsenpraktijk, of waarmee de arts regelmatig samenwerkt. Deze kan de arts ondersteunen bij het onderzoeken van de hulpvraag waar het niet medische, existentiële overwegingen betreft. De arts en de geestelijk verzorger kunnen vervolgens samen het verzoek beoordelen. Als het verzoek wordt ingewilligd kan de geestelijk verzorger desgewenst een rol spelen in de geestelijke begeleiding van degene die gaat sterven, daar eventueel familieleden bij betrekken en nazorg bieden aan familieleden en andere betrokkenen.
Lees verder in ons webdossier
Gepubliceerd: 01-02-2011